Frontaal
Naakt

Aurawroeters

Loor

ubnudismo5 (67k image)
Foto: UrbaNudismo

Op mijn shortlist van Meest Onverdraaglijke Zaken staan, behalve Appelmensen en Eetpraters, ook de Aurawroeters.

Aurawroeters zijn mensen die achter je staan in een willekeurige winkel, meestal een supermarkt, en voortdurend met hun boodschappenkar zachtjes tegen je aanduwen. Als ze geen boodschappenkar bij zich hebben, maar gebruik maken van een winkelmandje, gaan ze heel dicht achter je staan. Zo dicht, dat ze dus als het ware in je aura zitten te wroeten, waarbij heel belangrijke energievelden worden verstoord.

Om te beginnen geef ik zo’n wroeter de Blik. De Blik, gelooft u mij, is in mijn geval vaak afdoende. Maar Aurawroeters zijn niet voor niks Aurawroeters. Ze wroeten en duwen en hijgen in je nek, alsof ze zelf totaal ongevoelig zijn voor ongewenste aanrakingen van vreemden.

Als de Blik niet afdoende blijkt te zijn, schuif ik steeds een stuk naar voren, daarbij veelbetekenend omkijkend en non-verbaal duidelijk makend dat ik wat ruimte wens. Maar bij de Aurawroeter komt ook die weinig subtiele boodschap niet aan – hij schuift gewoon hardnekkig mee. Ik een stap naar voren, hij ook meteen een stap naar voren. Met een beetje pech sta ik dan zelf binnen de kortste keren in de aura van degene vóór mij te graven, met alle gevolgen van dien.

Na de ook al niet voldoende afstand scheppende schuifsessie, met bijbehorend geërgerd omkijken, volgt het terugduwen. De wroeter was gewaarschuwd, nietwaar? Eerst zachtjes, alsof het per ongeluk gaat, maar meestal ontaardt mijn geduw in een stevige zet naar achteren, gevolgd door een overduidelijk geveinsd: “O, neemt u me vooral niet kwalijk. U staat ook zo dicht op me!”

Dat het schuiven en duwen ook dan gewoon doorgaat, is typisch des wroeters.

Nou kan ik nog een heel betoog gaan houden over mijn daaropvolgende boze gemurmel, gezucht en het nog bozer laten rollen van mijn ogen, maar een en ander spreekt voor zich.

Aurawroeters hebben soms geluk, als de caissière heel vlug werkt. Maar als het te lang duurt, en mijn hielen en achterbenen de kar van de wroeter net iets te vaak tegen zich aan hebben gehad, is de maat vol, en rest me niets anders dan verbale duidelijkheid: “Meneer! Het gaat allemaal echt niet sneller als u tegen me aan blijft botsen met uw karretje. Ziet u niet dat ik inmiddels niet meer voor- of achteruit kan? Gráág! Afstand! Houden! Dank u hartelijk, dank u zeer!”

Ja, en dan ben ik natuurlijk de dorpsgek, de onverdraagzame kakmadam en, jawel, hondsbrutaal. Ook dat nog.

Als ik dan eenmaal aan de beurt ben bij de kassa, begint het ge-tssss! en ge-tssssk! van de tot leven gewekte Aurawroeter, die altijd wel een medestander weet te vinden in een andere rij. “You are losing air!” bijt ik de sissende wroeter nog toe, om dan als de wieswiedeweerga te ontsnappen aan de minigijzeling van zojuist.

Aurawroeters, met name die met een slechte adem, een klapperend gebit, een natte rokersjas of een niet te stelpen loopneus, zijn overal. Let u de komende tijd maar eens goed op.

Loor (1967) heeft sinds kort haar eigen webstek, Loor schrijft!

27 augustus 2008 — Algemeen

Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home