Frontaal
Naakt

16 oktober 2007

Mes op de keel

Loor

Puramu (92k image)
Illustratie: Michel Kok

Hoewel de herfst zich nu van zijn meest blije en zonnige kant laat zien, ben ik op dit moment meer van de school ‘in bed blijven liggen en de krant lezen’. Door mijn huidige lethargische gemoedstoestand krijg ik waarschijnlijk een instantdepressie van de hordes opgewekte dagjesmensen die zich dezer dagen in lange files richting strand en bos begeven.

Oorzaak van mijn lethargie is het telefoongesprek dat ik onlangs had met de Ex der Exen, die, net terug van een jachtpartijtje in Schotland, graag weer een afspraak wilde maken. Even was ik blij met zijn voorstel en begon me al te verheugen, maar ik hoorde mezelf een paar seconden later heel dapper vragen naar het Hoe, Wat en vooral Waarom Ook Alweer van ons hernieuwde contact.

Nou had ik hem net zo goed kunnen vragen of hij een massavernietigingswapen onder zijn bed had liggen, want de stilte die volgde was oorverdovend. Hij bromde (nadat ook ik heel lang stil bleef) dat hij mij in zijn leven wilde behouden omdat we nu eenmaal zielsverwanten zijn. Verder had hij het over ‘eventueel wellicht ooit misschien in de toekomst weer bij elkaar terug komen’.

Dat ik dit best verdacht vond, omdat hij me even daarvoor had verteld dat hij in het laatste jaar tot grootse inzichten was gekomen en een opener en vrijer mens was geworden, maar het komende jaar evengoed méér gaat jagen dan ooit, maakte dat de spanningsboog tijdens ons gesprek nogal strak kwam te staan. Grootse inzichten? Opener en vrijer mens? My ass. Daar zijn dan tot nu toe alleen die 175 jachttrofeeën in zijn kelder getuige van geweest.

Natuurlijk is Ex een Door Omstandigheden Heel Ingewikkeld Iemand en hij bedoelt het allemaal vast niet slecht. En natuurlijk gelooft hij dat hij de wildstand van de gehele Benelux op verantwoorde wijze en helemaal in zijn eentje in toom moet zien te houden, maar ik voelde de bui al hangen. Terug naar af en weer van voren af aan in een langeafstandsrelatie verzanden, die geheel aangepast dient te worden aan zijn agenda, is wel het laatste waar ik op zit te wachten. Been there, done that. Een beetje zielsverwant wil dat bovendien niet op zijn geweten hebben, lijkt me.

“Bel me maar als je precies weet wat je van me wilt en het voor míj ook nog leuk wordt”, riep ik in zijn oor. Hij mompelde nog iets over ‘een mes op zijn keel’ en ik gilde daarop weer iets over ‘een heel lang lijntje’, waaraan ik niet nogmaals gehouden wens te worden. “Als je het na al die jaren nog niet weet, dan weet je het nooit. Dág, het ga je goed!”. De radiostilte, die sinds een maand of twee verbroken was, werd met deze famous last words weer in ere hersteld.

De man die mij twee jaar geleden bij ons semi-definitieve afscheid op schokkende wijze verweet dat ik hem teveel vrijheid had gegeven, verweet me nu dat ik zowaar een standpunt durfde in te nemen. Omdat wat mij betreft een marginaal liefdesleven met een praktisch onzichtbare entiteit geen optie meer is. Erop of eronder en alsjeblieft geen halfbakken geneuzel meer. Van die school ben ik inmiddels ook.

Loor (1967) is individualist tegen wil en dank. Ze heeft een broertje dood aan middelmatigheid. Ze is een warm, lief en mooi mens, maar niet geheel ongevaarlijk.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home