Samira
Peter Breedveld
“Die naaktfoto’s op je site, moeten die nou echt?” Samira houdt niet van tijd verspillen aan koetjes en kalfjes. Ze komt altijd meteen ter zake. Een vrouw naar mijn hart. “Ze zijn echt goor, die foto’s”, zegt ze. “Ik bedoel, je hebt toch ook hele smaakvolle naaktfoto’s? Maar deze zijn niet mooi. Ze zijn góór!” De ‘g’ in ‘goor’ schuurt zich met geweld een weg uit haar keel en de ‘r’ dendert als een panzerkampfwagen over haar tong.
Het probleem is dat ze meestal zit te internetten op haar laptop, in de huiskamer van haar ouderlijk huis. Haar ouders gaan natuurlijk vragen stellen als ze even over de schouder van dochterlief meekijken en daar zo’n nostalgische foto uit de hoogtijdagen van de Duitse Frei Körper Kultur aantreffen.
De foto’s zijn historisch, probeer ik nog. Ze staan voor het naïeve verlangen van de FKK-aanhangers naar het verloren paradijs. Naar de onschuldige, onbevangen mens. Nooit meer oorlog. Iedereen gelijk. Geen verhullende kleding, geen maskerades, iedereen treedt elkaar tegemoet zoals-ie is.
Ze knikt onverschillig: Klets maar lekker.’ Ik vergeet haar te vragen naar die smaakvolle naaktfoto’s. Samira is al begonnen met een analyse van de discussie die op mijn site gaande is naar aanleiding van Fahim Dieffenthalers betoog over de bevoorrechte positie van vrouwen in de islam. Gaat het wéér over hoofddoekjes, verzucht ze. Ik word daar zo moe van! En dan die Ernst, die beweert dat vrouwen nauwelijks kans maken in het Paradijs te komen. Er staat geschreven dat er vooral vrouwen in de hel zitten, dat is waar, zegt Samira. Maar dat is toch wat anders.
Samira bekent dat er dingen in de koran staan waar ze zich tegenover niet-moslims niet zo goed raad mee weet. Dat zijn dingen waarvan ik ook niet weet hoe ik die moet verkopen. Zoals? Nou, uh… Nu kijkt ze een beetje angstig. Jij bent toch atheïst? Nee, ontken ik. Ik hoop haar een beetje gerust te kunnen stellen door te zeggen dat ik agnost ben. Maar haar gezicht krijgt iets smalends. Dat is nóg erger, zegt ze spottend.
“Maar goed, in ieder geval betekent dat wel dat jij dus, uh, nou ja, in de koran staat dat mensen als jij…” naar de hel gaan, help ik haar. Ik krijg er meteen spijt van. Ik had het haar zelf moeten laten zeggen. Nou, zegt ze. Ja. Zo is het helaas wel. Het spijt me, ik vind dat heel vervelend. Ik heb het daar moeilijk mee. Want je vindt me eigenlijk best sympathiek, zeg ik. Ja, zegt ze. Ja.
Met haar moeder heeft ze op televisie naar de begrafenis van de paus gekeken. Ergens heb ik toch medelijden met hem, had haar moeder opgemerkt. Ik bedoel, hij zal er nu wel zijn achtergekomen dat hij het helemaal verkeerd had.
Ik zeg haar dat ik niet kan geloven dat een almachtige God zo kleinzielig is, zo jaloers, dat-ie voortdurend loopt te hameren dat mensen onvoorwaardelijk trouw moeten zijn aan hem en aan hem alleen. Dat zo’n God zo weinig zelfvertrouwen heeft dat hij dreigt met de hel om zijn eisen kracht bij te zetten. Daarom geloof ik dus niet dat de koran door God aan Mohammed is gedicteerd. Die koran is gewoon door een mens geschreven om andere mensen er onder te houden, zeg ik.
Als in een reflex schiet haar hand naar haar mond. Godslastering! roept ze uit. Ze giechelt. Van verlegenheid, vermoed ik. Dat iemand zoiets zegt, had ze blijkbaar niet verwacht. Vind je het echt zo vreemd dat ik er zo over denk? vraag ik. Als ik echt zou hebben geloofd dat de koran het woord van God is, dan zou ik toch wel… …zó’n baard hebben laten staan, dat is waar, maakt ze grinnikend mijn zin af. Gelukkig heeft ze haar gevoel voor humor snel weer gevonden. En dan was ik wel in een jurk gaan lopen, vervolg ik. Een jaar of zeventig lang voor gek lopen is een kleine moeite als ik in ruil daarvoor eeuwig met 72 maagden in het paradijs mag rollebollen. Daar moet ze hard om lachen.
Maar even serieus, zeg ik. Vind je het niet een beetje oneerlijk dat mannen 72 maagden krijgen in het paradijs, en vrouwen niets? Want dat is toch zo? Voor vrouwen zijn er geen knapen, toch? Ik zal in het paradijs samen met mijn man zijn, zegt ze dan plechtig. Ja maar, hou ik vol, voor hem zijn er maagden.
Die maagden kan hij volgens Samira echter wel vergeten. Hij zal van haar geen toestemming krijgen zich met ze te verpozen. Dat staat óók geschreven, dat een vrouw het recht heeft haar man in het paradijs voor zichzelf te claimen. Dat zal hij trouwens niet eens willen, want in het paradijs verbleekt de schoonheid van die maagden in vergelijking met die van mij.
Jaha, zegt ze dan triomfantelijk. Dat is heel wat vrouwvriendelijker dan je had verwacht hè?
Het woord truttig’ ligt op het puntje van mijn tong, maar ik laat het vervliegen. Ik realiseer me opeens waarom het zo klikt tussen Samira en mij: achter onze grote monden schuilt dezelfde kinderlijk-romantische inborst.
Dit stuk is al drie jaar oud. Het laatste dat Peter Breedveld van Samira hoorde, was dat ze ging trouwen. Hij mist haar af en toe.







RSS