Frontaal
Naakt
19 oktober 2011

Wederkerigheid

Frans Smeets


Illustratie: Thé Tjong-Khing

De vraag hoe je moet omgaan met de intimidatie- en vernederjournalistiek van media als GeenStijl en PowNed is lastig. Toch ben je niet geheel machteloos.

Toen Rutger Castricum een bezoekje aan het woonadres van Gretta Duisenberg bracht om haar met een bloemetje in de hand voor antisemiet uit te maken, heeft Duisenberg het voorval voor de rechter gebracht. Tot mijn verbazing kreeg Duisenberg geen gelijk, omdat ze, vanwege haar rol in het publieke debat, wel tegen een stootje moest kunnen.

Iemand thuis opzoeken en voor antisemiet uitmaken, is in Nederland journalistiek, en een onderdeel van het maatschappelijke debat geworden.

Toch heeft de uitspraak grote voordelen als je slachtoffer bent van dit soort hufterjournalisten. Rutger Castricum maakt zelf ook deel uit van het publieke debat en kan zich niet verschuilen achter een soort van ‘journalistieke onschendbaarheid’. Dit betekent in feite dat Gretta Duisenberg ook Rutger een thuisbezoekje kan brengen en hem onverwacht een microfoon onder de neus kan douwen. Eens kijken of hij niet de deur dichtgooit of na regelmatige bezoekjes zelf een Vogelaartje doet.

Want net zoals de dief vindt dat iedereen met zijn tengels van zijn spullen moet afblijven, net zo wil de hufterjournalist niet lastig gevallen worden met zijn eigen methoden. Hufterjournalisten houden niet van hufterjournalisten. Je zou bijna denken dat het een vorm van zelfhaat is.

Een van de grondleggers van de hufterjournalistiek in Nederland, Pieter Storms, klaagt verontwaardigd bij de Raad van Journalistiek als hijzelf onderwerp van discussie wordt door met de grootste oplichtster van Nederland te trouwen.

Als Bert Brussen, die stalken en schelden als handelsmerk draagt, via Twitter en andere media langdurig maar beschaafd gevolgd wordt door Gregor Hakkenberg, briest Brussen verongenoegd dat hij gestalkt wordt en dreigt hij met aangifte. Brussen ziet er geen enkel probleem in om Cohen te ridiculiseren met zijn stottergedrag, maar waag het niet om Brussen aan te vallen op zijn eigen stemgeluid.

Mannen als Marck Burema, Rutger Castricum en Dominique Weesie, die zich het recht toe-eigenen om een ieder te vernederen, schermen zelf hun privé-leven zoveel mogelijk af. Sinds Rutger en Weesie ook nog vader zijn geworden, moeten we opeens afstand houden en begrip hebben voor hun nieuwe ervaringen met kwetsbaarheid. Empathie en mededogen is schijnbaar slechts mogelijk als er een eigen belang is.

Zedenmeester Marck Burema spant de kroon. De man die iedere publieke coïtus meent te kunnen exploiteren doet geen interviews en zorgt dat er geen foto’s en filmpjes van hem op het Internet komen te staan. Ik vraag me werkelijk af waarom de Volkskrant, als ze de man zo graag willen interviewen en een foto willen, dit netjes aan hem gaan vragen. Ga gewoon langs, bel aan, stel vragen en maak een foto.

Als je vernederd bent voor de rest van je leven omdat zedenmeester Burema meende dat je privé-escapades niet door de beugel konden, dan moet je niet kwaad de telefoon pakken of naar een advocaat lopen om vervolgens jezelf wéér op Geenstijl tegen te komen. Een vechtster, zoals de Majesteit, de dronken studente die op GeenStijl voor schut werd gezet, had ook niet naar de rechter moeten lopen, maar een Youtube-kanaaltje, ‘Marck Burema TV‘ moeten beginnen. Tenslotte is onze Marck groot voorstander van burgerjournalistiek. En je hoeft je niet in te houden. Volgens onze Marck is ‘elkaar de huid vol schelden een fundamenteel recht in Nederland’. Zelfs bij anderen naar binnen gluren moet volgens hem kunnen.

Filmpjes met leuke titels als ‘Marck met een poepemmer op de camping’, ‘Marck met bier onder de arm‘, ‘Marck kijkt naar tietjes van buurmeisje‘, ‘Marck bestelt extra tonijn op pizza na bericht over uitsterven tonijn‘, ‘Marck zet alle terrasverwarmers open na bericht over verdrinkende ijsberen‘.

Gaat Burema dan naar de Raad van Journalistiek? Een rechtszaak aanspannen wegens aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer? Hij zou zich onsterfelijk belachelijk maken. Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom Bert Brussen uiteindelijk geen aangifte tegen Hakkenberg doet.

Hufterjournalisten houden niet van wederkerigheid. Ze willen eenrichtingsverkeer. Het is de journalistiek van de rugtrapper. Zodra je het eenrichtingsverkeer opheft door zelf op de persoon te spelen en geen enkele angst of respect voor de hufter te hebben, dan zijn het jankers van de eerste categorie. Wie op het Geenstijl waagt om de naam Burema te noemen of de schrijvers persoonlijk de maat te nemen, krijgt direct een ban. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat ze daar zelf de prijs voor hun hufterigheid betalen.

Het gebruiken van wederkerigheid zou een matigende invloed kunnen hebben op intimidatie- en vernederjournalistiek en daarmee een bescherming kunnen bieden aan een ieder die er geen behoefte aan heeft slachtoffer te worden. Het zou bovendien de hufterjournalisten ontmaskeren: geen hippe en jonge vertegenwoordigers van de netwerkgeneratie, zoals ze zichzelf graag presenteren, maar saaie en cynische mannen die over de ruggen van anderen pubertje spelen. Ze hebben in al hun gemeenheid iets tragisch.

Frans Smeets ziet, buiten zijn vrouw, domrechts als het grootste risico op vroegtijdig overlijden.

Frans Smeets, Roze Khmer