Frontaal
Naakt
24 juli 2011

Bangkok

Peter Breedveld


Illustratie: Nguyen Bich Ngoc

Twee dagen in Bangkok en ik heb het he-le-maal gehad met die stad. Met de inwoners, vooral. Want die sporen niet.

Bij de receptie van ons fantastische hotel The Peninsula waarschuwden ze ons al: je zult op straat worden aangesproken door mensen die leugenverhalen ophangen. En inderdaad: we waren nog maar net van de boot gestapt, die ons steeds van het hotel naar de andere kant van de rivier bracht, of er kwam een man – keurig gekleed, middelbare leeftijd – naar ons toe. “Where are you going?”

We wilden naar het Siam Paragon, één van de befaamde luxe winkelcentra van Bangkok, maar dat vond hij geen goed idee omdat daar een demonstratie gaande was. “Je kunt beter om twee uur gaan, maar er zijn zat andere dingen om te zien.” En hij bekeek onze kaart en wees aan wat er allemaal de moeite waard was in Bangkok.

Hij was heel aardig en behulpzaam, legde ons uit hoe de sky train werkte, maar op een gegeven moment waren we wel klaar met hem, omdat hij al drie keer had gezegd dat er een demonstratie was en dat het beter was ergens anders heen te gaan. Wij wilden die demonstratie uiteraard heel graag zien, en we probeerden hem beleefd af te schudden. Dat deden we door schijnbewegingen te maken. We bedankten hem uitvoerig, liepen in de door hem aangegeven richting, wachtten tot hij uit het oog verdwenen was en zetten toen toch lekker koers richting het Siam Paragon.

Maar daar hadden we buiten de waard gerekend!

Where you going?” Vroeg een vrouw nu aan ons. “Siam Paragon? No, no! Big demonstration going on there! Redshirts! I just came from there! They’re sending people back!” Moesten we onze kaart weer laten zien. Ze wees naar een plek waar volgens haar authentieke Thaise producten te koop waren. “Not far, you go by tuk tuk, pay no more than thirty baht.” Ze sprak een brommertaxichauffeur aan en daar gingen we, per tuk tuk, op weg naar die authentieke Thaise producten.

En de rit was lachen! We hadden het meteen naar onze zin. Het was een leuke sight seeing toer door de straten van Bangkok, met hun eetstalletjes en winkeltjes en de stad is zo schoon als ik nog nooit heb gezien, zelfs niet in Singapore.

Maar dat winkelcentrum met die authentieke producten was een deprimerend, lelijk, betonnen gebouw en er was niks te beleven. We vroegen die chauffeur ons naar het Siam Paragon te brengen, hij zei dat er niks van waar was, van die demonstratie, en daar hebben we ons zowat de hele dag vermaakt, want ze hebben er álles, van Gucci tot Chanel, de geweldige Japanse boekenwinkel Kinokuniya en een winkel vol hippe, gekke designartikelen voor heel weinig geld (onder andere een knuffel in de vorm van een drol, Mr. Poo-poo), waar we wel twee uur hebben doorgebracht.

Terug op straat werden we meteen weer aangesproken door een keurig geklede heer: “Where you go? Show me your map!” En steeds als we een taxi of een tuk tuk benaderden, kwam er zo’n kerel op ons afgestiefeld: “Where you go? Show me map!” Al snel zetten we het op een rennen als we een man in een stijf gestreken overhemd zagen. “Where you go? Show me map!” – “Leave us alone, wanker!”

Liepen we verdwaald in één of andere gribuswijk, door iedereen de verkeerde kant opgestuurd, niemand die ons hielp, zagen we eindelijk een taxi. We lopen naar die taxi, en ja hoor, nú kwam eropeens een hulpvaardige meneer te voorschijn. “Show me map!” Hassnae, gewoonlijk de kalmte en meegaandheid zelve, gáf die man toch onderuit de zak! “No! We KNOW where we want to go and get your hands OFF my map!” Weg was-ie.

We wilden eten bij die befaamde straatstalletjes in Bangkok, en de night market was daarvoor de beste plek, volgens onze Lonely Planet. Maar de tuk tuk zette ons niet af bij die avondmarkt, maar bij een niksig restaurantje in een achterbuurt. Daar zaten ook weer een paar oude mannen klaar om zich over ons te ontfermen (babyboomers, Bert, het zijn die vermaledijde babyboomers!) en ik was het zó zat. Dat zag iedereen al aan mijn gezicht, we werden snel de tuk tuk weer ingeholpen en nu bracht de chauffeur ons echt naar die night market. Ass-hole.

Over die eetstalletjes ga ik kort zijn. Daar is iedereen altijd zo hysterisch enthousiast over, en het is zeker niet slecht, wat je daar voor weinig geld krijgt. En als jouw idee van lekker eten een biefstuk bij Van der Valk is, is het eten op straat in Bangkok natuurlijk helemáál een culinaire orgie, dat begrijp ik. Maar wij hebben op straat gegeten op Bali en in Singapore, en we kwamen net uit Vietnam, waar iedereen een keukengod of -godin is. Laten we het erop houden dat we veel beter gewend zijn.

