Frontaal
Naakt
24 november 2007

Danspartner

Hassnae Bouazza

04 (377k image)

“Rushdie komt.” “Heb je het al gehoord? Rushdie komt naar Nederland.” “Hij is op Crossing Border.” De opwinding was voelbaar en de buzz zeer luid hoorbaar: gisterenmiddag werd Salman Rushdie in het Haagse Theater Diligentia geïnterviewd door hoofdredacteur Emile Fallaux van Vrij Nederland. Mijn oude danspartner kwam naar Den Haag en ik mocht erbij zijn en aanschuiven bij het diner, later op de avond.

Oude danspartner, inderdaad. In 2001, toen hij het Boekenweekgeschenk had geschreven, werd ik zomaar voorgesteld aan de man over wie ik tijdens mijn studie zoveel papers had geschreven en referaten had gehouden. Hij was charmant, geïnteresseerd en later op de avond riep hij me zelfs bij mijn naam (!) om te dansen. Dagenlang heb ik geteerd op de avond dat Rushdie en ik de nacht in dansten. Nu ja, na een paar minuten vond zijn beeldschone vrouw het welletjes en nam ze weer bezit van hem. Met tong en al, en de arme, aanzienlijk oudere Rushdie kon niet anders dan haar proberen bij te houden.

Maar goed, ik had gedanst met Salman Rushdie en iedereen die het maar wilde horen kreeg het te horen. Meer dan eens. Tot vermoeiens toe.

Diligentia, gisterenmiddag: politie voor de deur, detectiepoortjes bij de ingang en de uitdrukkelijke opdracht op tijd te komen, want na aanvang zou niemand meer naar binnen mogen. De setting: een podium met daarop twee bruin lederen fauteuils, twee microfoons, een kan water en een kan jus d’orange (die onaangetast bleef). Het publiek: jong, oud, donker, blank, hip en verlopen nam plaats en wachtte opgewonden op de komst van de auteur die bijna de status heeft van een rockartiest.

Daar was hij dan, en daar zaten wij dan. De fotografen flitsten non-stop tot hun speeltijd voorbij was en ze naar buiten werden begeleid. “Hé, waar zijn ze gebleven?”, riep Rushdie. De lachers waren op zijn hand, de toon was gezet en het gesprek kon nu écht beginnen.

Macchiavelli, Murakami, U2, zijn acteerprestaties, Dan Brown (“Mensen moeten leren beledigingen te incasseren. Ik voel me beledigd door Dan Brown, maar hij hoeft niet dood, hij mag zelfs nog wel blijven schrijven”), Munchkin Coroner uit The Wizard of Oz en Rushdies diepgelovige opa; Rushdie wist precies hoe hij het publiek met zijn anekdotes moest vermaken. Na afloop was er een borrel en etentje voor genodigden. Maar borrels zijn niet mijn ding. Ik kan niet praten over niks met mensen die ik niet ken; ik heb niet het vermogen te doen alsof ik alles wat ooit uit is gebracht heb gelezen, herlezen en toen nog eens goed uitgedacht.

Maar gelukkig was daar de redding: Abdelkader Benali (u weet wel) riep mij tot zich en zijn gespreksgenote, de Palestijns-Amerikaanse schrijfster Susan Abulhawa met wie ik vervolgens geamuseerd Rushdie observeerde die volledig werd ingepalmd door schrijfster Priya Basil. Hij kon zijn ogen amper van haar afhouden, probeerde zijn gezicht in de plooi te houden als iemand anders ook zo nodig met hem moest praten, en richtte daarna meteen weer al zijn aandacht op haar. Toen we plaats mochten nemen aan tafel, was hij als een kleine jongen die zich er toch vooral zeker van wilde stellen dat zijn Priya naast hem zou komen te zitten. En dat deed ze. Alle rest deed er niet toe.

Ik werd geflankeerd door mijn adjunct-hoofdredacteur Pieter van den Blink en de legendarische Patti Smith. Aan de overzijde zaten Benali en Abulhawa. Benali legde vrolijk etend en kletsend uit dat hij eigenlijk helemaal niks met deze avonden heeft en toch ook wel verlegen is. Joh, dat zou je niet zeggen! Hij was zó verlegen dat hij Patti vroeg wie toch de tafeldame was van Rushdie waarna zij op onderzoek uit ging en ons precies de verhoudingen en namen wist mee te delen. Ze adviseerde Benali echter ons vooral wel te geloven als wij dachten dat er meer speelde tussen Salman en Priya.

Een vrouw naar mijn hart, die Patti Smith. Ze liep rond alsof ze twee revolvers droeg in haar holsters, en wat was ze toch leuk. Toen Benali het feestje verliet, kreeg hij van haar de opdracht de volgende dag een spacecake mee terug te nemen. Met Rushdie’s hautaine gedrag (in schril contrast met het interview, hij is een echte vakman) had ze niks. “Als er een etentje voor je wordt georganiseerd, moet je op zijn minst opstaan en met de andere aanwezigen praten”, en gelijk had ze. Haar had hij niet eens aangekeken. En ik, zijn oude danspartner? hoor ik u vragen. Ik was als een vervelende mug. Toen ik me aan hem voorstelde en later weer afscheid nam, zag ik hem echt denken: “Oh Christus, niet weer hè”.

Maar geen onvertogen woord zult u horen. Eerder namelijk, tijdens het interview, nam Rushdie duidelijk afstand van al die mensen die de eigen cultuur zo zuiver mogelijk willen houden en andere invloeden willen weren. “Wat eten jullie hier?”, vroeg hij verwijzend naar alle buitenlandse invloeden op het Nederlandse eetgedrag. “Als mensen beginnen over zuiveren, schoonmaken, dan wordt het gevaarlijk, kijk maar naar de recente geschiedenis in Europa en de etnische zuiveringen. Ik ben tegen schoonmaakmiddel en vóór vuil.”

Voor zijn nieuwe boek, dat in april gaat uitkomen, heeft hij veel research gedaan en hij ontdekte dat er in het oude Venetië al veel Arabische invloeden te vinden waren en hoe, andersom, Venetiaanse glasblazers en tapijtknopers naar het Arabische rijk werden gehaald.

Segregatie van culturen en religies, daar wilde hij niks van weten. Culturen hebben zich altijd vermengd, nergens is ooit een cultuur van ‘vreemde smetten vrij’ gebleven, al beweren sommigen van wel. Een opmerkelijke en zeer welkome uitspraak van de auteur die door vele fanatici wordt gezien als een held in hun strijd tegen de invloed van met name Arabisch-islamitische invloeden.

Wat nou zuiver houden, lekker mixen maar. Al bracht hij het niet in de praktijk en was hij niet weg te slaan bij zijn Indiase vakgenoten. Maar dat geeft niet. Bij deze interculturele dans wil ik hem wel voorgaan.

2008 wordt hét jaar voor schrijfster/journaliste (Vrij Nederland, VPRO, NIO) en Tolk Arabisch/Engels Hassnae Bouazza.

Algemeen
Reageren? Mail de redactie.