Brood en spelen

Frans Smeets

Voor iemand die niet van sportkijken houdt, is het de komende weken weer afzien. De Olympische Spelen komen er namelijk aan. De periodes waarin je zonder sportgezeur aan het maatschappelijk leven kon deelnemen worden steeds zeldzamer. Een incidenteel wedstrijdje is er echt niet meer bij. Oranjeloos inkopen doen is, vooral dit jaar, onmogelijk geworden. De media ademt oranje en de sukkels die zich nog niet hebben laten overhalen tot het kopen van de laatste ADHD-TV via Llenen.nl, krijgen een laatste kans.

In de jaren ‘80 kon men nog vluchten in Linkse media die de sport vooral als een goedkoop middel tot onderdrukking zag. Hieraan kwam een abrupt einde toen de goeroe van intellectueel Nederland, Jack Spijkerman, eeeeh, ik bedoel, Freek de Jonge, na een mislukte actie voor een boycot van het WK in Argentinië, opeens zijn liefde voor het voetbal verklaarde en daarmee deze sport voor links Salonfähig maakte. Binnen enkele jaren werden de voormalige voetbalhaters clubfans en stonden ze te netwerken met het bedrijfsleven in de skybox. Sindsdien durven ook linkse politici niet langer een desinteresse voor het spelletje aan de dag te leggen.

Vroeger had ik de vrouw nog wel eens als bondgenoot. Maar zelfs deze laatste bastion van verzet is gekraakt, nu voetbalhoertjes tot BN-er en mode-iconen zijn verheven.

De aanwezigheid van sport is dermate dominant geworden, dat eigenlijk niemand meer die sport ter discussie durft te stellen. Zelfs de partijen aan de flanken van ons politiek stelsel vrezen het electorale verlies bij kritiek op het oranjegevoel. En de media, ach, de windmolen die media heet, altijd bang voor verlies aan reclame-inkomsten, al zal dit natuuuuurlijk de redactionele vrijheid nooit beïnvloeden.

Oké, dat is allemaal nog tot daar aan toe. Daar valt nog mee te leven. Voetbalsupporters vertegenwoordigen niet zo’n hele grote groep en de kijker met zijn bord op schoot wil niet gestoord worden.

En op zich kun je je aan de meeste sportactiviteiten nog redelijk makkelijk ontrekken; met uitzondering van het WK/EK-voetbal èn de Olympische Spelen. Een jaar met twee van dit soort festiviteiten is afzien voor een sporthater!!

Dit jaar tijdens het EK in Oostenrijk zagen we weer een gesundes Volksempfinden. Volwassen mannen en vrouwen die zich vrijwillig en massaal voor schut zetten met hun debiele oranje sjaaltjes, vlaggetjes, toeters, pruiken, wuppies, welpies en andere prullaria. Nepkrijgers die in samenhorigheid ten strijde trekken, zich massaal moed indrinken en terugkeren van de uitzichtloosheid van de strijd.

Voetbal is dan inderdaad een substituut voor oorlog. De natie mòet verdedigd. Deze massapsychose gaat vervolgens als een nachtkaars uit bij uitschakeling. Het doet me altijd een beetje denken aan de orgie in het boek Het Parfum van Susskind, waarna iedereen de volgende dag alles collectief uit schaamte vergeet en gewoon weer aan het werk gaat.

En riskeert u het niet om, op straffe van excommunicatie, u hieraan te ontrekken. Ten tijde van oorlog gelden andere wetten en de doodstraf voor verraders!!

Deze nationalistische massapsychose is natuurlijk voor het nihilistische bedrijfsleven een marketingeitje om hun omzet een procentje te laten stijgen. Ze kunnen precies in hun agenda kijken wanneer ‘het feest’ weer MOET beginnen en proberen het vuurtje tot ongekende hoogte op te stoken. De Blokkerbrulleeuw als Nederlandse identiteit. Het klopt wel.

Voor de staat zijn deze collectieve uitingen echter een belangrijke verwelkoming ter versterking van de cohesie tussen haar en haar onderdanen, de legitimatie van het eigen regime en de bevestiging van de grootsheid van het eigen land. Sportfestiviteiten zijn een buitenkansje voor de overheid. Dat wisten ze in de oudheid al. Dit verklaart waarom de overheid de sport zo’n warm hart toedraagt en zich er zo intensief mee bemoeit. Voor de sporters mag de sport misschien niets te maken hebben met de politiek, voor de politiek is sport gelijk aan politiek. Met name in onzekere tijden zie je de politiek hopen op een sportieve overwinning. Een tranende sporter bij Het Wilhelmus onder de schaduw van de gehesen driekleur. Dè natte politieke droom van elke Balkenende.

