Frontaal
Naakt
21 juni 2006

Kenniseconomie

Duns Ouray

Schonheit13 (91k image)

En daar was ie weer. Op de vraag waar D’66 zich mee zou moeten profileren, antwoordde senaatsfractievoorzitter Eddy Schuyer in een interview met Frontaal Naakt: “De kenniseconomie.” ‘Kenniseconomie’ scoort hoog, zéér hoog, in de top 100 van politieke cliché’s aller tijden, samen met ‘solidariteit’ en ‘inkomensplaatje.’

Wat is kenniseconomie? De redenatie gaat ongeveer als volgt. Op eenvoudige arbeid kunnen we nooit concurreren met China, India en Oost-Europa. Dus moeten we dat deel van de economie maar opgeven. We moeten ons concentreren op software, biotechnologie en andere techniek. Daar zou dan zoveel toegevoegde waarde zitten, dat we onze hoge uurlonen kunnen vasthouden.

In de belevenis van D’66, maar ook in die van andere partijen, moet de overheid daarom voor ‘goede scholen’ zorgen. Vervolgens is er een miljarden subsidie-apparaat op poten gezet om elk bedrijf dat een mooi rapport kan indienen, aan de subsidie-tiet te leggen. Zo’n innovatief bedrijf zou zich maar eens op de markt moeten waarmaken, brrrr, je moet er niet aan denken!

Ik heb voor zo’n bedrijf gewerkt. Wij bouwden compilers in een Europees consortium. Het was mijn eerste baan, en ik moet toegeven: het duurde even voor ik er achter kwam hoe wij ons geld verdienden. Na enkele weken sprak ik de directeur aan: “Meneer, die klanten van ons, waar zijn die eigenlijk?” Ik kreeg een poeha-antwoord, want ik was natuurlijk nog niet lang genoeg bij de toko om al ‘ingewijd’ te worden.

Maar langzamerhand werd het duidelijk. De EU subsidieerde ons voor 50 procent van alle werk. Wie heeft er dan nog zin in klanten? Je verdubbelt het aantal uren dat je schrijft, en hoepla … het geld komt binnen. En hoe zal een EU-ambtenaar in Brussel ooit controleren hoeveel uur er gewerkt is een kantoor in Amsterdam?

Dat nam natuurlijk niet weg dat onze compilers en operating systems superieur waren. Binnen niet al te lange tijd zou de markt dat eindelijk inzien. En dan zouden de klanten op maandagochtend in slaapzakken voor de deur liggen om onze software te kopen.

Ik kan me (we schrijven 1992) nog de kersttoespraak van onze directeur herinneren, een alleraardigste man overigens. Het duurde nu niet lang meer, of de markt had eindelijk genoeg van het PC-platform (ons bedrijf zwoer bij UNIX). “Binnenkort flikkert iedereen die PC’s het raam uit” waren zijn letterlijke woorden. Het zal u niet verbazen dat onze directeur bekend stond als een software-guru met visie. Menig dikbetaald rapport is vanaf zijn bureau naar Den Haag verzonden…

De tragiek is dat dit bedrijf bestond uit echt goede softwaremensen, met unieke capaciteiten. Het is goed mogelijk dat als er géén subsidies waren geweest, u dit stukkie zou lezen op een ACE-computer of met ACE-software. Maar helaas, ACE werd kapot-gecorrumpeerd met subsidies. In plaats van een innovatief bedrijf, werd ACE een subsidie-junk. Juist door te helpen draaide de overheid de ontluikende Nederlandse software-industrie de nek om.

Let op, ACE werd opgericht in 1974 … dat is (meen ik) 6 jaar voordat Bill Gates met Microsoft begon. ACE had in 1992 een ongekende expertise in TCP/IP (dus ‘het internet’). (Aanvankelijk bestond het Nederlandse internet zelfs uit een machine van ACE). Dat is 6 jaar voordat Google, Amazon en al die andere bedrijven werden opgericht. U begrijpt het al: Microsoft, Google en Amazon hebben nooit een cent subsidie gehad.

Duns Ouray is epistemoloog, maar nu even niet. De Nederlandse politiek is vaak bron van inspiratie voor zijn tweede leven als scribent. Duns beleeft een pervers genoegen aan deze mensentuin. IJdelheid en arrogantie komen weliswaar overal voor ‘in het wild’, maar komen in de Nederlandse politiek toch het best tot hun recht. Zie ook Het Vrije Volk.

Algemeen
Reageren? Mail de redactie.