Frontaal
Naakt
11 november 2014

Een rebels hoofddoekje

Esra Dede

m2

Mijn moeder was twaalf toen ze besloot een hoofddoek te dragen. “Nergens voor nodig”, zei haar zus terwijl ze haar lippenstift vernieuwde. “Dat ga ik wel doen als ik getrouwd ben, ik moet van mijn mooie lokken genieten zolang ik kan”

Mijn moeder had geen mooie lokken, maar dat was niet de reden waarom ze zich bedekte. De islam had haar geroepen en ze voelde zich compleet met het zwarte doekje, dat langs haar wangen gleed en strak onder haar kin werd vastgepind. Elke ochtend deed ze haar hoofddoek op en liep zo naar school.

De decaan wachtte haar steevast op bij de voordeur, klaar om haar hoofddoek over te nemen en die in een la te verstoppen. “Je kunt je beter helemaal niet bedekken”, riep hij haar vaak na in de gang. Maar zo was het nou eenmaal in Turkije en ze voelde zich vereerd om een van de rebelse hoofddoekjes te zijn. Ze maakte deel uit van een strijd tegen de extreme secularisering van haar land.

Verschrikkelijk idee

Ik was veertien toen ik besloot een hoofddoek te dragen. Ik wilde de strijd aangaan met de vooroordelen erover en meer in contact staan met mijn geloof. Alhoewel ik wat later was, dacht ik hetzelfde te voelen als mijn moeder toentertijd. Zij vond het natuurlijk geweldig dat ik het deed en het was fijn om dat te zien bij haar.

Mijn vader was, zoals altijd, een ander verhaal. Hij vond het een verschrikkelijk idee. “Ze zullen je belachelijk maken, niet meer serieus nemen en je bekritiseren. En het gaat er ook niet uitzien”, riep hij vanuit de woonkamer, terwijl ik voor de spiegel verschillende technieken probeerde om de hoofddoek vast te maken. Toen hij doorhad dat ik serieus was, kreeg ik een halve waarschuwing. Ik was te jong en mocht niet met een hoofddoek naar buiten, de volgende dag.

Ik liep naar school zoals altijd, tot aan de voordeur. Daar haalde ik een zwart doekje uit mijn tas, drapeerde het over mijn hoog opgestoken knot, liet het over mijn wangen glijden en pinde het strak vast onder mijn kin. Net zoals mijn moeder. Geen decaan die mij tegenhield, maar dat hield mij niet tegen om mij, zoals mijn moeder, een van de rebelse hoofddoekjes te voelen.

Religieus symbool

Dat gevoel verdween als sneeuw voor de zon bij het eerste contact met een docent. “Ben je verdwaald?”, vroeg mijn wiskundedocent toen ik mijn plaats innam. Met stomheid geslagen staarde ik hem aan, twijfelend of het wel of niet een grap was. Daarna kwamen de one-liners, waar ik niet op voorbereid was.

“Word je gedwongen door je ouders?”

“Jij bent toch geen moslima, je bent zo kritisch en intelligent”

“Bedekte VWO-studenten zie je niet vaak”

“Weet je zeker dat je dit wilt?”

Mijn relatief zwarte middelbare school liet mij schrikken en mijn hoofd begon vol te raken met vragen en twijfels. Ja, ik was een van de intelligentere leerlingen, ik was kritisch, ik was een streber. Kon dat niet samen met een hoofddoek? Waarom moest ik per se dalen in aanzien? Was ik niet sterk genoeg om mijn persoonlijkheid te behouden bij het uitdragen van een religieus symbool? Waarom kon ik deze reacties niet van me laten afglijden?

Een denkbeeldige hand kroop rond mijn hals en ik begon moeite te krijgen met ademhalen. Of had ik mijn hoofddoek toch te strak vastgepind?

Borsten laten zien

De strijdlust in mij verdween bij elke confrontatie en aan het einde van de dag voelde ik mij net een schim. Ik voelde mij steeds kleiner worden, verborgen achter laagjes viscose en struikelend over mijn te lange rok. Ik kon niet wachten om thuis te zijn en rende de bus uit, de richting op van mijn straat.

Een man kwam mij achterna en liet mijn ov-kaart zien. “Jij laten vallen, is van jou?”, zei hij. Wat een ironie, dacht ik. Een meneer praat dom tegen mij. Mij, godverdomme een gymnasiumleerling! Uit woede trok ik aan het pinnetje onder mijn kin, waardoor het doekje met een zwevende beweging op straat viel. Ik voelde hetzelfde als wanneer ik mijn borsten zou hebben laten zien.

Juiste strijd

Eenmaal thuis wist ik niet of ik moest huilen of lachen. In mijn ogen had ik gefaald, ik kon niet zo rebels zijn als mijn moeder. Volgens mijn moeder was ik er nog niet klaar voor, mijn strijd moest nog gestreden worden. “Het komt wel, op een dag zal God hetzelfde ook aan jou laten voelen”.

Tien jaar later en ik moet het nog voelen. Ik acht de kans klein dat het ooit zal gebeuren. Er lopen genoeg rebelse hoofddoekjes rond in Nederland, nu maar hopen dat ze wel de juiste strijd hebben gekozen.

Esra Dede is geboren en getogen Amsterdammer. Zij studeert geneeskunde en wordt door haar familie gezien als communist, omdat ze ooit lid was van de SP. Volg haar op Twitter.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home