Frontaal
Naakt
11 april 2008

Zuivere islam

Peter Breedveld

asami3 (25k image)
Asami Kanno

Antropoloog Martijn de Koning staat al de hele dag journalisten te woord, en de komende dagen zal dat niet veel anders zijn. “Dat krijg je als je promotieonderwerp een hype is”, zegt hij glimlachend. De Koning promoveert donderdag 17 april op zijn proefschrift over de religieuze beleving van jonge Marokkaanse moslims, vandaar. Die media-aandacht had hij dus verwacht, evenals de journalistieke obsessie met radicalisering. “Bijna allemaal vragen ze naar radicaliserende jongeren, maar daar gaat mijn proefschrift niet over”, aldus De Koning.

Zes jaar lang volgde hij Marokkaanse jongeren van twaalf tot en met achttien jaar. Hij kwam met ze in contact als vrijwilliger bij een huiswerkbegeleidingproject van de Goudse moskee Nour. Hij interviewde ze, praatte met ze als hij ze tegenkwam op straat of bij de McDonald’s. Sommigen vroegen zijn hulp als er iets was op school, een conflict met een leerkracht of zo. Op die manier ontstond een vertrouwensband, al bleef De Koning gezien worden als ‘blanke Hollander’. “Maar dan een blanke Hollander die niet dacht dat alle Marokkanen crimineel zijn”, vertelt De Koning. “En gaandeweg werd dat ‘blanke Hollander’ steeds vaker ‘niet-moslim’.”

Dat was natuurlijk onder invloed van het moslimextremistische geweld, dat de laatste jaren steeds dichter bij huis kwam: de aanslagen in New York, de moord op Van Gogh, de doodsbedreigingen aan het adres van islamcritici, de aanslagen in Londen. De jongeren die De Koning bijna dagelijks zag, werden nu door autochtonen ter verantwoording geroepen omdat ze moslim waren. “Daardoor gingen ze opeens kranten lezen”, aldus De Koning. “Moet je voorstellen, vmbo’ers die opeens het NRC Handelsblad en de Volkskrant mee naar huiswerkbegeleiding nemen. Alle berichtgeving over de islam en moslims spelden ze uit.”

Heel burgerlijk
Toen arriveerde er een nieuwe imam uit Marokko, in De Konings proefschrift wordt hij Abdullah genoemd. “Abdullah was, achteraf gezien, een salafist, maar dan een van de apolitieke, niet-gewelddadige vleugel van het salafisme. Hij stond voor een goed arbeidsethos, een harmonieuze omgang met ongelovigen, legde de nadruk op kennis, allemaal heel burgerlijke waarden. De islam is sowieso een heel burgerlijke godsdienst. Maar Abdullah was ook tegen muziek, en tegen het gezamenlijk reciteren van de koran in de moskee. Vrouwen mochten van hem niet fietsen.”

De oudere moskeegangers vonden die Abdullah helemaal niks, maar bij de jongeren gingen zijn preken erin als Gods woord in een ouderling. “Dat compromisloze van hem, dat vonden ze prachtig. Want, zo redeneerden ze, als een imam al gaat schipperen met de islamitische regels, dan is het toch voor niemand meer duidelijk wat wel en niet mag?”

En zo gingen de jongeren hun wereld strikt indelen in dingen die halal (koosjer) en haram (niet-koosjer) zijn. “Van tussencategorieën wilden ze niet weten, hoogstens als het ging om het vergoelijken van hun eigen gedrag. Ze wilden precies weten wat de islam voorschreef en daar geen millimeter van afwijken. Althans, in theorie. ‘Hoe ik dat in de praktijk doe, dat is tussen God en mij’, zeiden ze.”

Lees hier verder (PDF)

Algemeen
Reageren? Mail de redactie.