Frontaal
Naakt

29 mei 2014

De uitvinding van Israël

René Süss

FKK1

De Israëlische historicus Shlomo Sand heeft in zijn beide boeken over het volk en het land Israël, wat mij betreft, gelijk dat hij korte metten maakt met de biologische factoren die een rol zouden – moeten – spelen bij de wording van Israël. Het volk en het land zijn cultureel-historische gegevenheden.

Sands boek over het land Israël vind ik overigens sterker dan dat over het volk. Hij blijkt namelijk weinig waarde te hechten aan de religieuze impact van het gegeven van het volk, dat bij Sinaj werd ‘geboren’. Uiteraard is het fictie (een ‘Erfindung‘). Het is tegelijk een subliem verteld verhaal (Exodus 19-20), waaraan je je kunt kommitteren. En dat is ook gebeurd, de eeuwen door.

Joodse herinnering

Daar heeft Sand helaas weinig oog voor. Zo heeft hij in zijn boek over het Joodse volk niets te melden over de inhoud van Joods religieus leven; hij gaat eraan voorbij alsof het nimmer bestond. Tora, Talmoed, Joodse liturgie, de gebeden voor Zion of de kracht van de Joodse collectieve herinnering zijn in zijn eerste studie praktisch afwezig. Dat lijkt mij een groot manco.

In dit stuk zal ik mij richten op Sands tweede boek, over het land Israël als ‘uitvinding’.

Zionistisch geïnspireerde uitvinding

Voor Sand is het land een zionistisch geïnspireerde uitvinding, die niet in overeenstemming is met de Joodse traditie. Met een keur aan argumenten onderbouwt hij deze stelling. Hij maakt voor mijn besef overtuigend duidelijk dat de aanvankelijke aarzelingen van de Joodse geestelijke leiders met betrekking tot het zionisme hun oosprong hadden in het hart van de Joodse traditie, namelijk in de Talmoed, in de zogenoemde drie eden. Zij luiden:

a) De Heilige bezwoer dat het volk niet gesloten, dat wil zeggen als een muur en met geweld zou mogen optrekken (Verwijsplaatsen: Hooglied 2:7, 3:5, 5:8)

b) De Heilige bezwoer Israël zich niet te verzetten tegen de wereldlijke volkeren.

c) De Heilige bezwoer dat Israël niet overmatig zou worden geknecht.

Heilig land

De – terechte – angst van de rabbijnen was dat het juk van de geboden afgeworpen zou worden en dat alleen het nationalisme over zou blijven. Sand: ‘In het zionisme loste het land de Tora af en nam de verering van de toekomstige staat de plaats in van de onvoorwaardelijke trouw aan God.’

Kortom, voor de zionisten veranderde het heilige land, een theologisch gegeven, in het land Israël, een sociaal-nationaal, politiek gegeven. De Joods-halachische elementen werden, om zo te zeggen, genationaliseerd.

Verlangen naar Zion

En het zogenoemde eeuwige verlangen naar Zion dan? Dat is een mythe, die niet aan de werkelijkheid beantwoordt. Sand toont het overtuigend aan, immers:

Wanneer Joodse gemeenschappen als gevolg van vervolgingen uit hun woonplaatsen werden verdreven, zochten zij geen toevlucht in hun heilige land, maar spanden ze zich op alle mogelijke manieren in om elders asiel te vinden.

En dat gold niet alleen voor gemeenschappen, maar veelal ook voor individuen.

Bescherming en rechtsgelijkheid

Zoals zo vele voorvechters van idealen, ook van zionistische, zou Theodor Herzl, die aan de wieg stond van het moderne zionisme, zich omdraaien in zijn graf als hij zag en hoorde wat er tenslotte – bijna vijftig jaar na dato! -, in Israël, de reële ‘Judenstaat‘, van de zijne terecht is gekomen:

Onze voorvaderen waren in meerderheid niet in het land geboren, maar veroverden het en het recht dat ze daarmee verwierven, verwierven zich ook degenen die het na ons veroverden. (…) En als het zo uitkomt dat er mensen van een ander geloof of een andere nationaliteit onder ons wonen dan zullen wij ervoor zorgen dat zij een fatsoenlijke bescherming en rechtsgelijkheid genieten.

De enige democratie in het Midden-Oosten?

Een belangrijke vraag in verband hiermee: Is Israël wel een democratie, en wel de enige in het Midden-Oosten, zoals graag wordt beweerd? Zeker, voor de Joodse inwoners is dit het geval. Maar een derde van de andere bewoners van de staat beschikt niet over gelijke burgerrechten. Israël een democratie? Die vraag kun je niet zonder meer positief beantwoorden.

Waarom zouden Joden, die tweeduizend jaar niet in het land leefden, een bezitsrecht mogen claimen, terwijl de bevolking die er eeuwen wel leefde, dit recht wordt ontzegd?

