Internationals in Ramallah
Hanna Bouaicha

Illustratie: Michel Kok
Frustratie. Dat is het gevoel van waaruit ik nu schrijf. Ze wordt veroorzaakt door een groep mensen die hier rondloopt en die ik de internationals‘ noem. De international is over het algemeen Westers, blank, jong, ongesetteld, idealistisch, links, vegetarisch en op zoek. Misschien wel op zoek naar een handvat voor het hardnekkige post-koloniale schuldgevoel. Ze willen, soms uit principe, in de West Bank wonen en studeren als het even kan Arabisch. Ze werken bij een NGO of zijn bezig met een PHD. Ze overvoeren me met een berg anekdotes ter illustratie van het Palestijnse Leed, dat zij, zoals ze zelf stellen, met eigen ogen hebben aanschouwd. Vooral de verhalen over vernederingen bij de checkpoints doen het goed. Ook de cijfers zijn altijd goed te gebruiken in het verhaal, in absolute getallen worden er meer kinderen vermoord aan Palestijnse zijde dan aan Israëlische zijde. Het eindpunt van de verhalen is altijd duidelijk en voorspelbaar. Israël is de schuldige.
Ik voel al heel lang een weerzin tegen deze groep. Ik wist dat er een moment zou komen om er een stuk over te schrijven. Maar ik wilde het meer tijd geven. Ik wilde niet meteen toegeven aan mijn irritatie. Ik hield mezelf voor dat ik vast niet goed weet wat ze doen, en me langer moet oriënteren voordat ik er iets over kan zeggen.
Dit laatste principe, over wanneer je wel en niet deskundig genoeg bent om over iets te spreken, is ironisch genoeg hetgeen waarop het spaak liep, vanavond in het gezelschap van deze groep. Mijn grens was bereikt toen mij in zoveel woorden werd gezegd dat ik toch eigenlijk niet goed kan oordelen over de Palestijnse zaak omdat ik niet, zoals zij, in de West Bank woon. Aan dovemansoren probeerde ik nog duidelijk te maken dat het scherpstellen van de tegenstellingen, in dit geval op basis van woonplaats omdat ik in West Jeruzalem woon, het gesprek, of wederzijds begrip niet bevordert. Wat we zouden moeten proberen is juist de bestaande referentiekaders te ontstijgen. Wellicht was mijn Engels niet toereikend, want op de een of andere manier werd de zaak in prachtige chique Brits-Engelse termen dusdanig omgedraaid, dat ik uiteindelijk diegene was die hén beledigd had. Enfin, een doodlopend gesprek.
Bij een dergelijke eenzijdige aanval op Israel gaan mijn haren overeind staan. Het gaat me te ver dat geïnsinueerd wordt dat Israëlische soldaten voor de lol kinderen doodschieten, dat is natuurlijk de reinste onzin. Of dat bij alle checkpoints de Palestijnen voortdurend vernederd worden, dat is niet mijn ervaring. Ik vertel dat ik toch ook wel regelmatig wat checkpoints over ben geweest en ik genoeg soldaten op een normale, en soms zelfs vriendelijke manier hun werk zag doen. Maar de ultieme tegenargumentatie daarbij is natuurlijk een wedstrijdje frequentie (wie vaker gaat), en vooral de genadeklap dat mijn perspectief niet van binnenuit is. Eigenlijk mag ik niet meepraten.
Ik laat me niet uit het veld slaan. Ik wil wel erkennen dat een perspectief van binnenuit essentieel is, maar ik sputterde wat tegen en zei erbij dat ik niet bepaald in een ander land’ woon. Dat had ik nou niet moeten zeggen. West Jeruzalem is wel degelijk een ander land, een andere wereld in hun ogen. En dat is nu precies wat mij stoort, het continue denken in die dichotomie, alsof het losstaande elementen zijn. In mijn ogen zijn Israël en de Palestijnse gebieden juist op een pijnlijk onprettige en ongewenste manier onlosmakelijk met elkaar verbonden, althans zoals de situatie nu is. Het feit dat ik niet alleen verschillende plekken op de West Bank heb bezocht, met verschillende Palestijnen in gesprek ben geweest en op een redelijk diepgravende manier de sociaal-politieke context heb bestudeerd, is blijkbaar irrelevant als je niet in Ramallah woont, geen insider‘ bent.
Andersom is de interesse nauwelijks aanwezig. De nieuwsgierigheid naar de andere kant, vanuit Ramallah bekeken is voor sommige internationals beperkt, zelfs als het gaat om basisdingen. Dat bleek wel uit de reactie in gesprek over mijn onderzoek toen ik zei dat de Joodse identiteit complex is omdat het zoveel meer is dan religie. Daar werd met totale verbazing en stelligheid op gereageerd: A Jew is by definition religious, and if he is not, then he is not a Jew‘. Op mijn beurt was ik met stomheid geslagen over dit simplistische perspectief en dacht aan alle Joden die ik sprak en interviewde, en stelde me voor dat deze international hen zou komen vertellen dat als ze dan zo seculier zijn, ze geen aanspraak meer kunnen maken op hun Joods zijn.