En dan krijgen we dit jaar dus ook nog de Olympische Spelen: het grootste politieke spektakel van de wereld, plaatsvindend in de grootste dictatuur van de wereld. Een mooie combinatie. Het toernooi waarin ieder land zijn eigen grootsheid kan laten zien, waar men met de hoeveelheid medailles zijn positie in de wereld kan ijken en waar nieuwe machtsverhoudingen zichtbaar worden. Dat was in 1936 zo, dat was tijdens de koude oorlog zo en dat is nog steeds zo. En er kan, last but not least, veel geld verdiend worden.

Zelfs voor onze calvinist Balkende zijn deze belangen groot genoeg om onderdanig op de schoot van een communistische heilstaat te gaan meeklappen. Arme sporter die aan een Chinees mag laten zien dat daar zìjn Grote Leider zit.

Een samenraapsel van nationale politici, het hoerige bedrijfsleven, wethouders Hekkings, vadsige Willem, sportmongool Terpstra en natuurlijk onze Babyboomer Freek die in gezamenlijkheid van het eigenbelang en over de rug van de sportsukkels, de parade gaan afnemen. Dit alles, terwijl politieke gevangenen op enkele kilometermeters wegkwijnen. Dat heeft volgens Freek tegenwoordig te maken met cultuurverschillen. Volgens mij heeft Freek persoonlijk gewoon even niets te winnen bij het innemen van een anti-Chinastandpunt. Strijd is namelijk vooral fijn als je van te voren weet dat je aan de goede kant van de moraal staat. Bah, zo’n typisch babyboomtrekje.

En vervolgens verwachten we van de Sporters een gebaar! Een soort dromerig verlangen van de media om beelden vast te leggen als die van de Black Power-beweging in 1968. Van den Hoogenband met Tibetaanse haarsnit en onze Freek op de achtergrond met zijn hypocriete duim omhoog.

Als ze mensenrechten werkelijk zo belangrijk vinden, waarom boycotten de media de Olympische Spelen niet? Stel je eens voor, een Olympische Spelen zonder berichtgeving. Dàt zou pas een statement zijn! Waarom moet iemand anders, en in dit geval de zwakste partij, de prijs betalen voor hun behoefte aan moraliteit (lees: nieuws). Er is niets dat de kranten belet om zelf in actie te komen. Breng een krant uit met daarin een foto van ‘De geëxecuteerde’ van de Dag” en plaats deze op de voorpagina. Stuur de journalisten op pad met een ‘Free Tibet‘-petje of hou gewoon je mond, zoals de meeste hun mond dicht houden.

Geen enkele krant of ander medium zal echter zelf een duidelijke positie innemen met als argument, dat de berichtgeving objectief hoort te zijn en dat ze slechts het nieuws brengen. Gaaaaap. In feite bedoelen ze, dat ze bang zijn voor verlies aan reclame-inkomsten en willen ze hun sportlezers niet voor het hoofd stoten. Daarmee zijn ze in feite al een gewillig en onderdanig verlengstuk van de Chinese Olympische propaganda. Hoezo objectief?

De media verwacht van de sporters een signaal en gaat ondertussen zelf ongebreideld door de China-hype te exploiteren. De publieke omroepen sturen vetbetaalde Rosenmuller naar China en hebben de hele maand augustus ‘China-filmmaand’. De kritische films zijn aan het eind van de dag, zodat reclamebelangen van de Rabobank met zijn hockeymutsjes niet in het geding komen. En dan hebben we het nog niet over de sportjournalisten die mogen aanschuiven aan Het Chinese Banket.

In mijn eigen kunstwereldje zijn de Chinese items ook niet aan te slepen. Het Groninger –en Drents Museum staan het gehele jaar in het teken van China met de expositie genaamd ‘Go China‘. Kunst, goedgekeurd door de Chinese overheid en de tentoonstellingen persoonlijk geopend door de Chinese ambassadeur. Nou heeft kunst natuurlijk wel belangrijkere dingen aan het hoofd dan zich bezig te houden met futiliteiten als mensenrechten, dat begrijp ik ook wel.

Het bedrijfsleven, de politiek, de media en de kunst, allen zijn ze om uiteenlopende redenen Chinageil en dansen ze mee op de vulkaan. Het bedrijfsleven uit winstbejag, de politici uit opportunisme, de media uit afhankelijkheid en lafheid, en de kunstwereld heeft al dertig jaar geen eigen mening meer. Van het bedrijfsleven en de politiek kun je het verwachten dat ze over lijken gaan, maar vooral van de laatste twee zou je een meer onafhankelijke, vechtlustige en vrijheidslievende positie willen. Helaas hebben ze het verdedigen van mensenrechten moreel uitbesteed aan de sporters.

Dat belooft veel goeds voor de Nederlandse toekomst.

Go China!

Kunstenmaker Frans Smeets houdt van nestbevuiling en heeft een kunstwerk over de kunstwereld gemaakt.

6 augustus 2008 — Algemeen

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home