Frontaal
Naakt
25 december 2012

Kerst is voor mij…

Fréderike Geerdink


Illustratie: Fritz Willis

… nooit meer een familiefeest.

Het is denk ik een jaar of vijftien geleden. Eind van de ochtend, 25 december, en gewoon zo’n kerstontbijt bij je ouders thuis. Pa had vast een stemmig muziekje opgezet. De tafel was mooi bedekt, er hing een geur van afbakbroodjes, er was een sloot koffie, een pot thee. Kaarsen op tafel waarschijnlijk. Wie erbij waren, weet ik niet meer. Het hele gezin, denk ik. Mijn geliefde van destijds ook? Die werkte nog wel eens met kerst.

Wanhopige huilbui

En toen ging het mis. Zomaar, pats boem. Een wanhopige huilbui. Ik liep in paniek rond, soms even door mijn knieën zakkend, dan weer een paar stappen de keuken in, en weer terug, en weer terug, letterlijk niet wetend waar ik het zoeken moest. Mijn moeder hield me vast, of probeerde dat. Wat ís er? En waaróm dan? Niets is hier verplicht, dat wéét je toch? Als je hier nu niet wilt zijn, dan hoéft dat ook niet. Ze zei ook dat ze het snapte. Dat ze het gevoel kent. Volgens mij zei ik iets als ‘Ik weet het niet, ik kan dit niet, ik wil dit niet’. Schokkend zei ik het, halve woorden van het huilen.

De rest van de dag herinner ik me niet. Hoe het de jaren daarna ging, weet ik wel: ik ben met kerst nooit meer bij mijn ouders geweest. Ik werd wel altijd uitgenodigd. Dan belde m’n moeder. Dat ik natuurlijk welkom was met kerst, maar dat ik me niet verplicht moest voelen. Of ze zei: ‘Je bent welkom en dat weet je, maar alleen als je het voor de anderen niet verpest.’ En het fijne was: ik ging nooit, want ik zou het voor de anderen wél verpesten, en het is me nooit een seconde kwalijk genomen.

Nederlanders blijven Nederlanders

Sinds ik zes jaar geleden naar Turkije verhuisde, ben ik in december niet meer in Nederland geweest. Nederland laat zich juist met kerst zien op een manier die ik verschrikkelijk vind. Gladgestreken. Alles en iedereen in de plooi. Een hagelwit tafellaken bij het ontbijt, een keurige wandeling in de middag, een tot in de puntjes verzorgd diner. De uiterlijke schijn, oh de uiterlijke schijn. In werkelijkheid blijven Nederlanders Nederlanders: ruw, hard, onbeleefd, arrogant.

Dit jaar ben ik verhuisd van Istanbul naar het zuidoostelijke Diyarbakir, de grootste stad in Koerdisch gebied. Waar Istanbul me al beter paste dan Nederland, klopt Diyarbakir eigenlijk nog veel meer. Alles is hier nóg duidelijker tegengesteld aan wat me in Nederland zo op mijn zenuwen werkt. Hier zijn de mensen beleefd en bescheiden (maar trots!), en die idioot korte lontjes, waarmee Nederland bezaaid is, zie je hier nooit. Van uiterlijke schijn hebben Koerden nog nooit gehoord. Het leven en de stad zijn rauw en ongepolijst. Daar voel ik me lekker bij.

Ineens zo eenzaam

Dat het december is, gaat in Diyarbakir totaal aan je voorbij. Nou ja, bíjna. In het winkelcentrum bij mij in de buurt waar ik vorige week even was, hadden ze een maf soort tafereeltje met lichtjes gebouwd, met een plastic sneeuwpop, een huisje en wat speeltuinspul. Er hingen wat kindjes in rond, en ouders maakten foto’s. Oh ja, het is december, dacht ik toen ik dat zag. Ik schoot in de lach van het tafereel, maar eigenlijk voelde ik me ook ineens zo eenzaam. Ik woon hier net een paar maanden, ik ken nog zowat niemand, ik woon in een piepklein huisje waar om de haverklap de elektriciteit uitvalt en dan heb ik het ijskoud, en het wordt om vier uur ‘s middags donker.

Een seconde overwoog ik met kerst naar Nederland te gaan. Naar m’n ouders, voor de eerste keer sinds toen. M’n lieve grappige zusje komt met haar vriend waarmee ik prima overweg kan, mijn ouders zijn lief en relaxed, kortom, uitstekend gezelschap waarin niets moet en alles mag. En dan staat er ook nog eens ‘niets bijzonders’ op tafel (de gouwe ouwe gehaktballetjes in kerriesaus!). Ik voorspel goeie gesprekken, slap geouwehoer, af en toe een dansje in de woonkamer, en ook een keurige middagwandeling (ik zou thuis blijven).

Kerst en al dat familiegedoe

Maar langer dan een seconde overwoog ik het niet. Ik wil geen herhaling van toen. En hoewel ik inmiddels 42 ben en er ook op dit front enige volwassenheid van mij verwacht mag worden, weet ik vrijwel zeker dat het me niet zal lukken het gevoel dat Nederland en kerst bij me opwekken, te doorbreken. Nu niet, en nooit niet.

Ik wou dat ik me wél kon overgeven aan mijn familie, die mij kent en onvoorwaardelijk van me houdt. Juist nu, nu ik me vaak eenzaam voel – kerst en al dat familiegedoe zijn natuurlijk niet voor niets in december. Ik heb het nodig, en ik zou m’n ouders er zo’n plezier mee doen. Ik wil het. Maar ik durf het niet te proberen.


December in Diyarbakir. Foto: Fréderike Geerdink

Fréderike Geerdink is correspondent in Turkije. Ze werkt aan een boek over de Koerdische kwestie, heeft daar ook al een uitgever voor, maar ze heeft geld nodig voor onder meer research, tolken en reis- en verblijfskosten. Help Geerdink haar boek te verwezenlijken en stort een bijdrage. Klik hier voor meer informatie.

Fréderike Geerdink