Rookvrij
Loor

De eerste rookvrije week in de horeca is een feit. Eindelijk! Ironisch genoeg ben ik, na drie avonden achtereen met vrienden rookvrij gegeten, gedronken en gelachen te hebben, volledig mijn stem kwijt en is mijn keel flink ontstoken. De rokers kan ik deze keer de schuld niet geven – zij vluchtten voortdurend braaf naar buiten om daar in de vliegende juliwind en met een flard regen in hun nek snel wat nicotine naar binnen te zuigen. Mij daarbij steeds weer alleen aan mijn tafeltje achterlatend. Dat dan weer wel. En we zaten godbetert net midden in een goed gesprek. Op die momenten bedacht ik me dat ik me, ondanks de goddelijke maatregel, toch weer moet aanpassen aan mijn rokende medemens.
En wat doe je dan, zo alleen aan dat tafeltje? Quasi nonchalant voor je uit staren lukt even. De menukaart (indien voorhanden) nog maar eens bestuderen is gewoon laf. Net als het alweer discreet afluisteren van je voicemail of het sturen van een zoveelste niet ter zake doende sms. In een tijdschrift bladeren is not done in de meeste restaurants en staren naar de rest van de bezoekers wordt ook niet echt gewaardeerd. Een lastige kwestie dus.
Het is alsof ik zelf opnieuw moet leren stoppen met roken. Ik kan me nog herinneren dat ik destijds (zo’n twintig jaar geleden) niet wist wat ik met mijn handen moest doen als ik zonder sigaret op iemand zat te wachten. Nu weet ik niet wat ik moet doen als ik zit te wachten op een roker.
Maar verheugd over deze aardverschuiving ben ik wel. Rookvrij dineren is een feest. En dat ik s nachts op mijn nog altijd fris ruikende haren in slaap mag vallen, is na een avond uit ook een openbaring. Die wat verloren momenten neem ik dus voor lief. Toch vermoed ik dat vanwege die verloren momenten het gruwelijkste van de Nederlandse televisiereclame, te weten de peperdure en kitscherige Supersmoker, het meest verkochte verjaardags/sinterklaas/kerstcadeau van 2008 gaat worden.
Loor (1967) heeft sinds kort haar eigen webstek, Loor schrijft!





RSS