Ontlading
Loor

Jaarlijks verblijf ik een flink aantal weken in een goddelijk gelegen en vrijstaand huis van vrienden, die regelmatig richting hun tweede huis op Mallorca vertrekken. Een groter plezier kunnen ze mij hiermee niet doen, want hoe vaker ik in de afwezigheid van buren en hun bijbehorende geluiden mag leven, hoe liever het me is. Inmiddels heb ik er weer mijn intrek genomen en ik geniet met volle teugen.
Dat er vlakbij dit überwalhalla een lagere school staat, werd mij vanochtend weer pijnlijk duidelijk. De meivakantie is voorbij en het speelkwartier (dat altijd opvallend langer duurt dan slechts een kwartier) heeft alweer de nodige grensoverschrijdende decibellen opgeleverd.
Het geschreeuw en gekrijs van de spelende kinderen is ronduit oorverdovend, en als ik niet beter zou weten, zou ik denken dat een aantal van hen ter plekke ritueel wordt geslacht of toch op zijn minst tegen hun zin wordt meegesleurd door een Fritzl-achtig wezen. Blij, onschuldig en luchtig klinkt het in elk geval allemaal niet.
Wat zou de meivakantie deze kinderen hebben gebracht? Orde en tucht, en dan nu de daaropvolgende broodnodige ontlading? Of toch uiterst exotische reisjes richting Mexico, Brazilië, Belize of het veel burgerlijker Tenerife? Tenslotte logen de journaalbeelden er twee weken geleden niet om. Honderdduizenden Nederlanders vertrokken met hun kinderschare per vliegtuig richting verre en dure oorden, alwaar de kindjes naar hartenlust konden zwemmen en spelen op zonovergoten stranden. Na waarschijnlijk hetzelfde vliegtuig wakker te hebben gehouden met hun niet meer in te tomen enthousiasme. Moet kunnen, ik weet het.
Evengoed moet er na de vakantie weer op bovenmenselijk luide toon gekrijst worden, zodra de koters de klaslokalen hebben verlaten en even een luchtje mogen scheppen. Dat de hele woonomgeving mee kan genieten, doet niet ter zake. Kinderen moeten ontladen, zoveel en zo vaak mogelijk. Zelfs als ze niet doodordinair aan ADHD lijden. Op het strand (waar ik de laatste dagen soms tevergeefs een dutje probeerde te doen), op het schoolplein en daarna op straat, tijdens het buitenspelen. Je zou er bijkans naar regen en wintertijd van gaan verlangen.
En als je dan tijdens het speelkwartier langs zo’n gonzend schoolplein loopt, dan zie je de ‘juffies’ ijzig kalm (lees: volledig afgestompt) tussen de hysterisch heen en weer rennende en om zich heen meppende jongens en meisjes zitten. Het hele audiospektakel gaat volledig langs ze heen. Hoewel ik laatst een wanhopige en piepjong ogende onderwijzeres ontdekte, die als een uil in doodsnood orde in de chaos probeerde te scheppen. Het viel meteen op. Zij gaat het vast niet lang volhouden in het onderwijs. Overigens met alle begrip van ondergetekende.
Het went wel weer, dat speelkwartier. Maar hetzelfde schoolplein is nu ook bestemd voor de naschoolse opvang. Need I say more? Mijn op gezette tijden levensreddende iPod houd ik voor de zekerheid maar in de aanslag. Ook hier, op het verder stilste en mooiste plekje van Nederland.
Loor (1967) is individualist tegen wil en dank. Ze heeft een broertje dood aan middelmatigheid. Ze is een warm, lief en mooi mens, maar niet geheel ongevaarlijk.





RSS