Waarom de ‘Diederik Stapel’-roepers extreem irritante domoren zijn

In mijn vorige stuk betoogde ik dat de hysterie rond de gevallen Cambridge-wonderboy Jason Arday uitzonderlijk is. Dat hij door pers en publiek de dood is ingejaagd omdat hij zwart was. Dat wanneer een witte wetenschapper beschuldigd wordt van academisch wangedrag, dat vrijwel altijd in stilte wordt afgehandeld, zonder een woord erover in de media.
En daar komen de lampies met Diederik Stapel aanzetten (en sommige andere lampies ook met René Diekstra en een handvol andere witte wetenschappers die veel media-aandacht aantrokken), de psycholoog die zijn data gewoon verzon, onder andere voor een onderzoek dat volgens hem aantoonde dat vleeseters egoïstischer en hufteriger zijn dan vegetariërs.
En het is waar, de zaak wekte veel ophef, Stapel viel in ongenade bij zijn collega’s, die zich verraden voelden, en bij het publiek. Maar Stapel was een uitzondering. Alle witte fraudeurs waar veel media-aandacht voor was, zijn uitzonderingen. Ik schreef dan ook dat ‘vrijwel‘ alle zaken rond witte fraudeurs in stilte en anonimiteit worden afgehandeld. ‘Vrijwel’ is voor veel mensen een moeilijk woord, heb ik gemerkt. Harde cijfers zijn ook een probleem. Als je laat zien, met een link naar de bron, dat er jaarlijks 10.000 wetenschappelijke publicaties worden ingetrokken wegens plagiaat, datafraude of slordigheden, moet je toch beseffen dat alle zaken die in de media komen, uitzonderingen zijn.
Die persistente onnozelheid, mede ingegeven, vermoed ik, door het feit dat witte mensen per se niet willen dat racisme een rol speelt – wat ik óók heb aangetoond – irriteert me verschrikkelijk.
Nuance en empathie
Daarbij is er één significant verschil tussen Arday en Stapel: Die laatste fungeert niet als symbool voor de ondeugdelijkheid van de hele demografische groep waar hij deel van uitmaakt. Hij werd individueel verantwoordelijk gehouden voor zijn eigen gedrag.
Een ander verschil is dat Stapel niet werd ontmenselijkt door de media. Integendeel, ik herinner me interviews, in The New York Times en met de Volkskrant, waarin zijn menselijke kwetsbaarheid werd benadrukt, vol nuance en empathie.
Controversiële thema’s
Maar vannacht herinnerde ik me opeens nog iets anders, of iemand anders: Roos Vonk, Stapels co-auteur. Zij had niks met Stapels datafraude te maken, was één van de gedupeerden, maar de volkswoede sloeg heel snel over naar haar, naar de vrouw met de grote mond in zijn onderzoeksgroep. En toen realiseerde ik me dat er toch wel wat overeenkomsten zijn tussen de zaken Arday en Stapel. Ten eerste is er de ophef, die voor een niet onbelangrijk deel werd veroorzaakt door de controversiële thema’s die er aan beide zaken waren gekoppeld, namelijk DEI/diversiteit in Ardays geval en vleeseten/vegetarisme in Stapels geval.
Ten tweede sloeg de woede snel over naar Vonk, de activistische vrouw, vertegenwoordiger van een minderheid in de academische wereld, die ervan werd beschuldigd de wetenschap te misbruiken voor haar eigen activistische “agenda”, zoals dat dan heet. En terwijl Stapel een boek schreef en de mens achter het drama mocht verpersoonlijken, bleef Vonk nog heel lang achtervolgd worden door de media, die haar ook jarenlang onder een vergrootglas hebben gehouden en elk controversieel tweetje aan haar werkgever voorlegde met de vraag of ze nu dan eindelijk ontslagen kon worden.
