Frontaal
Naakt
21 april 2006

Kanker

Peter Breedveld

Buik0 (60k image)

Ik heb het toch al niet zo naar mijn zin, op de fiets naar het station. Ruzie met moeder de vrouw om niks en dat is altijd lullen tegen een muur. Of liever: tegen een marmeren godin van ongenaakbare morele superioriteit en daar word ik altijd razend van. Dus ik probeer mezelf wat op te vrolijken met Fatso Jetson, keihard op mijn CD-speler, wanneer daar opeens allerlei dierlijke geluiden doorheen klinken. Ik kijk naar opzij en zie een scooterrijder naast me die me blijkbaar aan het uitschelden is. Ik haal de oordopjes uit mijn oren en ja hoor, de kankermongolen en kankerhonden vliegen me om de oren. ‘Dat laat ik vandaag een keer niet over mijn kant gaan, klojo’, denk ik en ik stop meteen, stap van mijn fiets en loop naar de zak menselijke faecaliën die ook is gestopt.

Terwijl hij van zijn scooter afstapt en zijn helm afdoet gaat hij onverstoord door met schelden. “Kankermongool!! Vuile kankerhond!! Je zag me toch aankomen!!” Ik kijk hem aan en roep: “Doe es effe normaal, idioot! Ben je niet goed wijs of zo? Zo maar iemand helemaal stijf te schelden?” Daar is-ie natuurlijk niet van onder de indruk. “Je moet je bek houden, anders zal ik effe al je tandjes uit je bek stompen!” dreigt hij.

Ik heb hier te maken met een holenmens, een totaal gedegenereerd type. Hij heeft wel een baan, want hij heeft een witte huisschildersbroek aan, met verfvlekken erop. Het cafetariavoer heeft zijn lichamelijke conditie geen goed gedaan. Een Sjonnie, die het gewend is dat iedereen een goed heenkomen zoekt wanneer hij zijn grote scheur opentrekt, precies het type waar de fascist in mij van wakker wordt. “Kom maar”, zeg ik en hij is een fractie van een seconde van zijn stuk gebracht.

Ik maak dit regelmatig mee. Omdat ik er uitzie als een beschaafde burger denkt menige primaat dat ik wel een makkelijk slachtoffer zal zijn. Vaak is het gevaar geweken als ik mijn agressors recht aankijk. Deze soort uitschot, de Sjonnies, Ahmeds, Tokkies, Toklims of hoe ze heten mogen, zal niet snel een potje gaan matten als de kans op tegenstand aanwezig is, zelf niet als er heel veel bier in het spel is. Ik heb het al zo vaak gezien, ze lopen te loeren totdat ze een geschikt slachtoffer hebben gevonden, er wordt wat gescholden, getrokken en geduwd, er wordt ‘Wat had je nou?!’ geroepen en du moment het slachtoffer laat weten hier geen zin in te hebben, door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Ik zoek geen ruzie’, heeft hij zijn eerste klap te pakken. Ligt hij op de grond, dan kan de pret pas goed beginnen en valt de hele roedel hyena’s aan.

Maar ik heb wel zin in deze ruzie. Ik ben toevallig net lekker opgefokt en ik moet deze zoogdieren sowieso niet. Vijandig tegen alles dat beter is dan zijzelf, dat wil zeggen vijandig tegen alles. Constant hunkerend naar respect, maar omdat er niks is om respect voor te hebben moet dat altijd met geweld en intimidatie worden afgedwongen.

Met de auto stond ik een keer voor de ingang van een McDonald’s drive-in. Om de kinderen, die achterin zaten, een plezier te doen. Ik kom daar zeer zelden, ken het menu dus niet uit mijn hoofd en bekeek de reusachtige menukaart alvorens mijn bestelling door te geven. Dat duurde de hongerige klant achter me kennelijk te lang want die begon als een wilde te claxonneren. Ik keek in mijn achteruitkijkspiegel, zag een rood aangelopen Sjonnie wilde gebaren maken en mompelde: ‘Rustig, eikel’. Op mijn gemak ging ik verder met het bestuderen van alle heerlijkheden uit het McDonald’s-assortiment.

