Wouter Bos
Henk Steenhuis

Scène uit Frank Millers 300.
Van vele kanten ontving de VPRO lof voor De Wouter Tapes en van evenvele kanten werd Wouter Bos gehoond om zijn medewerking aan dit tweeluik.
Ja, de VPRO was er toch maar bij toen de PvdA-lijsttrekker zijn zeker gewaande verkiezingsoverwinning zag veranderen in een nederlaag. Dat is jaloersmakend, maar misschien mag ook gezegd worden dat met het ongetwijfeld mooie materiaal een prutsfilm is gemaakt. De aan elkaar geplakte scènes volgen elkaar soms lukraak op en enig commentaar of een duidende tekst ontbreekt, zodat de kijker mag raden waar hij naar zit te kijken. Op het jaarlijkse filmfestival te Tomislavgrad zal dit wel weer een eervolle vermelding opleveren, maar journalistiek gezien is het eindproduct gewoon onder de maat.
Waar het de hoofdpersoon betreft, zijn de commentaren nagenoeg eensluidend: Bos heeft een doodzonde begaan door de camera toe te laten tijdens zijn verkiezingscampagne en zie eens wat een lege ijdeltuit hij toch eigenlijk is.
Of hij inmiddels spijt heeft, is mij onbekend, maar ik ben blij dat ons een blik achter de schermen is gegund. Zo zie je nog eens iets. IJdel? Ongetwijfeld, maar noem een politicus die dat niet is. En een hol vat? Goed, de film zit niet vol met zijn vele politieke vergezichten, maar heel in het kort zegt hij toch waar het hem om te doen is: hij wil de problemen oplossen die er zijn en mensen gelukkig maken. Hij doelt hier ongetwijfeld op de minstbedeelden en voor een sociaal-democraat lijkt me dat een nobel streven. Bovendien geloof ik niet dat J.P. Balkenende en M. Rutte zo bevlogen zijn dat zij wél het predikaat denker’ verdienen. Het gekke is dat alleen Bos in dit opzicht de maat wordt genomen.
Verder viel nog iets op. Wouter Bos is zonder meer beschaafd. Zo ziet hij eruit en zo gedraagt hij zich ook. De omgang met zijn ondergeschikten voltrekt zich op een normale manier; hij luistert en is in beginsel redelijk. Wie zich nog herinnert hoe de lompe Jan Marijnissen ooit in een achter de schermen-film’ tekeerging tegen zijn fractiegenoten, zal toegeven dat er een gradueel verschil is tussen sociaal-democraten en gewone soci’s.
Maar zijn er ook grenzen aan de mate waarin je beschaafd kunt zijn? Die vraag dringt zich op als we zien met wie Wouter Bos zich heeft omgeven. Ongetwijfeld gaat het om doodgoeie vrienden en bekenden (John Leerdam!) van de lijsttrekker, die dag en nacht voor hem klaarstonden, al was het maar in de wetenschap dat er na de verkiezingsoverwinning mooie baantjes waren te vergeven.
Maar enig niveau, een zeker voorkomen en een heel klein beetje esprit, het is allemaal ver te zoeken in De Wouter Tapes, en het idee dat deze mensen als Bos de verkiezingen wél had gewonnen zich nu in het centrum van de politieke macht zouden bevinden, is een onverdraaglijke gedachte. De aanblik van de onbehouwen Erik van Bruggen (ooit Niet Nix’ en nog steeds nix) die als een ongewassen stekelvarken door de film banjert, doet je beseffen dat Wouter Bos gewoon te beschaafd en te coulant is geweest; in ieder geval waar het zijn personeelsbeleid betrof.
Henk Steenhuis is hoofdredacteur van het vrijzinnige opinieblad HP/De Tijd.





RSS