Weet iemand wat een pingpongshow is? Want daar word je op de night market de hele tijd mee lastig gevallen: “Wanna see ping-pong show? Is nice for lady!” Ik dacht eerst aan een spectaculaire show met twee acrobatisch tafeltennissende Chinezen of zoiets. Maar een blik in de etablissementen, waar deze proppers ons naartoe wilden lokken, gooide die onschuldige fantasie meteen aan diggelen. “Ping-pong show! Pussy! Pussy! Wanna see pussy! Nice pussy for you!” Hassnae was oprecht geschokt dat zelfs zij op deze nogal botte manier werd benaderd.

Die vrouwen in hun roze bikini’s, dat opgefokte sfeertje, en alsof dat al niet erg genoeg was, zagen we oude dikke kerels met rooie zweterige koppen hand in hand lopen met schoolkinderen. Eén zo’n type liep met zo’n kind, begeleid door een propper, een sekstent binnen. Hassnae wees me erop en ik hoorde het mezelf ontkennen: nee, nee, dat is geen kind, joh. Dat kan toch niet. En toen viel het kwartje en voelde ik me domrechts worden en hier kan ik maar beter ophouden.

De volgende dag wilden we wat tempels en het Grand Palace bezoeken en daarvoor, legde de hotelreceptionist ons uit, konden we het beste de bootbus nemen. Stonden we voor het Grand Palace, begon er meteen weer zo’n man een kulverhaal op te hangen: “Don’t you know what day is today? Today pray! Palace closed! Show me map!” Maar Jezus, we zagen drommen toeristen in en uit dat paleis lopen. Dacht die vent soms dat we achterlijk waren?

Wat is in godsnaam de zin van dit soort leugens? Is het de heilige plicht van die mensen om ons te weerhouden hun paleizen en tempels te zien? Vinden ze dit grappig? Zijn het gewoon dwazen? En what’s with the ‘show me the map?’ Waarom willen ze per se op onze kaart kijken? Is het een Thaise vorm van voodoo? Het is bloedirritant, in elk geval, en doodvermoeiend.

In de paleizen moest je decent gekleed zijn, daar hadden we ons op voorbereid. Hassnae zag er nota bene uit als een vrome moslima. We kochten een kaartje en toen werden we door een mannetje in uniform alsnog tegengehouden omdat Hassnae niet behoorlijk gekleed zou zijn. Dat mannetje pikte volkomen willekeurig vrouwen uit het publiek en zette ze naast zich neer. Toen wilden we dat paleis helemaal niet meer zien. We hebben ons geld teruggevraagd en zijn vertrokken.

Buiten op straat kwam er weer zo’n mannetje op ons af. “Fuck off!” Hij grinnikte wezelachtig en zocht snel een ander slachtoffer uit. Op het busbootstation probeerde een vrouw ons wijs te maken dat we 1200 baht moesten betalen om bij de tempel aan de overkant van de rivier te komen. We negeerden haar, want een kaartje koop je op de boot zelf. We zagen andere toeristen zonder enig protest hun portemonnee trekken en betalen. Niemand wilde ons zeggen welke boot we precies moesten hebben. Of niemand kón het zeggen, daar leek het eigenlijk meer op. Dat station vulde zich met toeristen die zich als vee van de ene naar de andere plek lieten leiden.

Ik zei: “Fuck die tempels”, en we liepen weer naar buiten. Daar was een markt, een man pakte Hassnae bij haar arm en zei dat ze ergens anders moest lopen, of zoiets. Domme man, verkeerd moment.

Buiten stonden wel dertig tuk tuks op een rijtje. Die wilden tweehonderd baht voor een rit naar Chinatown. Ze reden liever niet dan voor minder dan tweehonderd baht hun brommertje te starten. We namen de taxi. Zeventig baht later waren we in Chinatown.

Chinatown is mijn favoriete plek in elke stad. Als ik het even helemaal gehad heb met de eigenaardigheden van de lokale bevolking, ga ik naar Chinatown, waar de mensen normaal doen. Ik weet niet waarom het is, maar als ik Chinese gezichten om me heen zie, voel ik me altijd helemaal tot rust komen, alsof ik thuis ben. Chinezen zijn vertrouwd. Chinezen zijn overal hetzelfde. Ik hou van Chinezen. Chinezen stellen me op mijn gemak.

Na Chinatown gingen we weer naar het Siam Paragon. Daar is een food court waar je zowat alles kunt eten waar je zin in hebt. We bekeken de kaart bij een Thais eetstandje. Begon een hele aardige jongeman ons adviezen te geven. Hij wees iets aan met van papaya gemaakte mie of zoiets. “Dat is lekker.” En die gozer bestelde gewoon voor ons dat gerecht. Zonder dat we daar om hadden gevraagd.

Dude. Bemoei je. Met. Je eigen fucking zaken.

Bangkokkers, ze zijn compleet gestoord. Ik ga nooit, nooit, nooit, nooit, nooit meer naar Bangkok.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home