Nooit meer Vodafone (7)

Peter Breedveld

03 (409k image)

“Er is iets vreselijks gebeurd”, sneerde de Vodafone-advocaat tijdens de rechtszitting. “Breedveld heeft een paar dagen niet kunnen bellen. Nou, nou, wat erg.”

En dat vertegenwoordigt dan een telefoniebedrijf.

Het laat meteen zien wat er fundamenteel mis is met Vodafone: het gaat dat bedrijf niet om telefonie, maar om ons geld. Die telefonie is een vervelende onoverkomelijkheid, nodig om dat geld uit onze zak te kunnen kloppen. Het liefst zou Vodafone gewoon dat geld krijgen en zich dan verder niet met telefonie bezighouden. Want ja, telefonie, is dat nou allemaal zo belangrijk? Moeten we ons daar nou zo druk om maken?

Het was een flauwe afleidingsmanoeuvre van die advocaat, want ik schreef mijn eerste Nooit meer Vodafone-stukje niet omdat ik een paar dagen niet heb kunnen bellen (wat vervelend genoeg is, omdat opdrachtgevers me dan ook niet kunnen bereiken), maar omdat ik vier dagen lang op een vreselijk schofterige manier werd behandeld door een medewerkster van Vodafone.

Dat ik een paar dagen later wél weer kon bellen had niks met enige inspanning van Vodafone te maken. Ik ben uiteindelijk zelf maar naar een belwinkel gestapt om de door Vodafone veroorzaakte problemen op te lossen. Vodafone heeft helemaal niets gedaan. Vodafone nam pas weer contact op toen ik dat stukje had geschreven.

Her en der op Internet wordt beweerd dat ik de onbeschofte Vodafone-medewerkster als de ‘oorzaak van mijn problemen zou zien’ (er wordt naar hartelust geplagieerd op het wereldwijde web, menige Internetscribent gebruikt diezelfde zinsnede). Maar nee, die medewerkster was het probleem. De medewerkster loog, kwam haar beloftes niet na en gaf me een grote mond toen ik erop aandrong om eindelijk eens beweging in de zaak te zetten. Dat gebeurt vaak bij helpdesk– en callcentermedewerkers: ze droppen een probleem in je schoot, verbreken de verbinding als je je laat merken daar niet van gediend te zijn en dan mag je er zelf zien uit te komen. Ze voelen zich vrij om dat te doen omdat ze in betrekkelijke anonimiteit werken. “Wie heeft u dat abonnement verkocht, meneer?” – “Eh ja, hoe heette ze ook alweer… Jolanda, geloof ik.” “Er werkt hier geen Jolanda, meneer.”

“Hij had toch gewoon de klachtenservice kunnen bellen?” jammerde de medewerkster in de rechtszaal. Haar onbeschaamdheid kent geen grenzen. Vier dagen lang heb ik vergeefs geprobeerd iemand van Vodafone aan de telefoon te krijgen die me kon helpen, die alleen maar naar me wilde luisteren. Was het maar waar dat ik ‘gewoon de klachtenservice had kunnen bellen’.

Ik heb de naam van de medewerkster in mijn stukje genoemd omdat ik haar individueel verantwoordelijk stel voor de manier waarop ze mij heeft behandeld. Callcenter-medewerkers zouden zich wel drie keer bedenken voor ze een klant belazeren en schofferen, als ze beseften dat die klant zijn ervaringen wel eens publiek zou kunnen maken, op een goedbezochte website, bijvoorbeeld.

Maar dat heeft de rechter vorige week dus verboden. Als Pietje u een oor aannaait, mag u niet op een website schrijven dat Pietje u een oor heeft aangenaaid, omdat daarmee Pietjes persoonlijke levenssfeer wordt aangetast.

Hoe is die persoonlijke levenssfeer van de Vodafone-medewerkster eigenlijk aangetast door mijn stukje? Ze vertelde de rechter dat haar leven al drie maanden op z’n kop stond. Ze was bedreigd, zei ze. Bewijs daarvoor had ze niet. Ja, één of andere domme oetlul had in een reactie op mijn stuk geschreven dat ik met een keukenmes achter de medewerkster aan zou zitten. Dat was de bedreiging. En bij de medewerkster thuis werd steeds gebeld en als haar moeder dan de telefoon opnam, werd de hoorn erop gegooid. Daar zou aangifte van zijn gedaan bij de politie. Die aangifte werd evenwel niet overlegd.

