Frontaal
Naakt
9 april 2011

Bloed

Berend Quest

Met een glasscherf van ongeveer 10 centimeter had de jonge vrouw haar armen, borsten en buik bewerkt. Bloed liep, verdund door medicijnen en alcohol, in rivieren van haar armen naar de grond. Een aantal medepatiënten werden gillend afgevoerd. Anderen begonnen te schelden.

Dat ze hoopten dat ze dood zou gaan. Dat het een teringhoer was. Dat zij ‘de kanker’ moest krijgen. De vrouw werd meegenomen naar het nog meer afgesloten deel van de toch al gesloten opnameafdeling en een verpleegkundige en een arts deden hun best om met behulp van hechtingen, lijm en strips de soms tot diep in het gele vet openstaande kerven te dichten. Het aanwezige littekenweefsel maakte hechten met naald en draad niet altijd meer mogelijk. De met bloed doordrenkte gaasjes en doeken stapelden zich op. Rood werd bruin van jodium.

Achter de gesloten deur was het tumult van de rest van de afdeling te horen. Rollende moppenkarren met vers water en dweilen. De geur van zweet en bloed. Geluiden van angst. ‘Sorry’, zei de vrouw met een zucht die meer klonk als berusting dan verdriet, of spijt. ‘Gaat het weer een beetje?’, vroeg de arts van dienst. De vrouw knikte bevestigend. Aan de vrouw werd gevraagd of zij afspraken kon maken. Dat kon, zei de vrouw en de arts maakte, bijna geroutineerd, afspraken voor de rest van de avond en de nacht. Tot haar eigen behandelaar weer dienst zou hebben.

De vrouw zou nog een half uur in de ‘observatie ruimte’ blijven, er werden een aantal controles afgesproken, er werden medicatie afspraken gemaakt en verantwoordelijkheden verdeeld. ‘Dan loop ik even naar voren, daar zal ik even de status bijwerken en dan ga ik weer naar huis. Ok?

Je kunt me uiteraard bellen als er nog ontwikkelingen of vragen zijn.’, overlegde de arts met de verpleegkundige. Hij nam afscheid van de vrouw, opende de deur naar de gang en deed de deur weer zachtjes achter haar op slot.

‘Wil je iets drinken?’, vroeg hij. ‘Ja, koffie graag’, antwoordde de vrouw. De verpleegkundige opende de deur van het kantoor om de koffie te pakken. Terwijl hij vroeg of zij melk wilde klonk er een knal en gerinkel van glas. In vier passen was hij terug bij de vrouw.

Het bloed spoot met een dikke straal uit een gapend gat in haar keel. Zij had een bloemenvaas stukgeslagen en een grote scherf met veel kracht in haar hals gezet. Ze huilde niet en ze gilde niet. Zij keek uitdrukkingloos naar het bloed dat pulserend op haar schoot spetterde.

A. was destijds 18 jaar. Geboren te Katwijk. Dochter van een gereformeerde ouderling die haar van haar 2e tot en met haar 15e dagelijks verkrachtte. Haar zusje werd ook verkracht. Haar moeder wist al jaren wat er speelde. Moeder kwam samen met vader op bezoek. Moeder was er van overtuigd dat God vader zijn zonden had vergeven. Haar dochter zou meer moeten bidden, en meer vertrouwen moeten hebben. Dan kwam alles wel weer goed. Niet therapie, maar de dominee en gebed zou haar genezen.

Ik moest hier vandaag aan denken. Het is alweer een aantal jaren geleden. Diep van binnen voel ik dat ik eigenlijk hoop dat A. het niet gered heeft.

Berend Quest (1960, pseudoniem van Arno Wip) werkte jaren in de GGZ, actief als blogger, tekstschrijver, liedjesschrijver en columnist. Gelooft dat-ie pas echt een rotleven zou hebben als hij de wereld zou begrijpen. Lees zijn blog.