Islamistisch vandalisme in Libië
Jona Lendering

Illustratie: Willem Hofker
Voor toeristen bestaat Libië uit drie delen: de kust, de woestijn en de halfwoestijn. Langs de zee liggen de bekende opgravingen. In het oosten zijn dat de kerkjes van Apollonia, de fenomenale ruïnes van Kyrene, de bizarre reliëfs bijSlonta, de havenstad Ptolemaïs en het Byzantijnse fort Boreum. In het westen zijn dat vooral de Villa Selene en de drie Fenicisch-Romeinse steden Lepcis Magna, Tripoli en Sabratha.
Laten we er geen doekjes om winden: wat hier te zien is, is elders in het Middellandse Zee-gebied eveneens te zien. En beter. Maak een reis naar zuidwest-Turkije en je ziet precies hetzelfde. Wie echt geïnteresseerd is in de oude wereld, kan beter daarheen gaan.
Fascinerende rotskunst
Voor wat Libië uniek maakte (en maakt), moest (en moet) je de woestijn in. In de diepe woestijn liggen de rotsreliëfs en -fresco’s van de Fezzan, in de halfwoestijn staan de ruïnes van de Limes Tripolitanus. Beide zijn fascinerend, beide zijn uniek in de wereld. Wat de laatste betreft, verwijs ik naar deze pagina. Wie wil weten hoe machtig het Romeinse Rijk was, moet het lezen: keizer Septimius Severus veranderde hier een compleet ecosysteem. De ruïnes zijn fascinerend en uniek, maar er was geen hond die er naartoe ging, er was geen reisbureau die het in zijn programma’s opnam – maar dit was dus iets wat nergens anders viel te zien.
De diepe woestijn trok dan weer wel wat mensen. Ik heb wel eens horen vertellen dat ongeveer één op de tien toeristen daarheen ging. De rotskunst was – en is – fascinerend. En daarover wil ik het vandaag eens hebben.
Dromedarissen en paarden
De oudste fase staat bekend als de Periode van de Wilde Fauna: vóór 6000 v.Chr. was het klimaat vochtiger dan nu en was wat nu woestijn is een savanne. De jagers en verzamelaars beeldden op de rotsen allerlei wild af en je raakt diep onder de indruk als je ziet hoe primitief de werktuigen destijds waren – ze zijn vreemd genoeg nergens zo goed uitgelegd als in het Musée des Antiquités nationales bij Parijs. De Wadi Mathendousis het bekendste voorbeeld van deze kunst en is werelderfoed.

Reliëf uit de Wadi Mathendous
Na een droog zesde millennium, waarin de woestijn echt woestijn was, volgden perioden van schilderingen. De subperioden hebben wonderlijke namen als Wadi Amil en Ti’n Anneuin. De fresco’s die in vijfde en vierde millennium zijn aangebracht op de rotswanden, zijn ook bekend uit Algerije en Egypte. (Misschien herinnert u zich de ‘Cave of the Swimmers‘ uit The English Patient.) Deze kunstwerken zijn moeilijk te dateren, al staan op latere fresco’s dromedarissen en paarden afgebeeld, wat bewijst dat ze zijn vervaardigd na de introductie van deze rijdieren, ergens rond 2000 en 300 v.Chr.
Primitieve nomaden
Alleen het feit dat fresco’s uit de Dromedaristijd en Paardentijd wel eens zijn aangebracht over fresco’s uit de Wadi Amil- en Ti’n Anneuin-perioden, bewijst dat die ouder zijn, wat de kunsthistorici aanvankelijk verbaasde. Men had namelijk gedacht dat de woestijnkunst was vervaardigd door primitieve nomaden die iets namaakten wat ze in de Griekse steden aan de kust hadden gezien. Nu bleek het te gaan om een zelfstandige ontwikkeling van de kunst, vóór deze was uitgevonden in Griekenland, ja zelfs voordat de Egyptische beschaving was ontstaan.
Ik schrijf dit alles naar aanleiding van een berichtje dat onlangs in het nieuws was: islamisten zijn momenteel bezig de reliëfs en fresco’s in de woestijn kapot te maken. Dit is niet zomaar het inmiddels vertrouwde vandalisme: u weet wat er is gebeurd in Bagdad, ik heb hier al eens geschreven over Apamea in Syrië en misschien heeft u uit de Livius-nieuwsbrief (deze) meegekregen dat kunstrovers Egyptische mummiemaskers kapotmaken om papyri te vinden.
Weerzin tegen niet-islamitische kunst
De vertrouwde vandalen maken het zichzelf niet moeilijk. Hun doelwitten zijn makkelijk bereikbaar en hun materiaal is verkoopbaar. Deze vorm van vandalisme valt in principe te bestrijden door helers en handelaren te arresteren, waarna de vraag naar oudheden wegvalt en vandalisme niet langer loont.
Het vandalisme in de Libische woestijn is van een heel andere categorie: de vandalen moeten echt werk verrichten om de reliëfs en fresco’s te bereiken en het resultaat is niet te verkopen. Hier zijn geen opportunisten aan het werk. Dit wordt gedaan vanuit diepe weerzin tegen niet-islamitische kunst. Ik zie zo gauw geen manier om het te bestrijden.
Wat verloren aan het gaan is, ziet u hier.
Eerder gepubliceerd op Lenderings blog Mainzer Beobachter. Jona Lendering is als historicus werkzaam bij Livius Onderwijs, wanhoopt aan de toekomst van de geesteswetenschappen en heeft daarom, of desondanks, een boek over het ontstaan van het christendom en rabbijnse jodendom geschreven. Hij is ook columnist bij Sargasso.






RSS