Dierenvrienden
Frans Smeets

Illustratie: Mihály Zichy
Vorig jaar heb ik mijn drie kalkoenen, Charlie, Che en Truus geslacht. Na drie jaar me iedere ochtend al schuddend met hun lel begroet te hebben met een gezond krrrrrrr, zijn ze alsnog de pan in gegaan. Waarom?
Ik eet vlees. Ik ben een vleeseter.
Het mooie aan een kalkoen is zijn transformatie van een vogel met een te grillige kop naar een woesteling met knalrood hoofd en lel in erectiestand. Raakt de vogel opgewonden dan groeit de lel tot ongekende grootte. Altijd fascinerend om te zien.
De ochtend van de slacht heb ik ze met een laatste avondmaal van gedroogde patatjes naar hun hok geloodst. Ze kijken je met een blik van onschuld en onbegrip aan. Daarom is slachten zo ontzettend moeilijk. Je hebt altijd de neiging hun blik menselijk te interpreteren. Ik was toch altijd een lieve, aardige, mooie kalkoen, die jou nooit iets kwaads heeft gedaan?
Nee dus. Daar trappen wij niet in. Ik mens, jij kalkoen. Ik honger, jij lekker vlees.
Een goede uithaal met de bijl, (pas op voor de vingers) en het beest spartelt vijf meter richting dood om nog enkele minuten met zijn poten te slaan.
En dan begint het echte werk. Water opzetten, het beest erin en plukken maar. Een goed uur ben je er zoet mee om de kalkoen naakt te krijgen. Met de knipschaar de borst open en laat de darmen er maar uitvloeien. Even met de handen nog alle restjes wegtrekken, een dagje het vlees laten afsterven en klaar is Kees. Mjammie
Is dat wreed? Ja, maar so what? De natuur is wreed en het lijden is inherent aan ieder organisme op deze aardkloot. Zelfs een hedonist ontkomt er niet aan.
In dierenreddersland is alle aandacht gericht op het verminderen van het lijden van het dier als dit door de mens veroorzaakt is. Het ontnemen van het lijden van een dier kan bij de mens dermate extreme vormen aannemen dat het ontlijden van het dier een marteling wordt. Met name bij honden en katten zie je dit nogal eens. Een kip in de bio-industrie lijdt namelijk net zo veel als een chihuahua met kleren aan of de kat die nooit buiten komt.
Een hond heeft er echt niet om gevraagd om bij een of andere schlemiel onderdanig zijn baasje te dienen. We hebben een wolf gedegradeerd tot een onderdanige keffer. Dàt is pas lijden. De kat hebben we getransformeerd van een formidabele jager tot een luie radiatormat die slechts nog reageert op het geluid van het openmaken van de Whiskas. Arm beest. Onze huisdieren zijn verworden tot plofkippen. Het is een verbastering van het organisme ten algemene nutte van den mensch. En of dat nut nou vlees, beeld, of hoge aaifactor is, wat maakt het uit? Een zeehond wordt ook alleen maar gered, omdat hij toevallig waterige grote ogen heeft.
Je hoeft een dier niet opzettelijk te laten lijden, maar het lijden van het dier is een essentieel onderdeel van onze gebruiksverhouding met consumptieorganismen (ook hond en kat).
Vervolgens gaan de ontlijders zeuren over de bio-industrie. Een varken wordt in de huidige bio-industrie duizend keer beter behandeld dan honderd jaar geleden op die idyllische boerderij. De beesten vroeger waren meestal ziek, sterk vermagerd, en hadden werkelijk geen leven. Ga maar eens in arme gebieden kijken hoe ze met dieren omgaan.
Ook dieren in het wild lijden veel meer, dan in de huidige bio-industrie. Ze moeten knokken voor hun bestaan. Zo krijgt een varken een nesten van vier tot twaalf jonkies. Als twee de winter doorkomen, is het veel. De rest sterft een langzame en pijnvolle dood. Een kip kan op jaarbasis dertig nakomelingen voortbrengen. De meeste kuikens sterven aan ondervoeding en liggen soms dagen te creperen voordat ze het loodje leggen. Dat heet natuur. Daar genieten wij van.
De strijd tegen de bio-industrie komt vaak voort uit een egoïstische knuffelbehoefte van wereldvreemde dierenredders, meestal uit de stad. Ze willen een knuffelindustrie ter compensatie van hun menselijk onvermogen om zich in een dier in te leven of gebrek aan kennis. En knuffelen doet net zoveel onrecht aan de soortidentiteit van het varken dan een boer met zijn tienduizend varkens in een megastal.
Het is allemaal erg hypocriet. We eten nu eenmaal vlees en dierlijke producten zit werkelijk in bijna alles. Zo schijnt een varken nog gebruikt te worden in kogels.
En voor alle gewetensvolle vegetariërs onder ons, de productie van melk is vele malen wreder dan de productie van vlees. Voor ieder glaasje melk moet het dier een jong werpen dat vrijsnel van haar gescheiden moet worden. Het geluid van haar schreeuwende kalf die haar roept mag nog hoorbaar zijn, om zo haar melkproductie goed op gang te brengen. De jongetjes gaan richting opfok en slacht voor ons blanke kalverenvlees en de meisjes, mits sterk genoeg, moeten hun borsten aan het werk zetten. En nu moet u niet denken aan een cupje A. Een gemiddelde koe geeft dankzij een uitgekiend fokprogramma melk voor tien kalveren. Dat zijn heden zo’n zestig litertjes melk per dag, in verhouding met zes litertjes honderd jaar geleden. Een halve regenton per dag dus. Een melkmachine op vier poten.
