Frontaal
Naakt
26 september 2009

De Haagse Stripshop

Peter Breedveld

essaydi5
Foto: Lalla Essaydi

Toen ik in 1989 in Den Haag kwam wonen, was dat in de Frederikstraat, in de leukste buurt van de stad. Vijfentwintig meter verderop was Panda gevestigd, de stripwinkel van stripgoeroe Hans Matla. Daar ben ik één keer binnengeweest en daarna nooit meer. Ik geloof niet dat ik door het grombeest dat daar achter toonbank stond – Matla’s vrouw, naar ik heb begrepen – waardig genoeg werd gevonden om strips bij Panda te mogen kopen.

Ik werd dus regelrecht in de armen van Matla’s concurrent gejaagd, De Haagse Stripshop, toen nog in de Wagenstraat in wat door de gemeente Den Haag nogal overdreven ‘Chinatown’ wordt genoemd. De Haagse Stripshop was het tegenovergestelde van Panda: er heerste een ontstellende chaos en je kon er je kont niet keren. Deed je dat toch – je kont keren – dan ratste je zo een rij stripboeken van een schap af. Of, als je meer pech had, een dure striprelikwie. Achter de toonbank stond eigenaar Peter van Uunen, maar die zag je pas als je je een weg had gewurmd door een groep luidruchtige Hagenezen die de toonbank als de toog van hun stamkroeg leken te zien.

Wat een bont gezelschap was dat. Een ADO Den Haag-supporter die vrolijk stond op te scheppen over de vernielingen die hij tijdens de laatste wedstrijd had aangericht, een ridder met droef gelaat en een Batman-fetish, een verhuizer met stoere tatoeages, die zijn hele salaris uitgaf aan expliciete horrorstrips en aanverwante artikelen en die me een keer toevertrouwde dat hij zo graag een lieve vrouw wilde, en een kindje. Een schreeuwerige ADHD’er die zelfs als het vroor nog in een T-shirt en een korte broek kwam binnenlopen, twee bijdehandte treiterkoppen die striptekenaar Hanco Kolk eens naar de rand van een zenuwinzinking dreven tijdens een signeersessie in de winkel.

Eén vrouw maakte deel uit van het gezelschap, een wandelende Star Trek-encyclopedie die verder ook nergens anders over kon of wilde lullen. Er was ook een kwezel die met opgetrokken bovenlip sneerde dat ik uninitiated was omdat ik niet wist wat er in de drieëndertigste minuut van aflevering zeven van deez’ of gene spin-off van Star Trek – The Next Generation had plaatsgevonden. Er kwam vaak een zonderling die werkelijk leek te denken dat-ie een Vulcan was en ik moet zeggen dat-ie er het uiterlijk voor had.

Je werd een soort van ontgroend als je daar vaste klant wilde worden. Je moest je een beetje weerbaar tonen ten aanzien van het typisch Haagse getreiter van de stamgasten. Een eitje voor mij, uiteraard, want erger dan vroeger op het schoolplein wordt het toch nooit meer. Ik werd één van Peters trouwste klanten en liefdevol opgenomen in het groepje ruwe-bolsters-blanke-pitten. Ik vond het leuk ze te pesten met het feit dat ik wèl een vriendinnetje kon krijgen. Dat was een teer punt. Als er eens een vrouw kwam binnenlopen – iemand anders dan de Startrek-encyclopedie – schoten de heren in een kramp en begonnen ze wild met hun ogen te draaien – als Borgs met kortsluiting.

Ik heb, nadat ik was afgestudeerd, anderhalf jaar in de Stripshop gewerkt. Dat was leuk, de hele dag mijn enthousiasme voor strips te kunnen delen met de klanten. Alf Berendse ken ik van die tijd. Alf en ik deelden een liefde voor het werk van Paul Pope, en we waren de enige twee Stripshoppers die de maandelijkse comic Cerebus van Dave Sim reserveerden.

Warme herinneringen bewaar ik aan de signeersessie met schrijver Neil Gaiman, van wie tegenwoordig het ene na het andere boek succesvol wordt verfilmd. Gaiman en Peter van Uunen, dat klikte totaal niet. Gaiman had als eis dat hij per Concorde vanuit Californië naar Nederland zou worden overgevlogen. In de winkel hield hij zijn grote zonnebril op. Die zonnebril ging zelfs ’s avonds in het donker niet af. Het irriteerde Peter mateloos. En uiteindelijk zijn er een stuk of zeven verliefde meisjes op Gaiman afgekomen en zat hij er verder een beetje verloren bij. Ik vond ‘m eerlijk gezegd wel charmant, ondanks zijn ijdele zelfgenoegzaamheid. Die avond hebben we met hem gedineerd in het Indonesische restaurant Istana. Hij voerde het hoogste woord.

Met Berni Wrightson en zijn vrouw hebben we ook gedineerd. Berni Wrightson is één van de goden van de stripwereld. Van hem heb ik een manier geleerd om te hard te rijden zonder geflitst te worden: je laat je inhalen door andere hardrijders en die volg je, waarbij je voldoende afstand bewaart. Zijn signeersessie trok aanzienlijk meer belangstelling dan die van Gaiman, al heb ik nog nooit zoveel mensen in de Haagse Stripshop gezien als wanneer Marnix Rueb, de tekenaar van Haagse Harry, kwam signeren. Dan stonden de mensen echt in een lange rij die de hele straat besloeg. Rueb is een superster in de Hofstad. Zo gelachen toen er een oude jongere bij hem kwam met een album en een gedetailleerde beschrijving van de tekening die hij van Rueb op het titelblad wenste. Rueb keek hem aan van boven zijn brilleglazen en zei: “Je krèg gewaun een poppetje, net als iedereen, vin je ’t goed?”

Ik trakteer u op dit nostalgische gemijmer omdat ik van de week een persbericht van Peter kreeg, waarin hij aankondigt er eind dit jaar mee te stoppen. Met de winkel die nu aan de Stille Veerkade is gevestigd, althans. Hij gaat zich helemaal toeleggen op de verkoop per Internet. Wegens chronisch tijdgebrek kom ik niet zo vaak meer in de winkel, maar Peter reserveert nog wel trouw mijn comics voor me. Die kom ik dan eens per drie maanden in één keer halen. Ik neem me steeds voor vaker te komen, want ik mis het zaterdagavondse naborrelen met Peter, waarbij we uren lullen over van alles en nog wat. Van de flamewars op Frontaal Naakt tot het zweethutritueel van de Noord-Amerikaanse Indianen.

Dat is straks na december afgelopen en dat is erg jammer. Ik ben wel benieuwd naar de uitverkoop van Peters magazijnvoorraden. Als ex-werknemer weet ik dat zich in dat magazijn een groot aantal verborgen schatten bevindt. Misschien dat ik probeer er daar een paar van aan mijn verzameling toe te voegen. En daarna word ook ik stamgast van ‘de Eerste de Beste Internetstripboekhandel’.

Peter Breedveld is het levende bewijs dat de bewering, dat strips leeslui maken, blakende nonsens is.

Peter Breedveld
Reageren? Mail de redactie.