Een rode barbaar in Japan
Peter Breedveld

Nanbanjin is een tour de force van twee grootmeesters van de strip, de Portugese Cyril Pedrosa en de Japanse Taiyo Matsumoto. Het resultaat van zeven jaar overzeese samenwerking, ambitieus en prestigieus, elk op de top van zijn kunnen.
Het resultaat is een bijna 500 pagina’s dikke grafische roman over een 16e-eeuwse Portugese zeeman, Fernando, die op een Japans eiland aanspoelt, verteld vanuit twee perspectieven. Aan de ene kant het Portugese perspectief door Pedrosa en als je het boek omdraait, lees je van achter naar voren, van rechts naar links, op de Japanse manier dus, het Japanse perspectief van Matsumoto.
Twee grafische romans in één. Ik begon met Pedrosa, leerde zo wie Fernando is en wat hem motiveert, om hem daarna, in Matsumoto’s verhaal, als een vreemdeling door de ogen van de Japanse eilandbewoners te zien. Een sprookjesachtige, vriendelijke reus met felrood haar die zelfs de autoriteiten en de plaatselijk yakuza voor zich inneemt. Het is de natuurlijke leesvolgorde voor een Europeaan, want die slaat een boek open met de voorsnede naar rechts, maar het was minstens zo interessant geweest om met Matsumoto te beginnen en dan bij Pedrosa te ontdekken wie de raadselachtige Fernando echt is, of was.
Gewelddadige man
Want Fernando is een zeer gewelddadige man, ingehuurd als een soort beveiliger op een handelsschip, die niet aarzelt om een matroos te executeren, mocht zijn kapitein hem dat opdragen. Wel zo vriendelijk om een matroos, die hij betrapt op diefstal, daarvoor te waarschuwen.
Hij is de buitenechtelijke zoon van een edelman, de vrucht van een affaire (of verkrachting, dat is niet duidelijk) van een vissersvrouw, die al jong wees wordt en dan in een weeshuis terechtkomt dat wordt bestierd door Jezuïten.
Explosie van kleur
Portugal is in dit boek niet de zonovergoten explosie van kleur die het land is in Pedrosa’s boek Portugal, mijn eerste kennismaking met zijn werk. Een boek van fors formaat dat de nieuwsgierigheid wekte van verschillende vrouwen toen ik het in het vliegtuig zat te lezen, wat zeer ongewoon is.
In Nanbanjin is Portugal somber en drukkend, door Pedrosa in bruin-grijs-gelige tinten gekleurd. De warme kleuren breken pas door als Fernando in Zuidoost-Azië aankomt en Pedrosa met licht begint te schilderen. Dan worden zijn platen een mix van impressionisme en fauvisme. Prachtig, allemaal. In Japan worden de kleuren rustiger, maar blijven ze helder en keert de rust dus weer. Hier besluit Fernando zijn pistool, en daarmee zijn gewelddadige leven, in het bos te begraven.

Onwerkelijke figuur
Matsumoto’s stijl is zeer verschillend van die van Pedrosa. Pedrosa’s personages zijn gestileerd op de manier waarop de personages in moderne animatiefilms dat zijn, iets tussen realisme en karikatuur in. Hij houdt zich aan de natuurwetten en zijn kleurgebruik is over het algemeen natuurgetrouw. Matsumoto gebruikt kleur zeer spaarzaam, hij tekent met vette, organische inktlijnen met een gauache-achtige invulling, waardoor zijn tekeningen heel erg doen denken aan Japanse middeleeuwse sumi-e. Ingetogen grijs-, zwart- en okertinten, maar met veel fel wit erdoorheen waardoor ook zijn werk schittert van het licht. Bovendien contrasteert Fernando’s rode haar daardoor extra sterk met zijn omgeving.
En wat Matsumoto één van mijn favorieten maakt, is dat hij bewegingen en emoties tekent, waardoor een realistische weergave bij hem op het tweede plan staat, net zoals bij Thé Tjong-Khing. Zijn verhaal is daardoor doordesemd met een zeker dromerig surrealisme. Hij tekent Fernando onmogelijk groot, waardoor hij een onwerkelijke figuur wordt. Zijn gelaatstrekken zijn, in tegenstelling tot die van westerlingen in de meeste oude Japanse prenten, verfijnd en knap, een soort Amerikaanse Jezus. Pedrosa legt de nadruk juist op Fernando’s knollige neus, borstelige wenkbrauwen en norse blik.

Clichés
Nanbanjin, dat trouwens ‘zuidelijke barbaar’ betekent, het woord waar Japanners in de 16e eeuw Europeanen mee aanduidden, is een sensatie onder stripliefhebbers. Ik hoop dat het u uit het bovenstaande een beetje duidelijk wordt waarom. Het is een prachtig monument van een boek, schitterend van uiterlijk, imposant qua postuur. Onmogelijk te lezen zoals ik dat graag doe, half liggend met het boek in mijn handen voor mijn gezicht. Het is een zwaar ding.
Toch vond ik dit niet het meesterwerk dat veel anderen erin zien. Om te beginnen is eigenlijk alles een cliché. De witte man die aanspoelt op een Japans strand en opgenomen wordt door de Japanse gemeenschap, die van hem leert en hij weer van hen, de zee die geeft maar ook neemt, de harde opvoeding door Jezuïten, een priesteres/hoer met een gouden hart, de speciale band die Fernando heeft met een sjamaan-achtige vrouw op een niet nader genoemd eiland in ik neem aan de Chinese zee, wie Corto Maltese heeft gelezen, weet waar Pedrosa dat van heeft.
Neo-koloniale fantasie
Het is allemaal al vele malen eerder gedaan en het is ook een typisch westerse, neo-koloniale Japan-fantasie, om een speciale westerling te zijn die door Japanners met ontzag en bewondering wordt aanschouwd en wegwijs gemaakt in die speciale, typisch Japanse manier van dingen doen. Zie ook de zelfverheerlijking van die schrijver in NRC, twee jaar geleden, die haar vliegschaamte overwon met de overtuiging dat haar aanwezigheid in Japan echt iets waardevols toevoegde aan het bestaan van iedere andere aardbewoner.
Vervelen
De kracht van Nanbanjin zit ‘m echt in de manier waarop Pedrosa en Matsumoto hun verhalen vertellen, elk in hun eigen stijl. Waarbij Matsumoto’s versie mijn favoriet is. Maar wilt u wel geloven dat juist halverwege zijn verhaal ik me een beetje begon te vervelen en begon te kijken hoeveel pagina’s ik nog moest? Waar het naartoe ging was me toen wel duidelijk en ik vind 230 pagina’s per verschillende versie van hetzelfde verhaal best heel veel.
Mede daarom wilde ik dat ik met Matsumoto was begonnen. Maar daarvoor is het nu te laat.
O ja, voor de volledigheid moet ik vermelden dat ik de Franstalige versie las, maar dat er dus gelijktijdig een Nederlandstalige versie is uitgebracht.





RSS