Frontaal
Naakt
15 juli 2012

Koma

Peter Breedveld

Het stripboek Koma van scenarist Pierre Wazem en tekenaar Frederik Peeters gaat over het meisje Addidas, dat met haar vader in een VVD-heilstaat leeft, een kruising tussen het Londen van Charles Dickens en Terry Gilliams Brazil. Ze zijn schoorsteenvegers en dalen af in enorme schoorstenen, die toegang geven tot een labyrint van kanalen. Addidas neemt de smalle kanalen voor haar rekening, waar haar vader te groot voor is.

Het meisje raakt echter om de haverklap buiten bewustzijn, en de dokter heeft daar geen verklaring voor. Als haar vader zich na een avond stevig drinken verslaapt, gaat Addidas er alleen op uit, maar ze komt niet meer terug uit het kanaal, waarin ze is gekropen. Haar vader zoekt de hulp van de autoriteiten om haar te zoeken, maar die ontdekken dat hij zijn beroep clandestien uitoefent en sturen hem naar een strafkamp.

Zijn dochter raakt intussen verzeild in een ondergrondse wereld, waar gigantische blauwe, aapachtige monsters machines bedienen die blijken te corresponderen met de mensen op het aardoppervlak. Addidas ontdekt dat haar coma’s worden veroorzaakt door haperingen in haar machine, maar wanneer die wordt ontmanteld, blijft ze gewoon zelfstandig leven. Samen met het monster dat haar machine bediende en dat is verstoten door zijn soortgenoten, gaat ze haar vader bevrijden en bewerkstelligt ze de ondergang van de bovengrondse samenleving.

De Zwitser Wazem is vooral bekend van zijn doorstart van wijlen Hugo Pratts Woestijnschorpioenen, van Peeters verscheen twee jaar geleden het autobiografische verhaal Blauwe Pillen, over zijn relatie met een met HIV besmette vrouw en haar zoontje.

Peeters hanteert in Koma dezelfde energieke, expressieve tekenstijl als in Blauwe Pillen. Hij geeft het verhaal een claustrofobische, retrofuturistische sfeer, versterkt door de mooie, stemmige inkleuring van Albertine Ralenti, met veel bruin en rood.

De verhaallijn in Koma, dat oorspronkelijk in zes delen verscheen, is aanvankelijk vrij simpel. Ik dacht met een politiek getint verhaal voor kinderen van doen te hebben, maar op ongeveer de helft begint de boel behoorlijk grimmig te worden – met onder andere een intense martelscène – en moet de lezer zijn koppie erbij houden om alles te begrijpen. Dan wordt er gefilosofeerd over identiteit, de vrije wil en onze perceptie van de werkelijkheid.

Wazem en Peeters houden het tempo er goed in en balanceren behendig tussen actie, melodrama en komedie. Ik heb wel de indruk dat er stevig leentjebuur wordt gespeeld, maar ik kan er niet altijd de vinger op leggen. Een beetje Kubrick hier, wat Fritz Lang daar, een vleugje Alice in Wonderland, een flinke scheut Orwell en ik denk dat de heren ook graag naar Luc Besson-films kijken en veel manga lezen.

278 pagina’s in kleur, dat houdt je toch weer een paar uur van de straat. Ideale lectuur voor regenachtige zomers.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home