Opeens vloog het portier open, ik schrok me kapot en keek omhoog in de ogen van de brulaap die zijn dikke klauw vol dikke gouden ringen dreigend voor mijn gezicht hield en schreeuwde: ‘Noem jij mij eikel?!’ Godsamme, een brulaap, maar wel één met arendsogen, die kan liplezen. Ik voelde me een moment heel erg kwetsbaar en bedreigd, maar werd tegelijkertijd zo razend om deze kloothommel, die zich het recht toeeigende om mijn privé-sfeer binnen te dringen, binnen mijn persoonlijke cirkel te treden en me te bedreigen. Te bedreigen, godverdomme! Ik stapte uit, hield mijn gezicht vlakbij dat van de brulaap en begon zelf te brullen: “Jullie denken godverdomme dat de openbare ruimte van jullie is, met je intimidaties, maar zo is het niet, EIKEL!!” De brulaap keek me verbouwereerd aan, deed twee stappen naar achteren en stamelde: “Jonge, ik Inte… inteme..” In z’n ogen zag ik de boel kortsluiten. “ACH, KLOOTSJAK!!!”, wist-ie nog uit te brengen en toen zat-ie weer in z’n auto. “En nu ga ik even op mijn gemak uitzoeken wat ik zal eten!” riep ik en dat heb ik gedaan, al was de rij auto’s achter me inmiddels behoorlijk gegroeid en werd er enthousiast getoeterd. Lazer op.

De scooter-Sjonnie, de huisschilder, zegt nog een keer dat ik weg moet gaan. Dat ik mijn bek moet houden. “Ik blijf en hou mijn bek niet”, zeg ik. “Wat ga je d’r aan doen?” Links en rechts schieten fietsers langs, maar twee vrouwen blijven staan. Met ongeruste uitdrukkingen op hun gezicht kijken ze naar ons. “Hou je bek”, schreeuwt de huisschilder. “Kankermongool!!” Ik krijg het gevoel dat dit wel eens echt op een vechtpartij kan gaan uitdraaien. Vechten op straat, het is één van de gênanste dingen die je kunnen overkomen, maar ik verdom het om me bang te laten maken door dit gajes. Ik overweeg of ik me eerst moet laten slaan of misschien zelf in de aanval moet gaan. Ik stap naar hem toe. “Je moet normaal doen”, zeg ik. “Je moet je gedragen. Je kunt niet zomaar als een wild beest iedereen uit lopen schelden”. “O nee?!” zegt hij. En dan: “Kanker-Nederlander!”

‘Kanker-Nederlander’?! Ik was op veel voorbereid, maar niet op dit. Het is me geen moment opgevallen dat deze oer-Haagse plebejer iets anders was dan een autochtone volbloed-Nederlander. Van een klassestrijd is dit opeens veranderd in een multicultureel drama en het is heel gek – tenslotte word ik hier op grove wijze gediscrimineerd – maar in een flits schiet het door me heen dat als dit uit de hand loopt, ik straks degene ben die racisme wordt verweten.

“Kanker-Nederlander?!” roep ik verbijsterd. “Kanker-Nederlander, ja!” blèrt de huisschilder terwijl hij zijn helm opzet en op zijn scooter gaat zitten. “En ik ben inderdaad heel slecht geïntegreerd!”. Dan rijdt hij weg. “Volgens mij ben je heel goed geïntegreerd!” roep ik hem na. “Een beetje té goed!” De vrouwen lachen. De huisschilder roept nog iets met ‘kanker’ er in en is dan verdwenen. De vrouwen fietsen ook weer verder.

Ik blijf met lege handen achter.

Peter Breedveld wou dat het al 1 mei was, want dan verschijnt de nieuwe Tool.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home