Frontaal
Naakt
3 maart 2012

Halfbloedje

Rene Koeman


Illustratie: George Barbier

Nadat mijn oudste zoon in de winter van 1990 geboren was, kregen we natuurlijk eerst familie over de vloer. Felicitaties en o, wat een mooi kind. Later kwamen ook vrienden en collega’s op kraamvisite en toen begon het eigenlijk al. Want familie weet wat ze niet moeten zeggen, maar de periferie had toen al de bruutheid uit te kotsen wat ze denkt. En daar was het dan. Een collega zei het:

“Wat een mooi halfbloedje.”

Echt, ze zei het echt. De moeder van mijn kind ging er niet eens op in. Gewend aan dit soort opmerkingen, lachte ze maar wat. Bij mij trok echter het bloed uit mijn maag. Halfbloedje? Hoezo halfbloedje? Wat bedoel je, is mijn kind maar de helft waard? Nee, nee, zo bedoelde ze het niet, maar kinderen van gemengde stellen zijn toch altijd zo mooi, met die kroeskopjes en dat lekkere kleurtje. Schattig!

Ja, maar waarom noemde ze mijn kind een halfbloedje dan? Is het niet eerder dat mijn kind een dubbelbloedje is? Waar haalde ze het vandaan. Van mijn omgeving, en zeker van de moeder van mijn kinderen, moest ik het maar laten gaan. Maak je niet zo druk, ze bedoelt er niets mee. Het is gewoon een uitdrukking. Nou ik maakte me wel druk en iedere keer als iemand dat woord in zijn mond nam, ging ik er volledig op in. Je noemt mijn kind bij zijn naam, of anders dubbelbloedje. Zo niet, dan kom je bij mij er niet in.

Na korte tijd was het gedaan met die onzin mijn zoon zo te noemen. Dat was nog begin 1991 en toen lieten mensen zich nog aanspreken op onbedoeld racistisch gedrag. Tegenwoordig gaat dat soort mensen juist prat op het expres uiten van racisme.

Ik verlang terug naar de jaren negentig.

Rene Koeman is één van de vaste reageerders op Frontaal Naakt

Gastschrijver