Frontaal
Naakt
13 juni 2012

Voetbal is fascisme

Peter Breedveld


Illustratie: Adolf Heinrich Hansen

Afgelopen zaterdag stond ik bij de slijter, die samen met een andere klant stond te foeteren op “voetbalhaters, die dan expres tijdens een voetbalwedstrijd boodschappen gaan doen.” De slijter zag dit kennelijk als een soort statement, een dikke middelvinger naar de voetballiefhebber, een vorm van sabotage om voetbalminnende middenstanders bij de televisie weg te houden. “Ach”, verzuchtte hij, “ik ben gestopt me eraan te ergeren.”

Het was niet lang meer voor de wedstrijd tussen Nederland en Denemarken zou beginnen, en ik was inderdaad van plan om tijdens die wedstrijd mijn wekelijkse boodschappen te doen. Niet omdat ik voetbalhater ben, maar omdat het dan lekker rustig is in de winkels en ik niet in de rij hoef te staan.

Ik hield mijn mond en rekende mijn wijn af. Daarna rende ik naar de supermarkt om haastig mijn boodschappen te doen, daarbij lichte paniek veinzend, alsof ik bang was het begin van de wedstrijd te missen. Daarna ben ik mijn huis ingevlucht, heb de lamellen dichtgedaan zodat de overburen niet zouden zien dat ik niet in een oranje uitdossing aan de buis gekluisterd zat.

Natuurlijk was ik door mijn gehaast weer van alles vergeten – mijn vuilniszakken zijn bijvoorbeeld op, zodat ik nu plastic draagtassen gebruik – maar ik dorst niet meer naar de supermarkt te gaan, bang om voor een landverradende voetbalhater te worden aangezien. Ik beneed mensen niet, die zich tijdens de wedstrijd gewoon op straat durfden te begeven. Dachten zij dan niet aan hun kinderen, die op het schoolplein zeker het haasje zouden zijn als bekend werd dat hun ouders voetbalhaters waren? Of aan hun familie en vrienden, die geen andere keus zouden hebben dan zich openlijk van hen te distantiëren?

Met een schok realiseerde ik me dat ik niet één oranje kledingstuk in huis heb.

Overdreven? Ik dacht het niet. De sfeer in Nederland tijdens de Europese- of de wereldkampioenschappen voetbal doet denken aan die in de landen die met elkaar in oorlog waren in de Eerste Wereldoorlog. Het nationalisme is één ding, het alomtegenwoordige, lelijke oranje valt met een beetje concentratie ook nog wel te negeren, maar de verstikkende sociale controle wordt alleen maar erger.

Ik heb al eens geschreven over het sociale isolement, waarin ik in 1988 terechtkwam toen bekend werd dat ik de beslissende wedstrijd had gemist waarmee Nederland Europees kampioen werd (en alle wedstrijden daarvoor, for that matter). Ik werd uitgemaakt voor homo en landverrader, soms werd ik domweg niet geloofd. Veel mensen kunnen zich niet voorstellen dat er mensen zijn die niet geïnteresseerd zijn in voetbal. Ook niet als Nederland speelt.

Het is er in de loop der jaren niet beter op geworden. Afgelopen zaterdag werd mij en andere voetbalonverschilligen door normaliter sympathieke en redelijke mensen op Twitter te verstaan gegeven dat we moesten sterven en een GroenLinks-meisje vroeg zich af wat mensen, die niet van voetbal hielden, eigenlijk op Twitter deden. Dat was volgens haar hetzelfde als een sportkroeg inlopen als je niet van sport houdt (wat afgelopen zaterdag in elk geval wel een beetje waar was). Wij mogen simpelweg niet bestaan van de Oranje-fans.

Vorige week las ik op de opiniesite van de Volkskrant een stuk van een zekere Johan Fretz. Die vindt mensen, die niks willen weten van de oranjehysterie, eigenlijk maar asociaal. ‘Ironisch genoeg zijn het vaak de gemeenschapsdenkers, de mensen die straks hopen op ‘een ander Nederland’, die hier niks van willen weten’, aldus Fretz.

Volgens Fretz bevordert voetbal namelijk de wereldvrede. Zelfs Wilders danst volgens hem de polonaise als allochtoon Affelay een doelpunt scoort. Over de feeststemming tijdens het WK voetbal in 2010 schrijft hij: ‘Volslagen onbekenden sprongen elkaar in de armen, de tramchauffeurs drukten onafgebroken op hun luidruchtige bellen, jongens vroegen op straat wildvreemde meisjes ten huwelijk, vingen allerminst bot en vonden dienstdoende agenten eenvoudig bereid de plechtigheden te voltrekken. Wonderschoon.’

Wat een Utopia! Fretz is als een ouwe Stalinist die staatsvijandige elementen uit foto’s wegpoetst en de hemel een tintje blauwer schildert. Weg zijn de zinkende woonboten, de brandschattende voetbalsupporters, de oerwoudgeluiden, de homofobe sneren richting voetbalonverschilligen in zijn socialistisch-realistische schildering van de werkelijkheid. Van het Heizeldrama heeft Fretz nog nooit gehoord, de naam Carlo Picornie zegt ‘m niets, hooligans bestaan niet in het universum van Fretz. Er zijn nog nooit bananen naar zwarte spelers gegooid. Zodra er gevoetbald wordt, verdwijnt racisme als sneeuw voor de zon. Alle Männer werden Brüder.

En wie dan probeert zich te onttrekken aan de dictatuur van Koning Voetbal, terwijl hij toch zegt voor wereldvrede te zijn, is volgens Fretz eigenlijk een miezerige hypocriet. Hij vergelijkt voetbalonverschilligen met ongedierte dat ‘onder stenen vandaan komt gekropen’.

Van Fretz moeten we allemaal gewoon gezellig het Wilhelmus meezingen als het Nederlands elftal speelt en als Nederland verliest, mogen we de volgende dag niet met onze goedgemutstheid te koop lopen. Dan moeten we meerouwen met de Oranjefans.

Doe jij eens even lekker normaal, Fretz. Dit is ook mijn land. Ik eis mijn recht op om niet aan de oranjehysterie mee te doen, zonder te worden verdachtgemaakt of uitgescholden. Voetbal is fascisme en ik zeg nee.

Steun deze site met een kleine donatie (grote mag ook!) via Paypal of stort op rekeningnummer 39 34 44 961 (Rabobank Rijswijk) o.v.v. ‘Frontaal Naakt’.





Peter Breedveld, Voetbal
Reageren? Mail de redactie.