De mensen achter de Demmink freak-show: Jan Poot en Robert Rubinstein
Jeroen Hoogeweij

Eergisteren was de laatste dag van de door stichting de Roestige Spijker georganiseerde getuigenverhoren. Beoordeeld moest worden of een door deze stichting uitgebrachte documentaire over Joris Demmink en zijn vermeende kindermisbruik rechtmatig was, maar eigenlijk was het een PR-show die de bedoeling had zoveel mogelijk aandacht te trekken voor de haatcampagne tegen Demmink, die al jarenlang rondzingt op het internet en in de mainstream media.
Die opzet isruimschoots geslaagd, hoewel er waarschijnlijk geen meerderheid gevonden kan worden voor een parlementair onderzoek. Daarvoor waren de uitkomsten van de getuigenverhoren echt te mager. Het is toch een bepaald soort mensachtigen dat zich door dit soort van opgeklopte lucht laat overtuigen.
Onzedige praktijken
Het was een wonderlijk schouwspel dat eigenlijk niets opleverde: we zagen een labiele Bart van W. die claimde als prostitué gewerkt te hebben en zich pas jaren later realiseerde dat het misschien wel Joris Demmink was die van zijn diensten gebruik maakte, hoewel hij niet echt een visuele herinnering van die klant had en zijn achternaam nooit hoorde, twee rechercheurs die elkaar tegenspraken over de vraag of Demmink wel of niet in een onderzoek tegen hem voorgekomen zou zijn, een voormalig secretaresse op justitie die met klem ontkende jongens geregeld te hebben voor Demmink en dit dan ook niet aan twee gevangenisdirecteuren verteld had, de twee gevangenisdirecteuren die dan weer het tegenovergestelde beweerden, oud-politieman Klaas Langendoen die twee Turkse jongens sprak die hem vertelden misbruikt te zijn door Demmink, Henk Krol, die zichzelf onsterfelijk belachelijk maakte met de claim dat een “gewone” gaypornofilmkinderporno zou zijn, een oud politieagent die claimde dat Demmink ooit onderzocht zou zijn, maar het onderzoek weer gestaakt werd en als laatste passeerde een oud chauffeur de revue die zich meende te herinneren dat de chauffeur van Demmink iets zou hebben gezegd over onzedige praktijken op de achterbank met een meerderjarige jongen. Een gerucht dat door de betreffende chauffeur ontkend wordt.
Pijpen dansen
Het werkelijke verhaal ligt dan ook niet bepaald bij de losse fodders en natte scheetjes van die ‘getuigen’, het gaat om welke mensen er precies achter deze hetze zitten en wat ze drijft.
Ik schreef het al eerder, dan komt de naam Poot bovendrijven, die niet gedreven wordt door verontwaardiging over de beschuldigingen van kindermisbruik aan het adres van Demmink zoals hijzelf stelt, maar gewoon wraak wil nemen op de Nederlandse rechtsstaat, die niet naar zijn pijpen wilde dansen.
Na twintig jaar obsessief procederen omdat zijn megalomane bestemmingsplan voor Chipshol niet goedgekeurd werd, gooide hij de handdoek in de ring en schreef in een paginagrote advertentie in Trouw en het Haarlems Dagblad van 13 december 2012:
Een aantal Amerikaanse litigation funds – die het uitsluitend om geld te doen is en die geen genade kennen – willen gaarne de strijdbanier overnemen. vandaar dat deze advertentie, nr. 89, mijn laatste is.
Veroordeelde misdadiger
Door medestanders van Poot wordt vaak geroepen dat het allemaal om ‘gerechtigheid’ zou gaan, maar deze uitspraak is toch vrij ondubbelzinning: het gaat niet om gerechtigheid, niet om een zogenaamde strijd tegen kindermisbruik, maar om geld. Niets anders.
Kort voor de opmerkelijke uitspraak van Jan Poot werd Stichting de Roestige Spijker opgericht door snake oil salesman Robert J. Rubinstein. Deze is eigenaar van het schimmige bedrijfje TBLI dat zich ogenschijnlijk bezighoudt met maatschappelijk verantwoord ondernemen, sustainability en het milieu, maar in wezen eenfront is voor wat bekendstaat als ‘greenwashing‘: Rubinstein adviseert bedrijven om zich groener, of maatschappelijk verantwoorder voor te doen dan ze eigenlijk zijn.
