Frontaal
Naakt
16 juli 2013

Grote mond

Hedwig Vos

beach7
Illustratie: Al Brule

Ze was bekend met een chronische psychiatrische ziekte en woonde op volwassen leeftijd nog op een kamer in haar ouderlijk huis. Ze had altijd alleen maar contact met de huisarts, in wiens praktijk ik werkte, maar langzamerhand ging ze mij ook vertrouwen. Omdat ze mensenschuw was kwam ik altijd bij haar thuis. Tenminste, toen ze me eenmaal vertrouwde, toen mocht dat.

Dat waren vooral ‘vinger aan de pols’-visites, zoals ik die noem. Maar op zich ook wel vanwege lichamelijke klachten, want ze had in het verleden een vrij ernstige vorm van kanker gehad, waarvoor zij meerdere malen geopereerd was.

Redelijk stabiel

Hoe ernstig de gevolgen van deze operaties echter ook waren, controles in het ziekenhuis had ze niet. Want ze kwam nauwelijks buiten en naar het ziekenhuis gaan, was een hele opgave, zowel psychisch als lichamelijk.

Als ik daar in haar kamer kwam, was het altijd schemerig, op het donkere af. Donkere muren en de gordijnen dicht. Dat is sowieso het interessante van huisarts zijn. Je komt nog eens ergens en zoveel mensen, zoveel inrichtingen van huizen. Maar daar, bij haar, had het huis altijd iets triests. Net als zijzelf.

Haar psychiatrisch beeld was redelijk stabiel, met medicatie. En hoe langer ik haar kende, hoe meer het mij bevreemdde dat ze helemaal niet voor controles in het ziekenhuis kwam. De kanker was in het verleden van dien aard dat ik me niet voor kon stellen dat ze helemaal weg was. Dus ik vroeg haar wat zij daarvan vond.

Voortschrijden van de kanker

Daar had ze eigenlijk geen mening over. Toen ik vroeg of het zou kunnen dat ze misschien geen controles had omdat men blijkbaar gedacht had dat zij daar, met haar psychiatrische ziekte, geen behoefte aan had vond ze dat wel een plausibele verklaring. En toen ik haar vroeg wat ze daar van vond, gaf ze aan dat dat eigenlijk wel raar was. En toen ik vervolgens vroeg of ze zelf ook niet nieuwsgierig was naar haar gezondheid en het mogelijke voortschrijden van de kanker, toen gaf ze aan dat ze daar inderdaad benieuwd naar was.

Want misschien moest ze wel behandeld worden en was de enige reden, dat dat niet gebeurde, het feit dat iemand anders voor haar had besloten dat dat onnodig was omdat ze psychiatrisch beperkt was.

Behandeling was hoognodig

Ik belde haar vroegere specialist en die vond het een goed idee haar weer te zien. Met alle moed, die ze had, ging ze naar het ziekenhuis. En inderdaad, waar ik al bang voor was: er was een grote uitzaaiing te zien. Behandeling was hoognodig, want nu had ze er nog geen klachten van, maar die konden wel komen.

Ze startte vol goede moed met chemokuren. Ze kreeg bijwerkingen. En helaas overleed ze snel na de start van de chemo als gevolg daarvan.

En ik dacht alleen maar: “Ik ook altijd met mijn grote mond. Had ik maar niet de inlevende dokter uitgehangen. Dan had ze nog geleefd”.

Hedwig Vos is huisarts, promovendus, moeder, chocoholic en PvdA’er. Volg haar op Twitter.

Hedwig Vos