Frontaal
Naakt
21 september 2010

From Hell

Peter Breedveld

Ik weet het: een stripboek over Jack the Ripper, kan het fouter? Er zijn al vele, vele slechte B-films over hem gemaakt en een carrière als stripfiguur is een logische volgende stap. Jack the Ripper is materiaal voor pulpfictie, een afgekloven cliché.

From Hell, want dat is het stripboek waarover we het hebben, is echter geschreven door Alan Moore, de man die zijn carrière heeft gebouwd op het revitaliseren van clichés. De man die Amerikaanse superheldenstrips hersens gaf, én ze politiseerde. De man die het meest ijzingwekkende boek over Jack the Ripper heeft geschreven dat ik ooit las. Serieus, weken nadat ik From Hell voor het eerst had gelezen, durfde ik niet te slapen zonder het licht aan.

Donker-demonische kracht
De moorden, in 1888, op vijf prostituees in het Londense East End, staan namelijk niet op zichzelf, blijkt uit From Hell. Precies honderd jaar eerder was Londen in de greep van het Monster van Londen, die mooie vrouwen met een mes in hun billen stak. De zaak vertoont opvallend veel overeenkomsten met de Jack the Ripper-zaak, inclusief media-hysterie. Vijftig jaar na Jack the Ripper, in 1938, trok de Halifax Slasher de aandacht van de media en vijfentwintig jaar dáárna, in 1963, pleegden Ian Brady en zijn vriendin Myra Hindley, de Moors Murderers, hun gruwelijke kindermoorden. Twaalfeneenhalf jaar later was het de beurt aan Peter Sutcliffe, de Yorkshire Ripper, die twaalf vrouwen vermoordde.

Alsof zich, met steeds kortere tussenpozen, op gezette tijden een donker-demonische kracht manifesteert, zo suggereert Moore.

Nog griezeliger wordt het, als je ontdekt dat dezelfde namen steeds weer in geruchtmakende moordzaken opduiken: Zo was Sutcliffe ook de achternaam van het eerste slachtoffer van de Halifax Slasher, en Brady en Hindley verwijzen naar de plekken waar twee van Jack the Rippers slachtoffers werden gevonden.

En er is meer. In het najaar van 1888, ten tijde van de Ripper-moorden, die in de joodse wijk Whitechapel plaatsvonden en mede door de stemmingmakerij in de media een opleving van antisemitisme veroorzaakten, moet volgens Moores berekeningen Adolf Hitler zijn verwekt. Twee jaar vóór de moorden, in 1886, werd de schrijver Robert Louis Stevenson geplaagd door nachtmerries over een gerespekteerde Londense heer met de ziel van een afschuwelijk beest, die hem inspireerden tot zijn roman Dr. Jekyll and Mr. Hyde. De toneelversie daarvan beleefde haar première in 1888, net toen de hysterie rond Jack the Ripper losbarstte.

En de lucht boven Londen schijnt toen werkelijk bloedrood geweest te zijn, resultaat van een uitbarsting van de Krakatoa-vulkaan, jaren eerder, in 1883. Ook heeft het op 6 maart 1888 bloed geregend in het Middellandse zeegebied.

Satanisch ritueel
Kan het omineuzer? Moore overdondert zijn lezers met een lawine aan dergelijke bizarre feiten die allemaal, direct en indirect, in verband staan met Jack the Ripper die, zo lijkt het, het middelpunt vormt van een bovennatuurlijk web van kwade krachten. Moore maakt van de moorden een satanisch ritueel, die het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw inluiden. De eeuw van de massamoorden en wereldoorlogen, van de Holocaust en de atoombom, van de strijd der klassen en die der seksen. De vijf vermoorde prostituees zijn mensoffers op het altaar van de schikgoden, die het lot van de hele mensheid bepalen.

Jack the Ripper spreekt tot de verbeelding van velen omdat hij nooit is gepakt. Tot op de dag van vandaag proberen professionele- en amateuronderzoekers te achterhalen wie hij was. Een bekend recent voorbeeld van de extremiteiten, die mensen daarvoor begaan, is misdaadschrijver Patricia Cornwell, die kostbare schilderijen van de schilder Walter Sickert zou hebben laten stuksnijden om te bewijzen dat hij de Ripper was.

