Frontaal
Naakt
31 juli 2012

Konijn

Peter Breedveld

Toch confronterend, zo’n heel konijn uit de Franse supermarkt op je aanrecht. In Nederland koop je je vlees in hapklare stukken die, als je niet beter zou weten, ook zo van een boom geplukt zouden kunnen zijn. Het bloedt zelfs niet meer. Niets herinnert eraan dat er voor dat vlees een levend wezen is gedood. Een dier dat niets dan ellende heeft gekend en dat z’n laatste uren waarschijnlijk in hysterische doodsangst heeft doorgebracht.

Nee, dan dit konijn. De kop zal ik er zelf af moeten halen door het van de romp af te snijden met een mes dat daar eigenlijk niet geschikt voor is, dus ik moet veel kracht zetten. Het is net alsof ik een echt dier de kop afsnijd. Nee, het is een echt dier dat ik de kop afsnijd. Het kijkt me met zijn grote uitpuilende ogen verwijtend aan terwijl ik de nekwervels hoor knappen. Het is alsof die hysterische angst, vlak voordat het zijn laatste adem uitblies, op die kop is vastgevroren.

Fransen wordt vaak verweten dierenbeulen te zijn. Een geestige opmerking, die ik Midas Dekkers eens hoorde maken, is dat in Frankrijk niet de vogels, maar de kogels om je oren vliegen (een verwijzing naar het feit dat Fransen fanatieke jagers zijn).

Maar Fransen zijn zich tenminste bewust van de herkomst van hun eten. Hollanders werpen zich graag – en steeds militanter – op als dierenbeschermers, maar ze eten er geen ons minder bioindustrievlees om. Voor een Nederlander is het makkelijk om het dierenleed, dat ze overal om zich heen zien, los te koppelen van dat smakelijke rechthoekje op hun bord, rosé gebakken met een lekker sausje. Hygiënisch verpakt, gekocht in de Albert Heijn.

In Frankrijk, en trouwens ook in de rest van de Mediterranée, is de consument bewust medeplichtig aan de konijnen-, kippen-, varkens-, eenden-, enzovoortholocaust. Er is geen ontkomen aan. Zelfs in de supermarkt staren de varkenskoppen je gepijnigd aan. De stukken dier zijn herkenbaar als stukken dier. Dat is beter. Ik denk dat het je een bewustere vleeseter maakt. Ik geloof ook dat ritueel slachten – als dat althans wordt gedaan zoals in bijbelse of koranische tijden, waarbij mens oog in oog staat met schaap of geit – mensen meer respect inboezemt voor het dier dat ze eten. In jongensboeken las ik vroeger dat Indianen, als ze een dier hadden gedood, de geest van dat dier in een gebed dankten voor het vlees dat hij de mens gaf.

Ik voel me altijd schuldig als ik vlees eet, en ik zal me altijd schuldig blijven voelen. Het voelt toch verkeerd om een levend wezen te doden voor jouw eigen genot. Maar ik blijf toch gewoon vlees eten. Het is te lekker en ik ben te zwak. Ik heb het ongeveer een jaar volgehouden om vegetarisch te eten, daarna besloot ik om ook weer vis te gaan eten, toen begon ik af en toe weer een stukje wild te verschalken. “Dat komt van een beest dat zijn hele leven vrij in het bos of op de hei heeft geleefd, totdat het op geheel natuurlijke – zij het gewelddadige – wijze aan zijn plotse einde kwam”, zo rationaliseerde ik.

En uiteindelijk ging ik weer gewoon voor de kiloknallers. Met vier kinderen is biologisch vlees eten een ongekende luxe, waar je veel andere leuke dingen voor moet laten staan.

Ik heb het konijn gemarineerd in een mengsel van citroensap, honing en tijm en daarna gebraden in de oven. Fransen zullen vast iets heel lekkers weten te doen met die enge kop, maar ik ben daar teveel Hollander voor – die kop heb ik weggegooid. We hebben het vanmiddag gegeten met geglaceerde wortels en aardappelpuree. Mijn dochter mijmerde tijdens dat repas dat het wel zielig was voor dat konijn, maar ja, vlees is veel te lekker.

Eén van de verslavendste dingen in Frankrijk is boodschappen doen in de hypermarché. Ik ga altijd naar de Lidl – waar je hier eend, konijn, boerderijkip en honderden soorten kaas en worst kunt kopen en dan naar Leclerq, daar tegenover. Ik kan daar uren ronddwalen. Ze hebben daar alles. Voor mijn kinderen is het staren naar de levende kreeften en krabben in een grote waterbak een attractie op zich. Minstens zo leuk als een toren beklimmen of afdalen in een grot.

In zo’n huurhuisje in een naturistendorp is het altijd nogal behelpen, wat koken betreft. Er is nauwelijks een aanrecht en alleen het allerbasaalste keukengerei. Ik vergeet elk jaar weer handige dingen mee te nemen, zoals een staafmixer. Aan de andere kant krijgen mijn gerechten daardoor iets primitiefs, en dat heeft z’n charme. Mijn kinderen zijn in elk geval enthousiast en ik moet me ook beheersen, want als ik heel, heel eerlijk ben, vind ik mijn eigen eten het lekkerst van alles.

witbalk

witbalk

Peter Breedveld, Reizen