Ontmaagding
Hanna Bouaicha

Eindelijk was het zover. Mijn West Bank-ontmaagding heeft eindelijk plaatsgevonden. Vooral mijn linksige vrienden vonden dat ik toch wel zeker naar de andere kant’ moest voor een gebalanceerd’ beeld. Op de een of andere manier lijk ik te uitgesproken rechts (lees pro-Israëlisch) en een bezoek aan de Palestijnse gebieden zou mijn stelligheid vast doen wankelen, in ieder geval mocht ik mijn ogen niet sluiten voor deze realiteit. En dus werd mij geboden om vooral ook met echte Palestijnen in gesprek te gaan.
Het is moeilijk om mijn idealistische vrienden duidelijk te maken, dat ik heus niet zo extreemrechts ben. Er is een verschil tussen puur rationele analyse en emotionele betrokkenheid. Het probleem met de uiteinden van het spectrum is dat men eigenlijk geen oor heeft voor nuance. Alles wat niet aansluit bij het eigen denkbeeld wordt al snel verstoten naar de tegengestelde richting.
Voor deze grote dag der inwijding koos ik ervoor het heilige Bethlehem te bezoeken. En hoe kun je beter een heilige plek bezoeken dan met heilige mensen zelf. Zo gingen wij (mijn vriendin en ik), twee nuchtere Hollandse ongelovigen, op stap met twee zwaar Christelijke Amerikaanse meisjes. De obstakels begonnen eigenlijk al vooraf, toen de twee dames niet met de bus wilden maar wel bereid waren tachtig dollar uit te geven voor een taxiritje van twintig minuten, maar de chauffeur zou dan fijn op ons wachten als we in twee uurtjes ons ding zouden doen. Niet helemaal mijn idee van reizen, want ik ben erg gesteld op mijn vrijheid. Uiteindelijk durfden de twee meisjes het toch aan en gingen we gewoon met de Palestijnse bus voor vijftig Eurocent.
Het begon met de surrealistische ervaring van het checkpoint te gaan, een enorme wandeling langs een beklemmend hekwerk, de muur’ die op verschillende plekken opdook, en vooral het verschil in behandeling tussen internationale bezoekers’ en Palestijnen bij de controle van de documenten. Dan kun je niet anders dan schaamte voelen.
De Amerikaanse meisjes moesten bijkomen van de spanning van de aankomst en de plotselinge overdaad van de in hun ogen beangstigende Arabieren. De enige plek waar ze tot rust kwamen, was een gelikt restaurant van een groot hotel. Voor hen was het een grote stap om naar de West Bank te gaan, ze deden het zelfs tegen de wensen in van hun familie. Deze meisjes waren dan ook niet uit op nuancering van hun beeldvorming maar hadden één doel: het spirituele pad.
De religieuze opwinding kon zelfs tijdens de lunch niet worden bedwongen en al snel kwam de bijbel op tafel. Ik stond perplex van de verschijning van die bijbel, het deed me denken aan een kruising tussen een Lonely Planet en een interessant studieboek. Alleen mijn Lonely Planets zien er door veelvuldig gebruik zo doorleefd uit. En alleen een heel interessant studieboek zou ik ooit zo vullen met aantekeningen, markeerstift en memostickers in verschillende kleuren. Maar voor de meisjes was deze bijbel meer dan een handzame gids of een interessant studieboek. Hun bijbel was hun ziel!
Trots liet één van hen ons de tatoeages op haar polsen zien. De tatoeages op de rest van haar lichaam wilde ze het liefst vergeten omdat die haar deden denken aan een vervelende jeugd. Haar polstatoeages waren symbool van haar wedergeboorte, zeven jaar geleden. De ware ontdekking van het geloof. Op de linkerpols had ze de ster die staat voor het Oude Testament, op de rechter een symbool voor het Nieuwe Testament. Haar uitleg was diep en spiritueel, en omvatte uiteenlopende zaken, van betrokkenheid met de Holocaust tot de symbolische samensmelting van oud en nieuw die haar leven tekende. Het tattoo-verhaal werd aangevuld met een voordracht uit diezelfde bijbel over de geboorte van Jezus, en mijn vriendin en ik lieten deze christelijke ervaring over ons heen komen.
Onze lunch werd onderbroken door verdachte geluiden. These are not fireworks’, zeiden onze Amerikaanse vrienden met zorgelijke stem. Er werd inderdaad geschoten, maar het waren schoten van blijdschap, wist de christelijke Palestijnse barman ons te vertellen. De blijdschap was naar aanleiding van de vrijlating van 250 Palestijnse gevangenen door Israël, als een teken steun aan de Palestijnse president Abbas. Bij verschillende checkpoints kwamen de vrijgelaten gevangenen de West Bank binnen. Bethlehem verwelkomde 22 van de gelukkigen weer terug. Natuurlijk was dit een gelegenheid die we niet wilden missen, dus ik greep mijn camera en mijn vriendin en ik renden op de menigte af.
