Oma Coma 6: Kindercampus
Yezkilim

Omhelzen. Zoenen. Nog eens en nog eens. Huilen en lachen tegelijk. Heerlijk, haar ouders zijn er. Eindelijk. Ze zien er inderdaad, ondanks hun hoge leeftijd, goed uit. Eigenlijk mochten ze al eerder komen, vertellen ze. Maar ze wilden liever eerst de verslagen van hun andere dochters en hun kleindochter, Lotta, afwachten. Ze waren bang geweest dat alles toch minder goed was dan de dokters zeiden.
‘Wonen jullie nog steeds in hetzelfde huis?’ vraagt ze. ‘Zo te zien kunnen jullie nog prima voor jezelf zorgen!’ Het laatste beamen ze. Maar ze zijn toch verhuisd. Naar een ouderenflat op een kindercampus.
‘Wat dat is?’ Haar moeder denkt even na. ‘Vroeger zaten alle voorzieningen voor kinderen op aparte plekken in de stad. Dat kostte veel tijd en georganiseer. En het gaf veel stress. En extra verkeersdrukte. De eerste vrouwelijke minister president besloot om daar hoogstpersoonlijk iets aan te doen en liet haar ambtenaren de kindercampus bedenken. Alle scholen en crèches, alle na- en voorschoolse, avond- nacht- en weekendopvang op één plek bij elkaar, voor alle kinderen in de buurt.’ Vader gaat verder. ‘Plus een dokterspost, een politiepost, een sportcentrum met een lesbad, een mediatheek en een speeltuin…’ Moeder maakt het lijstje compleet: horeca, een theater, winkels en een ouderenflat dus.
‘En is het niet vreselijk om daar te wonen…?’ ‘Nee, heerlijk juist!’ reageert moeder. Wat is er leuker dan honderden kinderen vlakbij?’
‘Het is nog leuker dan je eigen kleinkinderen! …eh, bijna’ verbetert ze snel. ‘Je hoeft niet op ze te passen, maar je mag ze voorlezen, terwijl de professionals in de buurt het opvoeden op zich nemen en de vieze neuzen en luiers afhandelen! En je mag met ze spelen en je helpt ze met muziek maken, zwemles, knutselen, rekenen, schrijven, lezen, of wat je maar leuk vindt. Je hoeft niet op te ruimen en gaat weg wanneer je dat wilt. En ze zijn zo lief…’
Vader maakt het verhaal af. ‘Ze blijven er tot ze een jaar of tien zijn. Daarna gaan ze naar een pubercampus.’ Ze zijn opeens stukken minder vrolijk. ‘Daar zijn er wat minder van en ze zijn ook groter dan de kindercampussen.’
Een pubercampus heeft hangplekken, disco’s en een aangepaste speeltuin. Verder is het hetzelfde, inclusief ouderenflats. Maar pubers, dáár zijn haar ouders te oud voor. ‘Geen bijlessen wiskunde dus?’ ‘Nee, en je moeder helpt ook niet met informatica. Daar zouden we hoogstens dinosaurussen een plezier mee doen, er is té veel veranderd.’ Ze lachen. Een mooi moment om afscheid te nemen, vindt de verpleegster. Nog een keer zoenen en weg zijn ze.
Dit is het zesde deel van een feuilleton. Zie ook deel 1, 2, 3, 4 en 5.





RSS