Frontaal
Naakt

27 oktober 2007

Een gruwelijke wanhoopsdaad

Peter Breedveld

mk011def (247k image)

Als de 23-jarige Leidschendamse monteur Lange Leo op een koude januari-avond in 1971 langs het restaurant China aan het Leidschendamse Sluisplein loopt, hoort hij een ijzingwekkende gil. Door het raam kijkt hij het restaurant in, waar een man met een enorm mes een vrouw te lijf gaat.

De vrouw vlucht naar buiten, een spoor van bloed achterlatend, in de richting van het sluiswachtershuisje, schuin tegenover het restaurant. “Help! Haal de politie!” gilt ze. Ze glijdt van het trapje naar de toegang van het huisje, waarna haar belager zich op haar stort en haar wel twintig keer steekt, zoals Lange Leo later tegenover de politie zal verklaren.

De moordenaar is bezig zichzelf in de hals te steken wanneer de beide dienstdoende sluiswachters op de plaats des onheils arriveren. Voordat hij zich echter verder kan verwonden, heeft één van de sluiswachters hem het mes uit de handen geschopt. Wanneer de politie en de ambulance arriveren is de vrouw gestorven. Haar moordenaar wordt naar het Voorburgse ziekenhuis Antoniushove gebracht.

De sluiswachter krijgt, zo meldt de Haagsche Courant op 26 januari, een paar dagen later nog een anonieme brief uit Rotterdam, waarin hem wordt verweten dat hij de moordenaar had verhinderd zelfmoord te plegen. Het ‘gespuis’ moet immers worden uitgeroeid, stelt de verongelijkte Rotterdammer.

De vermoorde vrouw is de 26-jarige Mei Li Szu, zij kwam oorspronkelijk uit Taiwan. Haar moordenaar is de 55-jarige Chinese kok Jee Ching H., van wie Mei Li juist was gescheiden. Drie jaar eerder had Jee Ching haar in Taiwan gekocht van haar ouders en meegenomen naar Nederland, naar Leiden, waar hij tot dan toe een eenzaam bestaan had geleid, leidend aan depressieaanvallen.

Jee Ching, een onaantrekkelijke man met slechts één oog, had zijn hele leven geploeterd om zich een huis en een mooie vrouw te kunnen veroorloven. Nu hij zich beide had verworven dacht hij tot aan zijn dood gelukkig te zullen zijn. Maar Mei Li ontdekte in haar nieuwe thuisland vrijheden die ze van tevoren niet had gekend. Ze liet zich de vele complimentjes van flirtende mannen aanleunen en hield er al gauw een keur van minnaars op na. Ze nam een advocaat in de arm en scheidde van haar man.

Mei Li werkte net drie maanden in het Leidschendamse restaurant waar Jee Ching haar op die noodlottige avond, gek geworden van verdriet, komt opzoeken. Een gast in het restaurant hoort ze praten, maar hij heeft de indruk dat het om een normaal gesprek gaat. Opeens hoort hij de vrouw gillen en ziet hij haar naar buiten rennen. Jee Ching, die haar achtervolgt, wordt door de gast bij zijn arm gegrepen maar onmiddellijk weer losgelaten wanneer die het bloederige slagersmes van Jee Ching in de gaten krijgt.

Op 2 juni 1971 staat Jee Ching voor de rechtbank. Deskundigen hebben inmiddels verklaard dat hij zwaar gestoord is en dat zijn daad hem niet kan worden aangerekend. Jee Ching verwacht de doodstraf te zullen krijgen. De officier van justitie eist plaatsing van een jaar in een ‘krankzinnigengesticht’, meldt de Haagsche Courant. Zijn advocaat bepleit een psychiatrische behandeling op Taiwan of in China, waar hij zich meer zal thuis voelen. Jee Ching verklaart te hopen op vergiffenis. Hij wil een nieuw leven beginnen op Taiwan, na de as van zijn gecremeerde ex-vrouw aan haar ouders te hebben aangeboden. Twee weken later veroordeelt de rechter hem tot plaatsing in een psychiatrische inrichting voor de duur van maximaal één jaar.

Eerder gepubliceerd in de Haagsche Courant. Bronnen: De Nieuwe Haagse Courant (22 januari) de Haagsche Courant (26 januari en 2 juni 1971) en Het Binnenhof (16 juni 1971). Met dank aan het gemeentearchief Leidschendam.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home