Frontaal
Naakt
24 september 2012

Wij worden langzaam vergiftigd

Dennis l’Ami

De verkiezingskaravaan is tot stilstand gekomen. Lijsttrekkers die elkaar wekenlang voor rotte vis hebben uitgemaakt, moeten er nu samen uit gaan komen. Ondanks de vele uiteenlopende onderwerpen die tijdens de debatten aan bod kwamen ontbrak er echter één belangrijk thema: onze voedselvoorziening.

Het is verbazingwekkend dat er zoveel aandacht uitgaat naar zaken die ons op korte termijn parten zouden kunnen spelen en niet naar datgene wat ons op de lange termijn op de been houdt: ons eetpatroon. Het is namelijk niet zo dat we er in het Westen zo florissant voor staan op dat gebied.

Twintig procent van de kinderen is te dik
In de V.S. is meer dan een derde van alle volwassenen obesitas-patiënt, bij ons ligt dat cijfer weliswaar op tien procent, maar dat is wel een verdubbeling in vergelijking met vijfentwintig jaar geleden. Een schrikbarend cijfer, gezien de snel oplopende kosten in de gezondheidszorg. Nog belangrijker dan de kosten: de volksgezondheid, uiteraard.

Een logische verklaring voor het toenemende lichaamsgewicht is onze veranderde werksituatie. Nederland is een kantoorland geworden en lichamelijk werk doet nu eenmaal meer calorieën verbranden. Bovendien zijn er veel meer producten met vetten en suikers te koop dan vroeger (vooral in snacks) en juist dat laatste raakt ook de jeugd. Volgens kennisinstituut Nicis is in 2015 twintig procent van de kinderen in Nederland te dik, een schrikbarend cijfer. Te veel passieve vormen van vermaak zitten anno 2012 lichaamsbeweging in de weg.

Van de twee hier genoemde oorzaken is aan beweging iets te doen door te gaan sporten of vaker de fiets te pakken. Wat betreft ons voedsel ligt het anders. In één blikje cola zijn ongeveer tien suikerklontjes verwerkt. Weten we eigenlijk nog wel wat we eten en drinken?

Ons voedsel komt van over de hele wereld
Voor de industriële revolutie aten we voornamelijk wat er om ons heen geproduceerd werd. Bij de boer haalde je eieren of je hield zelf een paar kippen. Op elke hoek van de straat zat een slager of een bakker. De wereld was klein en overzichtelijk, wat overigens niet hetzelfde is als beter of slechter.

De industriële revolutie veranderde dit. Het werd mogelijk op grote schaal te fabriceren. Voedselproducenten als Nestlé, Unilever en Danone groeiden in de afgelopen eeuw uit tot multinationals die talloze merken vertegenwoordigen. Ons voedsel wordt niet langer geproduceerd aan de rand van de stad, maar in een ander land of zelfs continent. Bedrijven doen nu eenmaal graag aan schaalvergroting omdat dat kostenbesparing oplevert.

Dit heeft gezorgd voor een situatie waarin de consument het hele jaar door druiven kan kopen, die vanuit de hele wereld worden ingevlogen. Tijdens het druivenseizoen in Europa komen die bijvoorbeeld uit Spanje, buiten het seizoen uit landen als India. Seizoenen bestaan niet meer in onze supermarkten.

Zoutzuur in ons voedsel
Het nadeel van deze manier van omgaan met voedsel is dat producten, die van ver komen, lang bewaard moeten blijven en dus iets nodig hebben om dat voor elkaar te krijgen. Verse producten hebben nu eenmaal de vreemde gewoonte te bederven. Kiwi’s, kant-en-klaar maaltijden, chips, toetjes, cola light, sportdrankjes en winegums: allemaal producten (en talloze andere) waaraan additieven worden toegevoegd om het langer te kunnen bewaren, beter te beschermen tegen insecten of zoeter te maken.

Wie ons beschermt tegen insecten, is dus duidelijk, maar wie beschermt ons tegen de onduidelijke goedjes die de voedselproducenten gebruiken tegen sprinkhanen of het zoeter maken van light-producten? Enkele voorbeelden van gebruikte toevoegingen stemmen namelijk niet bepaald vrolijk, zo leert een snelle inventarisatie.

Aspartaam is een bekende, net als natriumnitraat of zoutzuur. Ja, u leest het goed. Zoutzuur wordt gebruikt als conserveermiddel. Weliswaar in beperkte hoeveelheden, maar toch.

Mononatriumglutamaat is ook een interessante. Deze synthetische smaakversterker wordt aan duizenden levensmiddelen toegevoegd en is er de reden van dat we in één keer een zak chips leeg eten: het stimuleert de smaakpapillen.

Toch zijn de meeste additieven onschuldig en ze passen prima in een gezond dieet, maar helaas worden er ook veel toevoegingen gebruikt die ronduit twijfelachtig zijn, waaronder enkele van de bovenstaande. Het voert te ver hier alle additieven te behandelen die op één of andere wijze verdacht zijn, daarom beperk ik mij tot een berucht voorbeeld.

Apen sterven aan aspartaam
Aspartaam ligt al vanaf het moment van ontdekking onder vuur. Midden jaren zestig werkte James Schlatter bij chemiebedrijf G.D. Searle aan een medicijn tegen maagzweren, toen hij bij toeval aspartaam ontdekte. Deze zoetstof bleek honderdtachtig maal zoeter dan suiker en bevatte geen calorieën.

In de jaren die volgen, wordt het additief onder andere getest op apen. Van de zeven overlijdt er één en vijf anderen krijgen beroertes. Als in 1970 de tot dan toe enige twee in omloop zijnde zoetstoffen, cyclamaat en sacharine, van de markt worden gehaald omdat wetenschappers ze associëren met kanker, ligt het veld open voor aspartaam. Ondanks de tot dan toe alles behalve bevredigende onderzoeksresultaten.

Neuroloog John Olney, wiens onderzoeken ertoe leidde dat monosodiumglutamaat uit babyvoeding werd gehaald, liet G.D. Searle weten dat aspartaam gaten veroorzaakte in de hersenen van muizen. Dit bleek geen belemmering voor het bedrijf om via een strategisch geplande goodwill-campagne een akkoord te krijgen bij de FDA (Food and Drug Administration) voor de verwerking van aspartaam in droge levensmiddelen.

Aspartaam blijft omstreden
Jaren van wetenschappelijke discussies beginnen. Justitie start zelfs een onderzoek naar de onderzoeksmethodes in de laboratoria van G.D. Searle, herroept de vrijgave van aspartaam en eist meer onderzoek. Uiteindelijk krijgt de chemiereus pas in 1981 weer groen licht, als CEO Donald Rumsfeld zijn politieke invloed aanwendt om het predikaat ‘veilig’ te bemachtigen.

Het is een veel gebruikte tactiek. De voedsellobby is een invloedrijke en veel hoge FDA-functionarissen beginnen vaak als lobbyisten voor de producenten om uiteindelijk aan de andere kant te belanden om te ‘oordelen’ over hun oude vrienden.

Lester Crawford, een voormalig hoofd van de organisatie onder George W. Bush, werd in 2006 schuldig bevonden aan belangenverstrengeling. Hij bezat aandelen in bedrijven die hij moest beoordelen en hij was niet de enige. Mede daardoor is aspartaam tot op de dag van vandaag omstreden en dat zal ook nog wel even zo blijven.

Aspartaam veroorzaakt vroeggeboorten
Ook in Europa blijven we niet gevrijwaard van slechte beoordelingen. Uit kamervragen van mevrouw Thieme van de Partij voor de Dieren aan minister van Volksgezondheid Schippers in november 2011 blijkt dat nieuw onderzoek van Thorhaller Halldorsson een verband aantoont tussen het gebruik van aspartaam en vroeggeboorten. Bovendien toont een ander onderzoek van Morando Soffritti aan dat er een verhoogd risico bestaat op long- en leverkanker door het gebruik van aspartaam.

Tevens vraagt Thieme zich af of de minister op de hoogte is van mogelijke belangenverstrengeling bij de EFSA, de voedsel- en warenautoriteit van de EU. Minstens vier leden hebben banden met producenten die zij overigens verzwegen, zo stelt zij in haar vragen.

Gegokt met mensenlevens
Het verhaal staat niet op zichzelf. Er zijn veel additieven die op zijn zachtst gezegd twijfelachtig zijn. Dit terwijl het allemaal zo eenvoudig lijkt: zolang er onzekerheid bestaat over de effecten van een toevoeging wordt er niet gegokt met mensenlevens, maar de voedselindustrie denkt daar schijnbaar anders over. De bakker op de hoek kwam zijn klanten dagelijks tegen, maar de bestuurders die kantoor houden in hoge wolkenkrabbers, zien de consequenties van hun beslissingen niet.

Er trekt een diabetes-golf onder kinderen door de V.S. maar als je die kinderen (voornamelijk uit de lagere klassen) nooit tegenkomt, wat kan het je dan schelen? Officieel zijn zoetstoffen immers geen oorzaak van diabetes. Officieus is het een sluipmoordenaar.

De gezondheidszorg, een andere belanghebbende partij, is van oudsher liever bezig met symptoombestrijding dan met preventie en zal zich niet inspannen om uitwassen in de levensmiddelenindustrie onder de aandacht te brengen. Blijft over: de politiek.

Een supermarkt is geen casino
Via wetgeving is het natuurlijk mogelijk gevaarlijke additieven te verbannen, maar dat zal op Europees niveau moeten gebeuren. De EFSA beslist welke additieven worden toegelaten tot de Europese markt (inclusief de Nederlandse) en voorzien die van een E-nummer. Aspartaam heeft bijvoorbeeld het nummer E951 gekregen, zoutzuur E507.

Om de volksgezondheid op de lange duur niet op het spel te zetten, is absolute zekerheid rondom het gebruik van additieven een vereiste. Een supermarkt is geen casino waar je een soort veredeld Russisch roulette speelt met de gezondheid van klanten.

Als de Europese Unie in de toekomst een geloofwaardige rol wil spelen als wetgevende macht die dicht bij en naast de burger staat, zal zij hier werk van moeten maken. Als je over iets twijfelt, moet je het niet doen, vertelden mijn ouders me altijd. In de voedselindustrie luistert men vooralsnog niet naar hun ouders.

Dennis l’Ami verdient zijn brood als freelance ontwerper en publiceerde vorig jaar de roman De Eeuwige Mens. Lees zijn weblog.

Dennis l'Ami
Reageren? Mail de redactie.