Hondepis
Hassnae Bouazza

Foto: Wilhelm von Gloeden
Het Kamerlidmaatschap doet vreemde dingen met een mens. Afgelopen maandagavond zag ik tijdens het debat over Marokkaanse carrièrevrouwen hoe zwaar de tol is die je betaalt als je besluit boven de rest van de mensheid uit te stijgen: je dicht jezelf eigenschappen toe die je nooit gehad hebt en begint opeens dingen te zeggen die niet waar zijn. Heel tragisch.
Samira Bouchibti, die ik vroeger kende als Samira Abbos van de itempjes van de multicultitelevisie van de Amsterdamse zender AT5, heeft het ver geschopt. Met een aura van zelfvoldaanheid en hautaine arrogantie nam ze plaats achter de tafel temidden van de andere debatpartners. Als ze sprak, leunde ze met haar ellebogen op tafel, vouwde haar handen tegen elkaar en deelde met het publiek al haar goede daden die zij als Kamerlid en voormalig journaliste heeft mogen verrichten. Ze heeft, zo vertelde ze niet zonder trots, zelfs een keer een stagiaire een keer een week lang op haar stoel laten zitten. Een vriendin vroeg zich na afloop af wat die stagiaire op die stoel deed en waar Samira dan was tijdens werktijd.
Toen ik ruim een jaar geleden begon met mijn documentaire over Marokkanen en hun zoektocht naar een partner, was Samira één van de eerste mensen die volmondig en enthousiast haar medewerking toezegde. Op de dag van de opname belde ze af. De cameraploeg moest afgebeld worden en betaald. Ze zei dat ze ziek was, maar ze klonk alsof ze de avond ervoor zwaar was doorgezakt.
Ik liet het weekend voorbijgaan en heb vervolgens meerdere keren per dag geprobeerd haar te pakken gekregen, een week lang. Maar Samira nam niet meer op en reageerde niet op smsjes. Op het eind heb ik haar een mail gestuurd waarin ik haar erop wees dat haar gedrag een Kamerlid onwaardig was, en toen, ja toen reageerde ze wel. Beledigd, verontwaardigd over zoveel brutaliteit mijnerzijds. De kans mij de les te lezen, liet ze niet voorbij gaan. Maar Samira zal toch echt een hersenimplantatie moeten ondergaan voor ze mij of wie dan ook de les zal kunnen lezen.
Terug naar het debat: op de vraag of ik de dames in het panel had benaderd, vertelde ik dat ik Fatima Elatik had gemaild, maar dat ze niet had gereageerd en dat Samira had toegezegd om vervolgens af te haken. Samira keek me overigens de hele avond niet aan. Ze maakte een wegwerpgebaar met haar hand: “Dat is trouwens niet waar, hoor.” Ik boog naar de microfoon en zei: “We gaan nu geen onwaarheden vertellen” en wees haar erop dat ik haar mails nog had. Samira keek me niet aan en drong er bij een andere spreker op aan vooral door te gaan, want in deze scheerbeurt had ze niet zoveel zin. Niet dat ik iets van plan was, want ordinaire scheld- en vechtpartijen laat ik liever over aan Samira.
Dat is Samira dus. Een onbeschaamde leugenaar die werkelijk denkt mij zonder weerwoord van leugens te kunnen betichten. Ik was verbijsterd. Aicha Marghadi zat op de eerste rij en probeerde nog een glimlach op mijn gezicht te krijgen. In Algerije zouden ze van onbeschaamde mensen als Samira zeggen dat ze haar gezicht met hondepis heeft gewassen.
Er was nog iemand van de hondepis die avond, Mohammed Cheppih. De zelfbenoemde liberale moslim met zoveel gezichten dat ik de tel ben kwijt geraakt. Laatst kwam ik Mo tegen op de Nacht van de Vrede en toen keek hij me meermaals minachtend aan. Afgelopen maandag was hij zo goed zich te verlagen door me vanuit het publiek aan te spreken. Uiteraard om kritiek te leveren op mijn documentaire, want hij vond dat de Marokkaanse man er maar bekaaid vanaf kwam. Dat is knap, die conclusie, want Slimane, de jongeman die in de documentaire aan het woord komt, heeft op grappige en intelligente wijze het heersende beeld weerlegd, dat het allemaal aan de mannen ligt. Slimane was niet voor niets de held van de avond. Maar nee, zei Mo, Slimane is niet de gemiddelde Marokkaan en hij begon een lang betoog dat de Marokkaanse mannen en vrouwen elkaar niet vinden.
Nu weet ik dat Mo al meerdere keren getrouwd is geweest, dus een vrouw vinden was bij hem niet het probleem. Een vrouw houden, daar wringt bij hem de schoen. Zijn klaagzang was totaal hors sujet en niet meer dan een excuus voor hem om een vrouw de les te lezen. Dat doen Marokkaanse en Arabische mannen namelijk heel erg graag. Sterker, ze doen niets liever. Als een vrouw iets maakt of schrijft, geven ze ongevraagd hun mening en die komt er altijd op neer dat zij het beter weten.
Aan het eind van de avond werd ik door Samira el Kandoussi voor MTNL geïnterviewd en toen werd me nogmaals duidelijk hoezeer ik buiten die hechte club van borstkloppers val. Afgaande op haar zuigerige vragen, ging het Kandoussi duidelijk niet om een eerlijke weergave van mijn standpunten. Mensen als Raja Felgata en Aicha Marghadi zijn een verademing. Collega’s en vriendinnen Nuweira Youskine en Madelon Stokman zijn bakens van nuchterheid en intellect. Net als de vele vrouwen die na afloop op me afkwamen om te zeggen dat zij ook vinden dat vrouwen moeten kunnen ‘rondneuken’ als ze dat willen en dat er niks mis is met een niet-Marokkaanse man. Het is meer dan tijd dat deze mensen eens voor het voetlicht treden.
Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad, en de Arabische site van de Wereldomroep. Tegenwoordig is ze (bijna) wekelijks te bewonderen in Vrouw & Paard. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Volg haar op Twitter.





RSS