Frontaal
Naakt
1 augustus 2009

Japan (2)

Peter Breedveld

cassez3
Illustratie: Annie Cassez

Morgen vertrek ik met mijn geliefde naar Japan – Kyoto en Tokyo, daarna naar Singapore, dat ligt net buiten Japan. Vorig jaar had ik me voorgenomen om het land nooit meer in de zomer te bezoeken, vanwege de moordende hitte, maar het heeft toch wel iets – die hitte. Hitte verstilt, zoals sneeuw dat ook doet. En meteen toen ik vorig jaar terug in Nederland was, miste ik dat soms oorverdovende geknirp van de cicades tijdens de broeierige middagen die we meestal doorbrachten in de tuin van een tempel of een restaurant, of zwervend door zo’n typisch Japanse woonwijk, zonder een sterveling te ontmoeten.

Dat is trouwens wat ik in Spanje ook graag doe: tijdens de siesta door woonwijken lopen, luisterend naar het geluid uit de stenen kamers – vorken die borden raken, de televisie die altijd te hard staat, een moeder die tegen haar kinderen schreeuwt, de zangvogeltjes.

Toen ik klein was, werd in Nederland regelmatig al zo heet – en al in het voorjaar – dat de teer op de straten vloeibaar werd. Tegenwoordig wordt het alleen nog maar benauwd.

Maar goed, ik neem mijn laptop mee naar Japan en ik ben van plan om elke dag verslag uit te brengen van onze avonturen. Met foto’s en alles. Gewoon, omdat ik dat leuk vind. Behalve als we door de hitte zo afgepeigerd zijn dat we ’s avonds tot weinig meer in staat zijn, of als ik gewoon geen zin heb, omdat in het buitenland alles, wat ik normaliter in Nederland doe, totaal onbelangrijk voor me wordt.

Ik kijk uit naar de schattigheid van alles, naar de sushi, de wagashi, de Japanse relaxte vriendelijkheid, de koelte van de Japanse taxi’s, de speelhal in Kyoto, waar we vorig jaar duizenden yen in allerlei gekke kasten hebben gegooid en, onder luid applaus van de lokale jeugd, de meest bizarre knuffelbeesten hebben gescoord.

Trakteer jezelf op het stuk Appeltaart van de hevig ondergewaardeerde Max Molovich. Erg goed, erg vermakelijk.