Waarom mag het gezinsdrama geen moord heten?
Natasha Gerson

Foto: Geen Idee
Alweer zestien jaar geleden pleitte hoogleraar klinische psychologie Wim Wolters voor terughoudendheid in de berichtgeving bij kinderdoding door ouders. Een dergelijk pleidooi is tegenwoordig niet meer houdbaar: Op de mate van berichtgeving valt geen invloed meer uit te oefenen.
Maar op de gebruikte terminologie valt nog wel af te dingen. Bij elk zogenaamd ‘familiedrama’ of tegenwoordig ‘gezinsdrama’, erger ik me meer aan deze klakkeloze, afdekkende woorden. Waarom worden die termen nog steeds gebruikt?
Meervoudige kindermoord
Een slopende ziekte, of een zwaar ongeluk, een zelfmoord zonder dat er onschuldigen in mee worden gesleept, dat zou toch eerder als ‘gezinsdrama’ moeten kwalificeren dan iets dat moord, kindermoord, soms meervoudige kindermoord is? Hoogstens kun je zeggen dat het werkelijke ‘gezinsdrama’ al weken, maanden of jaren aan de gang was, en het resultáát daarvan moord is. Maar niet de moord zelf. Allerlei vormen van doodslag, of incidenten met dodelijke afloop worden in de media, wél gewoon als moord betiteld (‘moord op de grensrechter’ ‘vermoord op straat door geesteszieke’), behalve deze.
Iemand die honderden kilometers rijdt op zoek naar een zo obscuur mogelijke plek om zijn zoontjes te verstikken en te dumpen, zijn daad vooraf uiteenzet in een ellenlang egocentrisch epistel of met een kogelvrij vest, een uzi en een handgranaat naar het huis van zijn schoonouders rijdt, handelt niet in een opwelling, met een waas voor ogen. Sterker nog, de drie meest recente gezinsdrama’s hebben alle kenmerken van lang doorgeplande wraakexercities.
Wraakexercities met dodelijk resultaat
En lang doorgeplande wraakexercities met dodelijk resultaat, daar is een woord voor en dat woord is moord. Bovendien heeft gebruik van het woord ‘drama’ iets excuserends. Niet alleen de dader heeft het gedaan, de impliciete boodschap is dat het dode kind, of kinderen, slachtoffer zijn geworden van een wisselwerking tussen de ouders, alsof de andere ouder, de al gestrafte, op een of andere manier medeverantwoordelijkheid draagt voor de uiteindelijke moord.
Het vormt de opmaat tot allerlei beschouwingen over wie hier allemaal nóg méér verantwoordelijk voor kunnen zijn. Heeft Jeugdzorg gefaald? Had de politie het anders aan moeten pakken? Het is meegaan in de denkwijze van de dader: Natuurlijk heeft íedereen schuld aan de situatie behalve hijzelf! ‘Het gezinsdrama heeft als oorzaak, dat de man het niet kon verkroppen dat…’.
Soort held
Ja, whatever. Al ben je nog zo tot op het bot getergd, al stinkt het onrecht nog zo ten hemel, er is geen excuus om je kind te doden. Ook niet als je daarna zelfmoord pleegt. Door het als ‘wanhoopsdaad’ te betitelen maak je het kind, of de kinderen, tot bijzaak, een soort nevenschade bij de zelfmoord. Maar dat is de zaak omkeren. Er is éérst een moord, daarna een laffe vlucht voor de consequenties door middel van zelfmoord.
Afgezien van het feit dat de term dus een extra belasting is voor achterblijvende partner en familie (zij zijn de familie waarin het familiedrama plaatsvond, zij waren collectief de dramatische spiraal binnen hun gelederen niet de baas) denk ik dat hij gevaarlijk is. Het maakt het makkelijker voor potentiële daders (mannen die geen ‘nee’ of ‘voorbij’ accepteren en met het rudiment voor dit soort scenario’s in hun hoofd lopen) zichzelf in dat scenario als een slachtoffer, rebel of zelfs soort held te gaan zien, of een combinatie van alle drie.
Gruwelijk inkijkje
Het maakt het makkelijker voor ze om het voor zichzelf zo te draaien: dat hij het kind behoedt voor de verschrikkingen van het leven zonder hem, of zoiets. Alsof het familiedrama in feite een afwending van een nog veel groter familiedrama is. Hij hield zo vreselijk veel van zijn gezin, maar ja, dat viel uiteen en alles eindigt dus nu in een drama.
Het gruwelijk inkijkje, via zijn afscheidsmail, in het geestesleven van de man die in september zijn zoontjes ombracht in een vakantiehuisje in Schoonloo, toont aan hoe egomaan de gedachten van zo iemand zijn. In anderhalf kantje komt maar liefst vijftig keer het woord ‘ik’ of ‘mij’ voor, vaak twee of drie keer in een zin, terwijl de kinderen, die hij vermoord heeft, alleen een soort figurantjes in het geheel zijn, en dan nog figurantjes die zijn bezit zijn, een verlengstuk: ‘mijn mannen’.
Seculiere eerwraak
De relatief nieuwe vorm van kinderdoding als pure revanche op de ex-partner, gepresenteerd als wanhoop, is eigenlijk een soort seculiere eerwraak: Die term dekt de lading nog beter dan ‘gezinsdrama’. Het naar buiten toe geprojecteerde plaatje van het perfecte gezinnetje is al onherstelbaar aangetast, dan moet er maar een soort taboela rasa plaatsvinden ook.
Dit soort karakters is zeer vatbaar voor de gedachte hoe ze herinnerd zullen worden. Het woord ‘gezinsdrama’ kan ze sterken in het waanidee dat er met verdriet en spijt aan ze teruggedacht zal worden, met de gedachte ‘hadden we maar ingezien hoe hij leed….’. De reguliere onvolwassen zelfmoordfantasie gekoppeld aan de walgelijkste vorm van zelfzuchtige controlfreakerij over je graf heen.
Waardeloze egoïst
Afschuw voor dit soort daden én daders, door ze te presenteren als wat ze zijn kan volgens mij helpen ze te voorkomen. Omdat het dan duidelijk is dat je, door zoiets te doen, de geschiedenis in zult gaan als waardeloze egoïst die het predikaat ‘ouder’ nooit waard geweest is, in plaats van een wanhopige vader.
Ook is het belangrijk om de eerste categorie, de wanhopige vaders, van de tweede, de moordenaars, te scheiden: De meeste wanhopige vaders zouden hun kind nooit iets aandoen, integendeel, de helft van hun leed – gedwongen loslaten – komt voort uit hun behoefte hun kind leed te besparen.
Als veroorzaker van een gezinsdrama ben je een moordenaar. Al zou er maar één zijn die daardoor tijdig bij zinnen komt, is het dat al waard.
Natasha Gerson is schrijfster, kaartlegster en journaliste en werkt momenteel aan een langdurig onderzoek naar dwangarbeid in de Tweede Wereldoorlog.





RSS