Frontaal
Naakt
19 april 2011

Naibzay moet blijven (2)

Peter Breedveld

Bij sommige inwoners van het Zuid-Hollandse dorp Hoogblokland leek de ernst van de situatie pas vanavond echt door te dringen. Hun geliefde Rafiq, die al tien jaar met zijn gezin in het dorp woont, wordt echt met uitzetting bedreigd. “Waar gaat hij naartoe dan?” vroeg een vrouw. “Naar Afghanistan”, antwoordde burgemeester Els Boot. “Afghanistan?!” klonk het vol ongeloof.

Zover zullen de dorpelingen het niet laten komen, bleek uit de bewonersbijeenkomst die eerder deze avond door de gemeente was georganiseerd in wijkcentrum ‘De Hoeksteen’. “We zullen een slaapzakje voor ‘m opschudden!” riep een man. “Er zijn al een paar kamertjes voor ‘m vrijgemaakt!” zei iemand anders.

Rafiq is Mohammed Rafiq Naibzay, ik schreef al eerder over hem. Dertien jaar geleden vluchtte hij met zijn gezin uit Afghanistan naar Nederland, gezocht door de Taliban. Ten tijde van de Russische bezetting was hij onderofficier in het Afghaanse leger – als administratief medewerker, zegt hij.

Om te voorkomen dat iemand, die wordt verdacht van schendingen van de mensenrechten, een verblijfsstatus kan krijgen, heeft de VN een bepaling in het leven geroepen, artikel 1F van het VN-vluchtelingenverdrag, dat zegt dat elke officier of onderofficier uit Afghanistan gezien als ongewenst vreemdeling. Daarom heeft zijn gezin nu een verblijfsstatus, en wordt Naibzay, die een tijdje in de gevangenis heeft gezeten na de machtsovername van de Taliban, verdacht van oorlogsmisdaden, zolang hij niet heeft aangetoond onschuldig te zijn.

De toepassing van die bepaling door Nederland is door de VN al ernstig bekritiseerd. Zij verwijt de Nederlandse regering de uitsluitingsgrond in het verdrag te streng toe te passen. Burgemeester Boot stak de familie Naibzay een hart onder de riem door erop te wijzen dat het niet voor de hand ligt dat Rafiq elk moment kan worden opgepakt, want de gemeente is “in gesprek”. Maar ze zei er ook bij dat ze het niet honderd procent zeker wist.

Naibzay nam het woord en begon zich te verantwoorden voor zijn toehoorders. Hij was nog maar twintig toen hij dienst nam, hij was maar administratief medewerker geweest, waar hij zat, was er gewerkt aan luchtafweergeschut, terwijl “de vijand” niet eens vliegtuigen had, dus wat voor kwaad kon hij nou hebben uitgericht?

Een bewoner sprak er schande van dat de Nederlandse overheid bereid was gezinnen uit elkaar te scheuren. Een andere bewoner stelde voor om als dorp Naibzay voor de rechter te dagen, zodat voor eens en voor altijd zijn onschuld kon worden bewezen. De burgemeester hielp hem snel uit de droom. Zo werkt het recht niet.

De bewoners tonen hun verontwaardiging en solidariteit door de Nederlandse vlag halfstok te hangen. “Een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid”, noemde iemand het. De burgemeester zei dat ze het niet verbood, maar met Koninginnedag en Dodenherdenking in zicht zouden de bewoners kunnen overwegen die actie tot een einde te brengen. Her en der hadden onverlaten de vlaggen naar beneden getrokken, vertelden bewoners. Vermoedelijk “gewoon” vandalen.

Naibzays oudste dochter bedankte iedereen voor de steun. Ze vertelde dat, als ze op weg naar huis een politieauto ziet rijden, ze zich altijd afvraagt of haar vader daar misschien inzit. Dat ze hoopt dat de tijd snel komt dat haar vader weer normaal kan slapen, ’s nachts. “Wij als kinderen zullen misschien wel kunnen overleven zonder onze vader”, zei ze. “Maar ik ben bang dat onze moeder zelfmoord zal plegen, of zal sterven van verdriet.”

“Het is toch eigenlijk bitter”, zei de burgemeester, “dat Nederland, dat in oorlog is met de Taliban, zomaar een slachtoffer van diezelfde Taliban aan de vijand zou uitleveren.”

Lees ook Het dorp dat in opstand kwam in De Pers en teken de petitie om Naibzays uitzetting te voorkomen.