René Diekstra
Er zijn er ook die René Diekstra noemen, de psycholoog die in 1996 zijn functie neerlegde toen hij werd betrapt op plagiaat. Hij was Volkskrant-columnist en een vrij bekende mediafiguur in die tijd. Maar hem als bewijs aanbrengen dat witte frauderende wetenschappers net zo hard worden aangepakt als zwarte fraudeurs, is nog belachelijker dan Diederik Stapel als argument gebruiken. Wikipedia leert ons dat:
‘Diekstra zette na de plagiaataffaire zijn werkzaamheden voort als adviseur van de gemeente Rotterdam op het gebied van het Jeugdbeleid en Sociaal Beleid en ontwikkelde een groot aantal programma’s, zoals de Rotterdamse Jeugdmonitor, Voorkomende Ouders en Stadsetiquette, die inmiddels brede landelijke invoering hebben gekregen. In 2002 werd hij lector Jeugd en Opvoeding aan de Haagse Hogeschool en daarnaast in 2004 weer deeltijdhoogleraar psychologie aan de University College Roosevelt in Middelburg. Daar was hij van 2004 tot 2008 tevens hoofd van de Faculteit Sociale Wetenschappen.‘
En ook voor Diekstra geldt: Nooit werd hij als voorbeeld gebruikt voor welke groep dan ook waarvan hij deel uitmaakte. Niet voor witte mannen, niet voor psychologen, niet voor mediagenieke wetenschappers, niet voor academici in het algemeen.
Antropoloog fantaseert een heel dorp
Ik kan nog wel even doorgaan, er zitten fascinerende gevallen bij de lijst witte frauderende wetenschappers die in de media kwamen, zoals de antropoloog Mart Bax, die een onbestaand katholiek klooster beschreef in een compleet verzonnen Noord-Brabants dorp en iedereen daarmee meer dan 20 jaar lang voor de gek hield.
Dat klinkt zo ongeloofwaardig, dat in al die tijd niemand van zijn collega’s of onderzoeksgroep dat dorp zelf eens is gaan opzoeken, of dat de katholieke kerk nooit aan de bel trok, dat ik, moet ik bekennen, een soort van bewondering voor Bax kreeg en ik zag bij iedereen, met wie ik erover sprak, eerder fascinatie dan verontwaardiging over dit toch best heel erge geval van wetenschappelijke fraude, waarmee iemand gewoon de hele wetenschap verdacht maakt. Bax verzon in de jaren negentig, tijdens de Balkanoorlog, ook allerlei zaken rond een Bosnisch bedevaartsoort.
Frauderen voor het witte polderapenparadijs
Maar ik wil dit afsluiten met een slag witte wetenschappers die de boel bijna dagelijk live belazeren met hun verhalen over moslims en vluchtelingen die de boel gaan overnemen zonder dat er maar een miniscuul vlekje op hun blazoen komt. Ze maken er geen geheim van maken dat zij hun status als wetenschapper misbruiken voor hun eigen activistische agenda, maar er is geen politicus, journalist of activistische blogger die klaagt over activistische wetenschap, want dat is alleen in het geval van zogenaamde linkse wetenschap erg.
Types als de zelfbenoemde immigratiedeskundige Jan van de Beek, die hele contexten weglaat, met cijfers en prognose sjoemelt, op wetenschappelijk totaal onverantwoordelijke wijze onheil en rampspoed voorspelt vanwege moslims en vluchtelingen. En wanneer de echte deskundigen, echte hoogleraren, CBS-medewerkers, hem met feiten tegenspreken, worden díe helemaal de tering geïntimideerd door columnisten, journalisten en de woeste hordes polderapen op Twitter. Want Jan van de Beek is hun profeet.
Onwetenschappelijke haatpropaganda
Dergelijke figuren die constant in de babbelprogramma’s hun onwetenschappelijke haatpropaganda uitbraken zijn Jan Latten en Ruud Koopmans. Live op TV, in de kranten, overal zitten ze in alle openheid te frauderen met als expliciet doel het ophitsen van de massa, met een brandend Mailieveld, een brandbom in het D66-kantoor en regelmatig een pogrom in één van de Deliverance-achtige dorpen in de provincie als tastbaar gevolg.
En ze komen er gewoon mee weg, deze witte wetenschappers. Ze worden er zelfs voor beloond.





RSS