De Markies de Sade van Neêrlands strip
Theo van Gogh

Strips, gut wat vervelend…
Meestal gaan ze over nix en niemendal op weg naar nergens en denk je: “Dit ken ik al van de film, en beter… Beetje bloed, beetje zombie, weinig lachen, veel gapen… saai hoor.”
‘De Prediker‘, geschreven en getekend door ene Dick Matena, sloeg ik dan ook bevreesd op. Maar m’n bek viel open: “Wat goed is dit!” Alweer een vooroordeel kwijt, helaas, helaas. Voor mijn begerige ogen ontrolde zich een verhaal waarin behalve de Haagse tram niets bekends voorkomt. Een geflipte bijbelvorser brengt samen met zijn dochtertje het Kwaad de wereld rond, verdelgend wie hem voor de voeten komt. De Prediker heeft danig de schurft aan zijn mede-schepselen en je hoeft geen diepte-psycholoog te zijn om in zoveel kille mensenhaat Matena’s eigen afkeer te proeven. Prediker’s wereld is kaal en leeg, dor en verdorven, getekend met de koude passie van een beul die zorgvuldig zijn messen slijpt.
Alleen Prediker’s naakte meisje zonder naam is onschuldig. Zij weet van goed noch kwaad. Zij is a-moreel. Zij doet waar ze zin in heeft en maakt onbekommerd plezier, als enige temidden van dit troosteloos stelletje verdoemden. En als ze haar verraderlijke pandabeertje kust, smakt ze met ongekende hartstocht. Geen wonder dat haar vader af en toe zijn schrale deel in haar steekt want op zoveel levensvreugd krijgt zelfs een Prediker geen vat.. .
Ik vroeg: “Die Matena… Wie is dat?”
“Moet je kijken…” zeiden ze.
Ik kreeg een onaffe strip voorgeschoteld, het verhaal ‘Ik‘. ’t Openingsplaatje is een diarreegroen stilleven. Bolle kikker zit aan een lelievijver. Op z’n kop heeft een kleine Neanderthaler plaatsgenomen, harpoen in de hand, op jacht naar vliegen. ’t Baasje beklaagt zich bij heer Quark over het zware werk, de barre tijden…
Even later snijdt ‘ie met zijn manshoge dolk een vlezige peul open. Ik krabde aan m’n pik, want dit tafereeltje-bloedende peul met lekkende tong was nogal suggestief.
Ik vroeg: “Die Matena… Da’s toch geen feminist of zo?“
“Kijk maar verder… ” zeiden ze.
En ik sloeg de volgende pagina op. Kijk! Kijk! Kijk!
Een welgeschapen vrouwspersoon draait als een varken aan ’t spit (via haar mond binnendoor gespiest naar achter alwaar de speer langs zekere delen weer buiten komt). ’t Ventje draait haar rond en stookt het vuur. Zij beklaagt zich over de hitte, onze Neanderthaler daarmee tot razernij brengend. Gevoel voor humor kun je Matena niet ontzeggen. ’t Oogde allemaal zo helder, zo netjes, zo…clean. IJselijk gewoon. Ik dacht “Je moet wel heel erg bang zijn voor je eigen stijve, wil je een marteling zó afstandelijk in beeld kunnen brengen… en gruwelijk eerlijk tegelijkertijd” Ik ken dat.
Ik vroeg: “Lekkere jongen, die Matena?…”
“Lazarus Stone… “, zeiden ze.

En voor ’t eerst van mijn leven maakte ik kennis met een robofiel… iemand die plastic prefereert boven vlees en bloed… een robotneuker! Ik was aangenaam verrast, zoals ’t de ware fetisjist betaamt. Geen platvloerse hoereloper, poppenaaier, kippeneuker, geen zeiker deze Lazarus Stone… Voor mij stond een gezonde huurmoordenaar, die bloedgeil is van machines in mensenvermomming. Een Lazarus Stone, die dáárvoor al zijn spaarcentjes naar ’t bordeel brengt; na welk genoegen hij natuurlijk weer een klus moet aannemen. Zo blijft een mens bezig!
Matena is allergisch voor geurtjes die op Liefde duiden, terwijl schrijver dezes zich hierin juist zo graag verlustigen mag. (Hoe pregnanter ’t aroma, hoe liever ik neus tussen heur benen… (Hetgeen mij ’n onbegrepen minnaar maakt, een robofiel heeft daar geen last van!)
Maar afgezien daarvan betoont de auteur zich zeer ruimdenkend. Ergens zegt Stone (die juist een lijk gewipt ziet), dat ’t hem siberisch laat wàt je doet… àls je ’t maar doet. Je bent jong en je wilt wat nietwaar? Kom daar ‘ns om bij de NVSH… Als prakkizerend necrofiel sta ik al jaren in de kou, want ook mijn wereld is hardvochtig… niemand die mij binnenlaat. Ik ervoer ‘Lazarus Stone’ dan ook als een hele steun in de rug: ‘Zie je wel, jij bent niet de enige gek… ‘ Al is Matena’s planeet de mijne niet, want waar de rust heerst van het concentratiekamp lijkt ’t mij onaangenaam logies…
‘Lazarus Stone‘ is een verademing. Mijn grootste compliment aan Matena’s adres blijft dat Stone, hoewel S.F., ten ene male de keuteligheid mist die ’t genre doorgaans zo onverteerbaar maakt. En verder; ’t git-zwarte zwart-wit waarin Stone’ is getekend, de op z’n minst levendige phantasie waarmee zijn schepper hem behept, zijn genadeloze humor (van iemand die weet dat alleen een hart van steen niet kan breken) … één en ander vermaakte mij méér dan.
Over vijf jaar vertrekt Lazarus Stone naar Hollywood en raakt verfilmd. Een hit zal ‘ie niet wezen, daar is Matena te zwartgallig voor, maar sommige dingen moeten nu eenmaal gebeuren. Vind ik. Hoop ik.
Matena is de Markies de Sade van Neêrlands strip. Hij schetst ’t recht van de sterkste, op een verlaten aarde waar iedere denkbare lust gebezigd wordt. Zijn moed om zonder knipperen peilloos diep in de afgrond te kijken en te zeggen: ‘Nergens ben je zo alleen als met z’n tweeën‘, verdient ons aller respect. Moge zijn onbehagen omtrent intimiteit U allen tot voorbeeld strekken.
Ik heb gezegd.
Theo van Gogh is dood. Deze column verscheen eerder in Striprofiel 53, april 1985





RSS