Joods gen

De beslisssing van de rabbijnen om de moeder maatgevend te laten zijn bij de bepaling van de Joodse identiteit lijkt mij nogal aanvechtbaar, al is zij begrijpelijk in een tijd dat er nog geen dna-tests bestonden.

Wat is een Joodse moeder of een Joodse grootmoeder? Zoals de nazi’s hun theorieën dienaangaande niet rond kregen, zo lukte dit ook de rabbijnen niet. En de zionisten deden in feite hetzelfde als die nazi’s: op zoek gaan naar een Joods gen.

Biologisch-deterministische factor

Hoewel dat vanzelfsprekend niet werd gevonden, bleef een biologisch aura rond de Joodse geschiedschrijving hangen. Biologische factoren werden kennelijk onmisbaar geacht voor de samenhang van een Joods volk waarmee een staat pas kan worden gesticht.

Ten onrechte, lijkt mij. Het is geen goede zaak om ter bepaling van de Joodse identiteit toch weer een biologisch-deterministische factor binnen te smokkelen. Daar verzet Sand zich zeer terecht tegen.

Gekozen volk

Jood ben je door ervoor te kiezen om het te zijn. Bij Sinaj werden de kinderen Israëls tot een volk, op grond van een belofte (Exodus 24:7): ‘Wij zullen doen en horen’ (merk de volgorde op!) Dit nu is het gezelschap, namelijk dat van het gekozen volk, waarin die Joodse moeders en grootmoeders in hun voorgeslacht zijn te localiseren en nergens anders.

Nota bene – en daarmee ben ik bij waar Sand heen wil -: de geboorte van het volk vond plaats bij de Sinaj, dat is in niemandsland!

Beloofde land

Dat wil zeggen dat er geen gebied is waarop dit volk van nature en exclusief aanspraak zou kunnen maken. De term het beloofde land, beter: het land van de belofte, is conditioneel te verstaan; het is het land waar de Tora gestalte krijgt. Zo niet dan gelden Mosché’s woorden in Leviticus 18:24-30.

Het land hoort dus niet automatisch tot de Joodse identiteit. Anders gezegd: in de drieslag G’d, Israël, en de Tora is het land niet inbegrepen. Het is beloofd en het mag worden geleend, beheerd en gebruikt, maar het blijft het onvervreemdbare bezit van JHWH: Exodus 19:5, Leviticus 25:23.

Om het even actueel te maken: kortgeleden vierden wij weer de jaarlijkse Seider. ‘Volgend jaar in Jeruzalem’, klinkt als afsluiting van de Hagada shel Pesach. Het was en het is nog steeds een gebed om een spoedige verlossing; het wordt ook in Jeruzalem gezegd! Het is geen appèl om spoorslags naar het land te vertrekken!

Filosemitisme en antisemitisme

De ‘onopgeefbare verbondenheid’ met het volk Israël is in de kerken in positieve zin in de plaats gekomen van de traditionele, negatieve invulling van het begrip Jodendom. Waren we vroeger uitzonderlijk in negatieve zin, nu zijn we het in positieve. Het blijkt nog steeds onmogelijk om ons, Joden, zakelijker in het vizier te krijgen, terwijl dat nu juist zo gewenst is.

Nota bene: filosemitisme en antisemitisme zijn de twee kanten van dezelfde medaille.

Onopgeefbare verbondenheid

In het Gast-huis Magazine van maart 2014 maakte ik in het kader van een aantal opmerkingen over de Joods-christelijk dialoog – die voor mijn besef niet bestaat en ook niet kan bestaan; een gesprek is iets anders – bezwaar tegen de term ‘onopgeefbare verbondenheid’, die in de kerkorde van de PKN werd opgenomen zonder dat de consequenties ervan voldoende zijn doordacht. (Joden hebben er ook niet om gevraagd, maar dit terzijde.)

Die onopgeefbare – een niet bestaand woord! – verbondenheid leidt tot overspannen eisen en verwachtingen waaraan niet kan worden voldaan. Gevolg: wederzijdse frustraties waar niemand iets mee opschiet. In de zin van een onmythologisering van het volk en het land, in de lijn van Sand dus, zou het gesprek een stuk zakelijker kunnen worden gevoerd.

Kerkelijke benen

Voldoende hiervoor is de schepselmatige verbondenheid die elk mens verbindt met zijn medemens. Die nu is uit de aard der zaak ‘onopgeefbaar.’ Het zou kunnen dat Sands beschouwingen de kerkelijke benen weer wat meer op de grond brengt.

René Süss heeft een nieuw boek uit: Sjabbat Sjalom, een verzameling ‘droosjes’, korte toelichtingen bij Tora-teksten. Eerder schreef hij onder andere Luthers Theologisch Testament, zijn proefschrift over het virulente antisemitisme van Maarten Luther. Hij maakte er een paar vijanden mee. Ook schreef hij De Geest Bemint de Buitenkant, over de lichamelijkheid in het jodendom en Luther, een Sympathieke Potentaat.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home