Arabische herfst
Hassnae Bouazza

De Arabische opstanden zijn vanaf het begin een speeltje geweest voor het grote, toekijkende buitenland: als amusement voor twitterende en orerende toeschouwers die in de ontwikkelingen maar wat graag hun vooroordelen bevestigd zagen (‘zie je wel, die zandnegers kennen geen democratie’) of als speelveld voor een zogenaamd heilige strijd in de hoop op, op wat eigenlijk? Een martelaarsdood en 72 maagden in het paradijs? De kans op een eigen versnipperd koninkrijkje?
Het begon al met de benaming ‘Arabische Lente’, die de opstanden razendsnel opgeplakt kregen. ‘Kijk, zij willen ook zoals wij zijn’, klonk het opgelucht. Alsof vrijheid een Westers begrip is en alles ten zuiden van de Middelandse Zee liever geketend door het leven gaat.
Vivaldi’s Vier Seizoenen
Toen na een maandje rellen de situatie nog niet gestabiliseerd was, begon het gemor van de Westerse toeschouwer en werd er al snel geschermd met weinig originele labels als ‘Arabische herfst’ en ‘Arabische winter’. Alsof we te maken hadden met een Arabische versie van Vivaldi’s Vier Seizoenen.
Het is altijd duidelijk geweest dat wanneer de seculiere dictators zouden vertrekken, de georganiseerde religieuze groeperingen zich zouden manifesteren. Het stond ook altijd buiten kijf dat bij een machtsvacuüm nieuwe wrijvingen en een machtsstrijd zouden ontstaan.
Dat is niet meer dan logisch, maar in deze tijd van live nieuwsbeelden en real-time nieuwsblogs verwarren de popcorn knagende toeschouwers de harde realiteit met een voetbalwedstrijd die na de penalties toch echt beslecht moet worden, want de was moet nog gedaan en zo.
Samenwerking met het leger
In Egypte werd de strijd pas echt interessant na de parlements- en presidentsverkiezingen. Met de winst voor de Moslimbroeders, en in hun kielzog de salafisten, leek het land, voor de onoplettende toeschouwer, af te stevenen op een religieuze kloon van Moubarak en een voortzetting van de dictatuur van de Broeders in plaats van het leger.
Morsi en zijn partij hebben ook geprobeerd alle macht naar zich toe te trekken, maar rekenden daarbij niet alleen buiten het leger, maar ook, en dat was cruciaal, buiten het enorme oppositieblok dat niet van plan was de strijd tegen de Broeders en voor een democratischer land op te geven.
De onbegrijpelijke fout die de oppositie maakte om een eind te maken aan de ‘handelaren in religie’ zoals de Moslimbroeders door tegenstanders worden genoemd, was de samenwerking met het leger. Hetzelfde leger dat al decennialang het land regeerde en dat het land nu weer terugwerpt naar de tijd van extreme repressie, mediacensuur en blinde adoratie voor ‘De Leider’, Generaal Sisi.
Klein kalifaat
In Syrië heeft de strijd tegen de despoot een heel andere vorm aangenomen. Het land is in rap tempo het strijdtoneel geworden van lieden die er hun martelaarsdood tegemoet denken te gaan of er een klein kalifaat hopen te stichten, met als gevolg dat de oppositie enorm versnipperd is geraakt en het geweld en de terreur ijzingwekkende vormen hebben aangenomen.
Riad Al Assaad, voormalig kopstuk van het Vrije Syrische Leger, vertelde onlangs in de Arabische media over de verdeelde oppositie die, gesteund door buitenlands geld en wapens, de eigen oorlogjes voeren, waardoor het land nu allerlei warlords heeft met eigen belangen en sponsors. Volgens hem is er in Syrië gedemonstreerd tegen de buitenlandse oppositie, maar was hiervoor geen aandacht in de media.
In oorlogen sneuvelt niet alleen de waarheid, maar raken ook de verhalen, de meningen en wensen van de gewone mensen ondergesneeuwd. Wat begon om een roep om meer vrijheid, is een afschuwelijke strijd geworden met geen enkel uitzicht op hoop.
Hopeloosheid zegeviert
Geen enkele mening is nog veilig. Prominenten houden zich op de vlakte als ze naar de situatie gevraagd worden, want als ze niet zelf gedood worden, is het wel een dierbare die gestraft wordt voor hun ‘foute’ mening.
Anderhalf jaar terug mailde een Syrische vrouw me dat Syrië niet meer zou bestaan. Ik schrok door haar stellige pessimisme, maar ik besef nu dat ze gelijk had.
En het ergste is dat geen enkele buitenlandse inmenging dit nog terug kan draaien. De hopeloosheid zegeviert.
Maar betekent dit dat democratie en Arabieren, of democratie en moslims, niet samengaan, zoals Verlichtingsfundamentalisten en islamcritici handenwrijvend constateren? Nee, eerder dat de Koude Oorlog in sommige regio’s nog lang niet is afgelopen. En dat de kinderen er in elk geval niet sterven voor úw heilige gelijkje.
Lees Hassnae Bouazza’s nieuwe website, Aicha Qandisha. Voor alles dat de zinnen prikkelt. O, en koop haar boek, Arabieren Kijken.





RSS