Frontaal
Naakt
23 april 2011

Fort Hollandia

Leo de Jong


Foto: Incine.fr

Het is voor mij een stuk makkelijker bij mijn vriendin op bezoek te gaan dan andersom. Zij is namelijk Iraanse en woont in Iran.

Wil ik bij haar op bezoek dan vraag ik mijn vaste reisbureau in Teheran om een autorisatie te faxen naar de Iraanse ambassade in Den Haag. Dat kan ik regelen per mail. Is dat papier gefaxt, dan kan ik mijn paspoort inleveren bij een visumbemiddelingsbureau in de buurt van mijn werk, samen met een invulformulier dat ik van de website van de Iraanse Ambassade heb gehaald.

Daarin moet ik mijn personalia aangeven, wat ik doe, hoeveel geld ik ongeveer meeneem, waarom ik naar Iran reis (toerist) en of ik er al eens eerder geweest ben. Aangezien ik geen journalist, soldaat of zionist ben, is een visum binnen twee weken geregeld. Geen Iraniër die mij heeft gezien voordat ik op Khomeiny International Airport sta.

Mijn vriendin moet daarentegen een afspraak maken op de Nederlandse ambassade in Teheran en moet daar bankafschriften laten zien, loonstrookjes, werkgeversverklaringen en arbeidscontracten. Van haarzelf en van mij, want ze moet bewijzen dat er in Nederland iemand garant voor haar staat. Daarnaast moet ze bewijzen dat ze voldoende binding heeft met haar moederland om terug te keren. Voor mensen die student zijn of een stuk land bezitten is dat iets minder lastig. Voor gewone loonslaven niet. Voor hen geldt dat 90 procent van de aangevraagde visa wordt afgewezen wegens ‘vestigingsgevaar’.

Wanneer haar visum uiteindelijk –je moet vrijwel altijd bezwaar aantekenen- wordt toegekend, moet ze nog eens persoonlijk op de ambassade langs om het visum op te halen. In dat visum staat uitdrukkelijk vermeld dat je na terugkomst je persoonlijk weer op de ambassade moet komen melden om te bewijzen dat je weer terug bent. Drie bezoeken dus aan de ambassade, die ook gewoon per telefoon en email te benaderen is en nog wel in drie talen: Nederlands, Engels en Perzisch. Geen lolletje voor wie op een halve dag rijden van Teheran woont en een baan heeft. Want onze ambassade is dicht op Nederlandse én Iraanse vrije dagen (zondag zijn ze wel open trouwens, maar dat is daar een werkdag).

Eenmaal op Schiphol moet mijn vriendin aan de marechaussee laten zien dat ze voldoende geld bij zich heeft om zichzelf te onderhouden: 34 euro per dag. Heeft ze dat niet, dan kan ze worden teruggestuurd, want de marechaussee weet niet altijd dat een garantsteller de toepassing van die regel overbodig maakt. Het zijn politieagenten, geen juristen. Wordt ze doorgelaten dan moet ze zich binnen 72 uur melden bij de vreemdelingenpolitie in de stad waar ze verblijft, tenzij ze in een hotel verblijft. Maar dat verblijft ze niet. Ze verblijft bij mij.

De Nederlandse ambassade in Teheran verwerkt per jaar ongeveer 17.000 visumaanvragen. De meeste zijn transitvisa voor Iraniërs die via Schiphol verder reizen naar de VS of Canada. Een handjevol reist naar Nederland en tussen dat handjevol zat mijn vriendin, die als één van de weinige Iraniërs uitstekend Engels spreekt.

De procedures bij de marechaussee (je wordt als garantsteller dus echt in de aankomsthal opgebeld met de vraag op wie je staat te wachten, wat zij van je is en hoe en hoe lang je elkaar kent) duurden even en mijn vriendin besloot zowel de marechaussee als de reizigers te helpen door te tolken. Eén van de reizigers was een Iraanse vrouw die getrouwd was met een in Nederland legaal verblijvende Iraanse man. Zij had de voorgeschreven 34 euro per dag niet bij zich. Maar dat was ook niet nodig, zei de vrouw, want haar man zorgde voor haar, ze waren immers getrouwd.

Mijn vriendin legde aan de marechaussee uit dat hier sprake was van een cultuurverschil. Mannen in Iran worden verondersteld altijd en overal, uit eigen middelen voor hun vrouw te zorgen. Dat geldt niet andersom, zelfs niet als de vrouw rijker is dan de man. De marechaussee reageerde zoals alleen een Nederlander kan reageren: “Ja, maar dit is Nederland.”

Een paar maanden leek me dit een logisch en redelijk antwoord. Tot me van de week te binnen viel: “Ja, dit is Nederland, een liberale democratie waar de overheid bepaalt hoe echtelieden hun onderlinge financiën dienen te regelen.”

Leo de Jong brak na een auto-ongeluk zijn studie Iraanse taal- en letterkunde af en werkt nu als management assistent bij een adviesbureau in de ruimtelijke ordening.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home