De computer houdt via de chip in de huid precies bij, welke hoeveelheid voedsel elke afzonderlijke koe moet krijgen om zo efficiënt mogelijk melk te geven, de vruchtbaarheidscyclus voor een sperma-infuus en wanneer de winst op de melkproductie lager is dan de opbrengst van het vlees. Dat de heupen kraken en elke koe praktisch met de uiers over de grond sleept, ach, who cares? Zie je de koe als pink nog nieuwsgierig door de wei hoppen, het laatste jaar van hun productie zie je ze ziek, neerslachtig en leeggezogen naar de zuigmachine slenteren. Onvruchtbaarheid of ouderdom betekent slachthuis. Doe mij maar de kogel van het varken.
Het probleem zit hem niet in het lijden van het dier, maar in de soortvreemde omgeving en gedragingen die hem opgelegd worden. Het gaat om de integriteit van de soort en dat vind ik binnen de discussie over de bio-industrie een nuttige discussie.
Waarom vinden wij varkensflats zo vreselijk? Een varken weet werkelijk niet of hij op de begane grond of drie hoog zit. De hightech stallen zijn voor het beest zelf een vooruitgang.
Hetgeen ons afstoot is niet het lijden, maar de massaliteit en omvang van de bio-industrie. Het druist in tegen het beeld van het varkentje in de modder dat na een jaartje badderen verantwoord op ons bord terecht moet komen. Een beeld dat trouwens nooit bestaan heeft. En, omdat dat beeld niet past bij megastallen mogen de stallen er niet komen en wordt verondersteld dat het dier wel MOET lijden. De megastallen zijn een al te makkelijke pispaal om het beeld van een paar moralistische dierenontlijders te bevestigen die zelf nooit met de laarzen in het bloed hebben gestaan en denken hun geweten af te kopen met een biologisch AH-lapje.
Het walgelijke kenmerk van bio-industrie is de industrialisatie en uniformering van het leven. Een dier verworden tot product, een ding, een stuk plastic. Eenvoudig neergezet in de film Our daily Bread.
Zoals ik al in Christelijke dierenporno beschreef, is de genetica het belangrijkste wapen om het organisme te vormen, te kneden en te schikken. Tegen zo laag mogelijke kosten wordt het’ geschikt gemaakt voor menselijke consumptie. Deze ontstane uniformering is een veel groter probleem dan gecastreerde biggen, of ontsnavelde plofkippen. Stel je voor dat een Big-Mac anders smaakt in Azië dan in Amsterdam?! Dat zou toch wel een drama zijn!! De bio-industrie als metafoor van het handelen van de moderne mens. De handelaar in dood leven, die aan winstoptimalisatie doet, door het product leven’ te uniformeren.
De bio-industrie is niet anders dan de vele ras -en stamboomverenigingen van honden, katten, konijnen, paarden, schapen, geiten, etcetera, etcetera, van dierenminnend en knuffelend Nederland die op de vele dierenshows haar raszuivere resultaten wil tonen. Alleen niet met geld (soms trouwens ook weer wel) als motief, maar een subjectief ideaalbeeld hoe de soort behoort uit te zien.
Met name hondenbezitters zijn meesterlijk in het doorfokken van hun raciale voorkeuren. Zo hebben we daar de mopshond, die gefokt wordt op een zo’n plat mogelijke neus. Dat vinden wij homo sapiens namelijk schattig, omdat het beestje altijd zo grappig snurkt. In werkelijkheid krijgt het beest nog nauwelijks lucht en leeft hij in een constante staat van astma. Of de bulldog, waarbij een natuurlijke geboorte vanwege een genetisch vergroeid skelet er niet meer in zit. Of de Engelse bassets, die zover op lengte zijn doorgefokt, dat ze hun hele leven met rugklachten lopen, of de naakthond, die we dan als barbiepoppen kunnen gaan kleden, of de schnautzer, wiens haarmode zo is bepaald, dat hij blind door het leven moet, of Jakkes, die zo doorgefokt is om te bijten, dat hij afgemaakt moet worden. Er bestaat zelfs een lelijkste hondverkiezing.
Vele dierenbezitters, maar vooral hondenfokkers, zijn mentaal zieke, zeer zieke mensen, kleine Jozef Mengelens, en je mag hopen dat ze hun rasvoorkeuren nooit op de mens kunnen toepassen. Had Hitler trouwens niet een herder? Ik vraag me ook altijd af waar bij de fokkers die ‘foutjes van de natuur’ blijven. Ik vermoed een massagraf achter in de tuin of via de verwerkingstherapeut naar de verbrandingsoven. Ik zeg niks…
Een discussie over dierenwelzijn is nuttig en goed. Doordat dierenminnend Nederland de gevoelige snaar van deze discussie altijd weet te leggen op enerzijds het grote individuele leed (liefst met foto in de Telegraaf) van ons mishandelde huisdier of anderzijds het collectieve lijden van ons produktiedier, komen we geen snars verder. De discussie behoort te gaan over de relatie van een dominant geworden homo sapiens die de macht heeft zijn soortgenoten te controleren, manipuleren en te veranderen. De mens als schepper en controleur van al wat leeft. Een relatie die door de machtsongelijkheid verantwoordelijkheden met zich meebrengt hoe om te gaan met onze medeaardbewoners. Een verantwoordelijkheid die ontlopen wordt door de eeuwige en zinloze discussie over het lijden van een spartelend sardientje.
Frans Smeets had voor dit kunstwerk liever mensen gebruikt. Niemand wilde meewerken.
23 oktober 2008 — Algemeen
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS