Frontaal
Naakt
9 september 2007

Fatsoen

Willem de Zwijger

Pompeii11 (53k image)

Sjoerd de Jong maakt zich in NRC Handelsblad van 8 september druk over de ’toon’ van ‘het debat’ en de opwinding daaromheen. Over de aanval op Ehsan Jami:

‘Laten we niet vooruitlopen op de strafzaak, de bedreigingen aan het adres van Jami, de verdienen opsporing en bestraffing, maar toch: als Tjibbe Joustra nodig is ons te beschermen tegen een 17-jarige met losse handjes, lijkt de ondergang inderdaad nabij.’

Over toon gesproken.

De Jong weet heel goed dat de nationale terrorismebestrijder – veel te laat – in actie kwam omdat Jami in levensgevaar was en is. Niet vanwege een jongen met ‘losse handjes’. Wie een serieuze bijdrage wil leveren aan de ’toon’ van het debat, moet zijn artikel niet op deze manier beginnen.

De Jong gaat nog even door. Moslims worden aangesproken als ‘geitenneukers of als pooiers van de profeet’ bijvoorbeeld. In werkelijkheid betitelde van Gogh uitsluitend radicale islamisten als ‘geitenneukers – op grond van een seksuologisch advies van één van hun grote voorlieden – en werd uitsluitend Abou Jahjah, die daar als welsprekend intellectueel heel goed tegen bestand was, gejend met het fraai gevonden ‘pooier van de profeet’. Over Ayaan Hirsi Ali: ‘(…) ‘orkaan Ayaan’ die op het schoolplein islamitische kleuters kapittelde over de Grondwet (…)’. Het was niet op het schoolplein, maar in een klas, het waren geen kleuters maar basisschoolleerlingen, en ze kapittelde in het geheel niet maar stelde gewoon een vraag.

Over toon gesproken.

En over goed lezen, goed citeren, goed gedocumenteerd zijn en de feiten kennen en rapporteren. Basisvaardigheden van de hedendaagse journalist, mag ik hopen.

De Jong lijdt aan een groot misverstand over waar ‘het debat’ nu eigenlijk over gaat, en tussen wie het gevoerd wordt. Dat Nederlandse debat gaat niet over de tegenstelling tussen de islam en het westen, en wordt niet gevoerd niet tussen moslims en (bij voorkeur) oudere witte mannen. Het gaat over het handhaven en uitbouwen van de vrije seculiere, tolerante samenleving versus de weg van multiculturalisme en diversiteit. Het debat gaat over integratie en samen leven versus segregatie en conflict.

We zien, feitelijk, in ‘het debat’ aan de ene kant in het geheel geen moslims, maar wel van Doorn, van Thijn, Abrahams, Meulenbelt en de Jong, en aan de andere kant wel ex-moslims als Hirsi Ali, Jami, Ellian en bijvoorbeeld ‘witte mannen’ als Cisca Dresselhuys, Nahed Selim, Paul Cliteur en Max Pam.

Het debat woedt niet tussen de autochtonen en een kwantitatief zeer bescheiden minderheid van migranten, waarbinnen een nog veel bescheidener minderheid een radicaal anti-Westerse en anti-Nederlandse houding heeft aangenomen. Het debat woedt tussen verschillende fracties van de Nederlandse elite, de spraakmakers, de opinieleiders. En het gaat over hele simpele vragen. Bijven we elkaar een hand geven? Blijven we kinderen van het vrouwelijk en mannelijk geslacht met elkaar in contact brengen? Mogen we nog cartoons blijven tekenen, boeken schrijven of films maken? Mogen we nog zeggen en schrijven wat we denken?

Sjoerd de Jong pleit voor het winnen van de hearts and minds van de meerderheid van de Nederlandse moslims. Uitstekende gedachte. Het gaat er wel om waarvóór we die hearts and minds winnen. Is dat voor de seculiere, vrijzinnige samenleving: prima. Is dat voor een angstvallige multiculturaliteit waarin we ons voortdurend zorgen moeten maken of we elkaar niet voor het hoofd stoten: niet.

Geen toekomst voor toonmatigers, of zero-kwetsers. Nergens voor nodig. Ik hoop dat van Doorn zo lang mogelijk blijft leven, zodat hij mij zo lang mogelijk kan blijven kwetsen zonder zijn toon te matigen. Alleen maar goed.

Wie in dit land wil leven, hier wil blijven en gelukkig wil zijn moet vooral de lengte van zijn tenen beperken.

Sjoerd de Jong pleit voor fatsoen in het debat. Fatsoen is goed citeren, feiten goed weergeven, en met elkaar in discussie gaan. Wilders werd fors verguisd vanwege de toon van zijn bijdrage aan het kamerdebat van afgelopen week. Toch citeerde hij allerlei Soera’s over het lot van joden, christenen en ongelovigen, en een fatsoenlijk debat zou vereisen dat tenminste één islamitisch geleerde vervolgens een flink stuk zou schrijven waarom Wilders fout zit met zijn feiten, of met zijn interpretaties van de Koran. Dat stuk kwam er niet.

Fatsoen – en echt respect – is in dit land dat je elkaar zonder blad voor de mond bestrijdt met argumenten. Fatsoen is niet mokkend in de moskee zitten, of zonder weerwoord heilige verontwaardiging ten toon spreiden. Het is niet anderen woorden in de mond leggen die nooit gesproken zijn.

Fatsoen is geëngageerd zijn; het is meedoen.

Willem de Zwijger is ‘de stem van politiek incorrect links’. Hij rijdt een poenige SUV.

Algemeen