TBLI is dan ook een volstrekte onbekende bij een partij als Greenpeace. Zijn netwerk bestaat niet bepaald uit milieu-activisten, maar uit republikeinen, klimaatsceptici, aandrijvers van de Tea Party-beweging, grootvervuilers en zelfs een veroordeelde misdadiger als ‘Casino’ Jack Abramoff. Rechtse tot extreemrechtse elementen uit de Amerikaanse politiek die werkelijk niets met het milieu hebben, maar wel graag geld verdienen aan het meerijden op debandwagon van hernieuwd milieubewustzijn. Voorwaar een Triple Bottom Line Investment. Het is vooral de bottom line van Rubinstein om met behulp van bakken PR een friendly face op te zetten, waar een veel duisterder en hebzuchtiger werkelijkheid achter schuilt.
Oudtestamentische wraakzucht
Hetzelfde truukje haalde Rubinstein ook uit met de oprichting van de Roestige Spijker. Ogenschijnlijk is het een stichting die gerechtigheid zoekt, zich inzet voor klokkenluiders en een vuist maakt tegen kindermisbruik, maar eigenlijk is het een PR- en lobbyclubje dat zich de ondermijning van de Nederlandse rechtsstaat ten doel stelt en hoopt door het verdachtmaken van Joris Demmink de miljardenclaim van Chipshol open te kunnen breken. Zonder genade en het gaat alleen om geld; precies wat patriarch Poot in zijn oudtestamentisch aandoende wraakzuchtigheid aankondigde.
Tijdens een interview met Talktomyra werd Rubinstein gevraagd waarom hij zijn stichting begon en het is opvallend dat hij met geen woord rept over kindermisbruik. In plaats daarvan zegt hij:
Ik had contacten met verschillende mensen de laatste jaren zoals Adèle van der Plas, de familie Poot, die vertelden me alles wat er gaande was met Demmink. Ik wist dat Nederlanders corrupt waren, maar het niveau van corruptie stijgt boven alles en wat me het meeste stoort is dat de media helemaal niks deden. Echt helemaal niets. En ik weet dat ze incompetent zijn, maar dat ze ook laf waren, dat kon ik me niet voorstellen. Dus ik had contact met een advocaat die een idee had hoe we kunnen zaken forceren
Geld voor vriendschap
Dat is juist. Contacten tussen Rubinstein en de familie Poot bestaan al minstens sinds 2007, toen Peter Poot -zoon van- een keynote speaker was tijdens een door TBLI/ Rubinstein georganiseerde conferentie, waar deze de megalomane en terecht afgewezen bestemmingsplannen van de familie Poot met Chipshol uiteenzette.
De contacten tussen Rubinstein en Poot zijn sindsdien warm gebleven en tot op de dag van vandaag is hij dan ook een friend of TBLI, een ‘vriendschap’ waar je Rubinstein overigens geld voor moet geven. Hoe meer je betaalt, hoe bevriender je met hem bent. Daarnaast blijkt uit dit citaatje dat hij niet alleen de belangen van de familie Poot behartigt, maar ook die van de drugsmafia van Baybasin, de Pablo Escobar van Europa.
Gewetenloos geëxploiteerd
Baybasins advocaat, Adèle van der Plas, verscheen dan ook braaf op kosten van de familie Poot in het Amerikaans congres, waar al eerder een haatcampagne gevoerd werd tegen Demmink en de Nederlandse staat. Deze faalde al even hard als de recente getuigenverhoren. De eerdere campagne in de VS werd overigens georganiseerd door Jack Abramoff, eveneens een goede vriend van Rubinstein, die ook al keynote speaker was tijdens één van zijn ‘idealistische’ conferenties.
Het is te hopen dat deze freak-show van Rubinstein, waarin het rechtsgevoel van Nederlandse complottertjes gewetenloos geëxploiteerd wordt, eindelijk voorbij is na deze laatste ronde van getuigenverhoren. Er is nu wel weer voldoende schade aangericht.
Eerder gepubliceerd op Swap I. Chou, ‘complotblog voor anti-complotters’. Jeroen Hoogeweij heeft een Twitter-account maar hij is actiever op zijn Facebook-account.





RSS