Frontaal
Naakt
8 oktober 2015

Haatjournalistiek

Willem van Lunenburg

j2

Wat kunnen wij leren van de Franse revolutie? Onder meer dat de lynchpartijen werden georkestreerd door een journalist: Jean-Paul Marat, radicaal linkse ophitser tijdens de Franse revolutie. Eiste op 26 oktober 1792 270.000 (!) hoofden.

Marat behoorde tot de Jakobijnen, die in hun dogmatisme gelijkenis vertonen met alle conservatieven, inclusief die verenigd in politiek verband, zoals bijvoorbeeld de PVV en de SP.

Er waren ook gematigde Jakobijnen, uiteraard. Van belang is hoe radicaal de leiding is, en Marat was radicaal. Je was voor hem of tegen hem. Tegenstanders werden genadeloos onthoofd.

Vermoord in bad

Zo ook uiteindelijk de Girondijnen. Laten we die voor het gemak samenvatten als de vooruitstrevenden.

Marat werd in bad vermoord door Charlotte Corday, een Girondijnse met een ideaal, die om zich heen vrienden en bekenden ten prooi zag vallen aan Marat voordat ze besloot hem zelf te vermoorden. Ze stierf onder de guillotine.

Charlotte hoopte het moorden te kunnen stoppen, maar helaas: de moord op Marat werd door de Montagnards gebruikt om de moordmachine te versnellen. In veertien maanden tijd werden 40.000 mensen onthoofd, waaronder Brissot, Danton en de Dantonisten, Hébert en de Hébertisten, Cloots en de atheïsten, Robespierre en de Robespierristen.

Stoffelijk overschot

Marat zelf heeft nooit iemand vermoord: hij hitste slechts op. Zijn hele huis stond op een gegeven moment vol met drukpersen, omdat drukkers het te gevaarlijk vonden om zijn stukken te drukken. Marat was de uitvinder van de haatjournalistiek. Demagogie die geëngageerde intellectuelen èn een deel van de massa aansprak.

Marats stoffelijk overschot ging het Panthéon binnen op 21 september 1794. Op 8 februari 1795 werd hij er weer uitgehaald; zijn resten werden in het riool gegooid.

Willem van Lunenburg is een pseudoniem. Zijn echte naam is bekend bij Uw Hoofdredacteur.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home