De rechter, zoals alle rechters in alle uitspraken, bedrijft politiek. Ze schrijft letterlijk dat ze op die hele technische kwestie rond de Wet Bescherming Persoonsgegevens niet eens wil ingaan. Het is haar persoonlijke mening dat de privacy van de medewerkster is aangetast, en dat het mijn bedoeling was om haar reputatie te beschadigen. Ik heb dat tegengesproken, maar ze zegt dat het zo is omdat ik die naam zo vaak heb genoemd (dat dat in de stijl en sfeer van de column past, is voor haar totaal irrelevant). Ik wéét dat het niet zo is, maar de rechter zegt van wel. Ze speculeert. Het is een volstrekt subjectieve uitspraak, die niets met recht te maken heeft, noch met rechtvaardigheid.*

De moraal van dit verhaal: je mag als individu je werk grandioos verkloten, je mag mensen belazeren om je target te halen, het is niet jouw verantwoordelijkheid en je mag er dus niet op worden aangesproken. Je maakt deel uit van een grote organisatie en die is verantwoordelijk.

Dat komt omdat we in een collectivistische maatschappij leven. Heel vaak hoor je dat Nederlanders zo individualistisch zijn, ik moet daar altijd om grinniken. Nederlanders zijn totaal niet individualistisch. Nederlanders zijn schapen.

Ergens op het Internet staat een stukje met de kop: ‘Vodafone komt op voor werkneemster’, maar dat is baarlijke nonsens. Vodafone geeft geen ruk om die werkneemster. Voordat Vodafone de zaak zo op de spits dreef, figureerde de naam van de werkneemster alleen op deze site. Door de rechtszaak die Vodafone tegen mij aanspande, is ze over het hele Internet gaan zwerven. Met vrienden als Vodafone heb je geen vijanden nodig, zoveel is duidelijk.

Neen, het ging Vodafone erom een criticus de mond te snoeren. In de dagvaarding eist Vodafone dat mij verboden wordt nog langer lelijke dingen over het bedrijf te schrijven (en de correspondentie tussen mijzelf en Vodafone te publiceren – klaarblijkelijk schaamt Vodafone zich voor die correspondentie), en daarin is de rechter niet meegegaan. ‘Van onrechtmatig handelen jegens Vodafone is geen sprake’, stelt ze. Ik mag dus gewoon over mijn negatieve ervaringen met Vodafone blijven schrijven. En ik mag de vele negatieve ervaringen van lezers, die mij hebben gemaild, publiceren. En dat ga ik ook doen, de komende weken, misschien wel maanden.

Mij het zwijgen opleggen is dus niet gelukt, al twijfel ik er niet aan dat Vodafone haar juristen weer gaat inzetten om dat alsnog voor elkaar te krijgen.

Hoewel ik weinig vertrouwen in de rechtstaat heb (wie het vonnis goed leest, merkt op dat ik mede ben veroordeeld omdat er plaatjes van naakte, ‘onbekende’ mensen op mijn site staan en er ‘grove taal’ wordt gebezigd), denk ik dat Vodafone toch weer bot zal vangen. Ook al omdat ik totaal niet onder de indruk was van de Vodafone-advocaat, die verbeten stond te schreeuwen alsof ik hem persoonlijk leed had berokkend, en wiens argumentatie er onder andere uit bestond dat de vader van de medewerkster kanker heeft. Het grootste deel van zijn pleidooi besteedde hij aan het zwartmaken van mijn persoontje. De hypocrisie! Je spreekt er schande van dat iemand publiekelijk over iemand anders zegt dat ze onbetrouwbaar en onbeschoft is, en dan probeer je te winnen door de beklaagde en public neer te zetten als onbetrouwbaar en onbeschoft.

Wat heeft Vodafone nu eigenlijk bereikt? Meer naamsbekendheid voor de medewerkster, meer naamsbekendheid voor mijn site en negatieve publiciteit rond het bedrijf zelf, dat zich heeft laten kennen als een arrogante bullebak dat liever een legertje juristen laat opdraven om een ontevreden klant zijn bek te laten houden, dan die klant schadeloos te stellen en zijn excuses aan te bieden.

Goedbeschouwd is Vodafone dus de grote verliezer.

*) De rechter schrijft ook nog: ‘Het feit dat [gedaagde] de artikelen en bijbehorende reacties reeds van de website heeft verwijderd en heeft toegezegd deze niet wederom te plaatsen tenzij de rechtmatigheid ervan in een rechterlijk vonnis komt vast te staan, staat aan het hiervoor bedoelde verbod niet in de weg. Gelet op hetgeen zich tussen partijen heeft afgespeeld kan niet van [eiseres sub 2] worden gevergd dat zij met deze toezegging genoegen neemt.‘ The fucking irony of it.

Lees ook Nooit meer Vodafone deel 1, 2, 3, 4, 5 en 6.

24 november 2007 — Algemeen

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home