Het aanhalen van het Zionisme, een stroming die oorspronkelijk op Joden was gericht maar ook fundamenteel seculier was, verduidelijkte mijn punt niet omdat dan de verwarring rondom de religieuze grondslag van de Israëlische staatsvorming het gesprek alleen maar ingewikkelder maakte. En ik wist dat voor deze international eerst de basis duidelijk moest worden. Namelijk dat voor Joden (het woord zegt het al) de Joodse identiteit belangrijk is ongeacht of en hoe religieus iemand is. Ik vroeg haar of ze zelf veel Joodse Israëliërs had gesproken. Dat bleek niet het geval, en het gesprek viel stil. Wellicht heeft die woonplaats daar toch wel wat mee te maken, maar bovenal is het te wijten aan te weinig inlevingsvermogen en een gebrek aan (basale) kennis.
Over hun werk bij de vele NGO’s die bestaan bij de gratie van het voortdurende conflict, wil ik niet al te veel zeggen behalve dat ik daar sceptisch over ben. Ik heb het vermoeden dat in die sector te veel geld omgaat dat niet constructief wordt besteed, waaronder de salarissen van deze internationals. Mijn grootste botsing met deze groep is niet eens zozeer in een inhoudelijk gesprek over hun werk maar heeft meer te maken met hun eenzijdige mentaliteit en zekere starre houding die daarmee gepaard gaat.
Er zullen vast internationals zijn die oprecht hun idealisme nastreven en, omdat zij zuiver gericht zijn op rechtvaardigheid, wellicht ook nog hun blikveld verruimen naar het slachtofferschap aan beiden kanten. Maar de meesten kiezen duidelijk partij in het aanhangen van het Palestijnse drama zoals één van hen zei: If there is someone that is actually being abused, and there is someone that has a fear of being abused, my sympathy is for the one that is being abused‘. Het is een blinde muur. Maar mijn antenne pikte ook andere signalen op. Ik was positief verrast te horen dat er een outcast groep in Ramallah is van verstoten internationals. Deze verstoting is voornamelijk omdat zij weigeren partij te kiezen en bijvoorbeeld niet alleen Palestijnse maar ook Israëlische vrienden hebben. Dit laatste maar ook regelmatig bezoek aan Israël, terwijl je Palestijnse broeders’ die vrijheid niet hebben, wordt al snel als verdacht en not done beschouwd.
Het extremisme wordt net zo goed gespiegeld aan de Israëlische kant. Van een onderzoekster op dit gebied heb ik begrepen dat daar ook een hele hiërarchie bestaat in de linkse wereld die varieert van gematigd links tot hard core vredesactivisme. Een deel van deze hard core groep worden ook wel refuseniks‘ genoemd. Vanuit hun perspectief worden bijvoorbeeld andere actieve linksigen die niet geheel passen in de definitie en bijvoorbeeld niet genoeg afstand doen van hun Israëlische identiteit weer afgedaan als excuseniks‘. Het is dus nog vrij ingewikkeld om hier op de juiste manier idealistisch te zijn. Als je bij de ene groep wilt horen, val je er bij de andere uit.
Van Palestijnen en Israëliërs zelf kan ik veel meer hebben. Zij zijn ieder op hun eigen manier in meer of mindere mate bezig met het conflict. Maar de internationals zijn een ander verhaal, vooral die irritatie-opwekkende groep. Zo extreem als ze zich inzetten en verbroederen met de Palestijnen, hebben ze soms geen idee hoe sommige Palestijnen eigenlijk over hen denken en op hen neerkijken. In hun ogen voegen zij niets toe en stellen dat wat deze internationals doen weinig met hun te maken heeft. Nee, de international gaat gewoon na X-tijd weer terug naar het veilige en gestructureerde thuisland. Maar niet zonder heftige verhalen over de checkpoints, over de geweldloze’ demonstraties en het liefst worden ze zo lang mogelijk aangehouden op Ben Gurion, want er is niets smeuïger dan het klagen over de Israëlische veiligheidsmaatregelen.
Het eigen land biedt blijkbaar niet genoeg bezigheidstherapie. Ik kan me wel voorstellen dat mensen bijvoorbeeld in Nederland het kleine geleuter zat zijn en elders het avontuur opzoeken met wat voor motivatie of doelstelling dan ook. Maar het zou elke international sieren zich in zijn gastland wat meer bescheiden op te stellen.
Hanna Bouaicha (1974), bijna afgestudeerd socioloog, is Arabier en geïnteresseerd in Joden. Bij voorbaat verdacht! Voor Frontaal Naakt bericht ze regelmatig vanuit Jeruzalem, waar ze de secularisering van joden onderzoekt.





RSS