In From Hell gaat het eigenlijk minder om wie hij was – dat wordt al in het begin van het verhaal duidelijk – maar vooral waarom hij deed wat hij deed. Moore wijst de beschuldigende vinger naar William Gull, lijfarts van de Britse koningin Victoria, en hij baseert zich daarbij op Stephen Knights boek Jack the Ripper: The Final Solution (1977). Gull heeft volgens Knight gehandeld in opdracht van de vrijmetselaarsloge waar hij lid van was. Die besloot dat de vijf prostituees uit de weg moesten worden geruimd omdat ze hadden geprobeerd het koningshuis te chanteren. Prins Albert Victor, een kleinzoon van Victoria, zou namelijk een kind hebben verwekt bij een kennis van de prostituees, een verkoopster in een snoep en tabakszaak.

Vlees van de geschiedenis
In zijn verhaal maakt Moore verder gebruik van het historische feit dat Gull een jaar eerder een beroerte had gehad, die weinig fysieke, maar wel grote mentale gevolgen had. Gull leed namelijk aan hallucinaties. Voor Moore een mooi aanknopingspunt voor de theorie van psycholoog Julian Jaynes, die in zijn boek The Origin of Consciousness in the Breakdown of the Bicameral Mind beweert dat de mens tot zo’n drieduizend jaar geleden continu aan hallucinaties leed, waardoor hij meende in opdracht van allerlei goden te handelen. Tegenwoordig komt dit nog wel voor bij mensen met hersenstoornissen, bijvoorbeeld schizofrenen.

Ook Gull meent in goddellijke opdracht te handelen. De moord op de vijf vrouwen, zo vertelt hij zijn handlanger, de koetsier John Netley, is een ritueel ter bestendiging van de macht van Apollo, Ra, Helios, Baäl, Atoem, Jezus, van alle incarnaties van de zonnegod, de god van de ratio, van de mannelijkheid. Acht miljoen jaar lang waren vrouwen de baas, met de maan als hun symbool, aldus Gull. ‘Daarbij vergeleken zijn de zesduizend jaar van de mannelijke heerschappij slechts een oogwenk.’

De macht van de man is daarom broos, en dus is van tijd tot tijd een ritueel nodig, betoogt Gull, want ‘onze grootse symbolische Magie die de vrouw geknecht houdt, moet worden versterkt, nog dieper in ’t vlees van de Geschiedenis worden gekerfd.’

Hierna kan de waanzin beginnen. Gull leidt Netley door Londen, dat één grote tempelvloer van mannelijke symbolen blijkt te zijn, van Cleopatra’s Needle tot de kerken van architect Nicholas Hawksmoor (1661-1736), die volgens dichter Iain Sinclair en schrijver Peter Ackroyd de principes van het theïstisch satanisme in zijn ontwerpen verwerkte.

Dit is de context van Gulls duivelse werk, waarbij hij steeds manischer tekeer gaat, met de afschuwelijke verminking van de prostituee Marie Kelly als climax.

Schrijnende armoede
Moore neemt ruim de tijd en de ruimte om zijn verhaal te vertellen. From Hell telt een dikke 600 pagina’s, het uitgebreide – en bloedstollend interessante – notenapparaat niet meegerekend. Daarin besteedt hij ook veel aandacht aan de erbarmelijke omstandigheden waaronder Londens armste inwoners, met de vrouwen als het laagste van het laagste, moesten zien te overleven. Roofdier William Gull vertegenwoordigt niet alleen de mannelijke onderdrukker, maar ook de parasiterende heersende klasse.

Tekenaar Eddie Campbell zet die schrijnende armoede extra hard aan met zijn krasserige, sombere tekenstijl. De manier waarop hij in een scène Gulls luxueuze bestaan – getekend in gewassen inkt – contrasteert met de grauwe troosteloosheid van zijn toekomstige slachtoffers – in scherpe, krasserige lijnen – is meesterlijk en ontroerend.






Campbell is de perfecte tekenaar voor een werk als dit. Hij tekent ingetogen, met een weergaloos gevoel voor understatement, waarmee hij steevast een maximum aan effect bereikt. Het expliciete geweld in From Hell tekent hij rauw en onopgesmukt, maar de werkelijke griezelmomenten zitten in wat hij niet laat zien, en wat Moore niet vertelt. Echt eng wordt het in het hoofd van de lezer, waar diens ergste vermoedens worden bevestigd, en zijn gevoel voor rechtvaardigheid niet wordt bevredigd.

Alan Moore en Eddie Campbell: From Hell deel 1; vertaling: Toon Dohmen; uitgeverij De Vliegende Hollander; 208 pagina’s in zwart/wit; Prijs: € 19,95. Deze bespreking is eerder gepubliceerd in de Detective & thrillergids 2010 van Vrij Nederland.

Peter Breedveld, strips
Reageren? Mail de redactie.