Het ging er heftig aan toe. Verschillende toeterende en versierde auto’s die overvol waren met naar buiten hangende mannen. Ze straalden overwinning uit en schreeuwden van blijdschap met Palestijnse vlaggen in de hand. Het meest indrukkwekkende vond ik nog wel de auto die uit een Hamas-film leek te zijn gereden. Dit vanwege de mannen op de auto met zwarte maskers, kogelvrije vesten en enorme mitrailleurs. Het was een redelijk agressief beeld, wat mij gek genoeg juist nieuwsgierig maakte. Ik probeerde dichterbij te komen voor de perfecte foto. Het is wel even schrikken als iemand op één meter afstand begint te schieten, al is het in de lucht. Een enorm geluid en vibratie die je voelt.
De rust was teruggekeerd toen we onze Amerikaanse vrienden weer opzochten in het veilige hotelrestaurant. Het was de hoogste tijd om nu echt de geboorteplek van Jezus te bezoeken. Voor Christenen is deze plek heel bijzonder. Toch begrijp ik nooit zo goed hoe die intense spirituele beleving gepaard gaat met zo’n hoog kermisgehalte. Er vormt zich een lange rij van mensen die ieder op hun beurt de ster van de geboorteplek van Jezus wil aanraken voor een blessing‘. Op de grond, al bukkend en vooroverhangend in een gat in de muur, wringt men zich in een geforceerde houding om juist op dit moment gefotografeerd of gefilmd te worden door de aanhang die klaar staat om het moment suprème vast te leggen.
Hoewel mijn vriendin en ik aanvankelijk enorm geïnteresseerd waren in dit spirituele pad, vonden we het na het tweede kerkje wel weer genoeg geweest. De meisjes gingen door, richting herdersveld en oorspronkelijk brood. Wij lieten ons door de straatjes meevoeren en belandden onverwachts op een bruiloft. De vriendelijke Palestijnse vrouwen nodigden ons uit om binnen te komen. De Oosterse muziek klonk me bekend in de oren en natuurlijk stond ik in no-time op de dansvloer. En zo hebben we een tijdje mee gefeest met de Bethlehemse vreemdelingen. Kijkend naar de blije kindergezichtjes die het rondgedeelde chocola al etend over hun gezicht smeerden, de bruid die tussen haar gasten danste en genoot van haar moment, besefte ik dat dit óók het Palestijnse leven is. Op zo’n moment gaat het niet om de politiek, de onrechtvaardigheid, of de beperking, maar mensen die hun leven leven. Het vasthouden aan cultuur is een menselijk overlevingsinstinct.
Na de bruiloft lieten we ons weer meevoeren door de straatjes en zo raakten we met een aantal Palestijnen in gesprek. Het viel me op dat ze graag hun verhaal doen. Voor mijn gevoel leek het ook wel of ze mediatraining hadden gehad, hoe ze met een zekere gerichtheid communiceerden met ons, internationale bezoekers. Hun verhaal kenmerkt zich door veel dramatiek en gebruik van grote woorden. Een verhaal van een uitzichtloos leven, en het is allemaal de schuld van de bezetting, van de machthebber Israël.
Waar ik steeds naar vraag is wat er gebeurt als de Palestijnen wél een staat zouden krijgen, volkomen los van joden en Israël. Maar het antwoord bleef altijd steken bij uitingen van slachtofferschap. Israël zou hen nooit een eigen staat willen geven, het Palestijnse gebied zou alleen maar verdeeld worden in kleine stukjes land met een muur eromheen, want Israël wil de grenzen en het water controleren.
Over dit laatste sprak ik een keer met een Israëlische man met verstand van water, vanwege zijn beroep. Inderdaad, Israël controleert het water, maar vooral ook de watervoorziening. Ik zie niet in hoe een potentieel Palestina dat soort grootschalige investeringen zou kunnen doen en een vergelijkbaar eigen infrastructuur zou kunnen opbouwen. Bovendien, met name bij dat soort essentiële zaken als natuurlijke bronnen, maar ook zoiets als grensbewaking, blijft er een wederzijdse afhankelijkheid en om dat te kunnen accepteren is vertrouwen nodig. Dat vertrouwen is er niet en ik ben bang dat dat ook niet zal komen.
Een andere Palestijn, die we eerder spraken, had meer zelfkritiek. Hij zei dat als Palestijnen echt willen, ze alles kunnen doen. Volgens hem was de kern van het probleem vooral de verdeeldheid onder de eigen bevolking.
Het bleek een intensief dagje Bethlehem. Van het spirituele pad, naar dansen op een Palestijnse bruiloft, naar agressieve blijdschap en Palestijns nationalisme tot meerzijdige politieke gesprekken met Palestijnen. Of ik alles nu anders zie? Niet echt. Natuurlijk is zo’n flitsbezoek niet representatief voor de andere kant’. Meer flitsbezoeken zullen volgen, en ik probeer open te blijven voor verhalen en ervaringen aan beide kanten.
Hanna Bouaicha (1974), bijna afgestudeerd socioloog, is Arabier en geïnteresseerd in Joden. Bij voorbaat verdacht! Voor Frontaal Naakt bericht ze regelmatig vanuit Jeruzalem, waar ze de secularisering van joden onderzoekt. Lees hier, hier, hier, hier en hier haar eerdere verslagen.





RSS