Shanghai: dierenleed
Peter Breedveld

Chinese meisjes, Chinese meisjes, Chinese meisjes, Chinese meisjes, Chinese meisjes. Hoe zou ik niet van ze kunnen houden? Ze flirten met me. Ik weet het, u vindt me afstotelijk, lelijk, dik, bleek en kaal. U wordt niet moe me dat in te wrijven in uw reacties op mijn stukken, op Twitter en op uw blogs, maar daar trekken de Chinese meisjes zich niets van aan. Waar Nederlandse vrouwen me castrerende blikken van openlijke afkeuring en hartstochtelijke minachting toewerpen, word ik door Chinese meisjes steels begluurd. Betrapt giechelen ze als ik ze op mijn charmantste grijns trakteer en dan gaan alle remmen los. Ze stoten elkaar aan, vragen hoe ik heet, waar ik vandaan kom, wat ik in Shanghai doe – ik moet me van ze losrukken.
Dit is onze laatste dag in Shanghai. Hoewel we morgenochtend (als u net naar bed gaat) naar mijn lievelingsstad Tokyo vertrekken, waar ik elke dag, dat ik er niet ben, naar verlang, ben ik toch een beetje verdrietig Shanghai te verlaten. Ik begon de stad net een beetje te leren kennen. Vandaag was de leukste dag met een bezoek aan Qibao, een soort toeristisch stadje ín de stad Shanghai, waar in het weekend blijkbaar elke Chinees uit de omgeving naartoe gaat, en naar de Taikang Road Art Centre, een ontzettend gezellig winkelcentrum waar je hippe spullen en arty farty souvenirs kunt kopen en gekke cocktails kunt drinken.
Qibao is een historische wijk in het zuiden van Shanghai, gelegen rond een gracht met bruggetjes en houten grachtenpanden. Er lopen minstens een miljoen Chinezen de bizarste snacks van stokjes te vreten en prullaria te kopen. Irritante eikels op scooters proberen zich toeterend een weg door de menigte te banen. Het is geweldig. In de winkels aan weerszijden van de smalle straatjes worden varkenspoten, hele vogeltjes, eitjes met ongeboren kuikentjes erin, slakken, kikkers en weet ik wat allemaal verkocht. Hier kun je een antieke textielmolen bezichtigen, daar is een schaduwtheatermuseum, verderop een distilleerderij, waar al sinds eeuwen de beste likeur van de regio wordt gemaakt – dat worden we althans geacht te geloven.
Dieren genieten in China overduidelijk niet de heiligenstatus die ze in Nederland hebben gekregen. Hoewel ik zelf geen slaap verlies vanwege een verwaarloosde hond of verkrachte pony, moest ik toch even slikken toen ik zag dat in China de kwartels al worden gebraden voordat ze uit hun ei hebben kunnen kruipen. Ook zag ik kleine, doorzichtig plastic bollen – zo groot als een flinke stuiterbal – met levende goudvisjes en schildpadjes erin.
Ik heb onder mijn vorige stuk al een foto geplaatst van een hond in een kooi, die nauwelijks groter was dan het beest, en waar ik die foto maakte zag ik ook konijnen, ratten, eekhoorns, hagedissen en slangen in dezelfde benarde situatie.
Maar voordat u gaat roepen dat Chinezen wrede en barbaarse dierenbeulen zijn, wil ik u eraan herinneren dat in Nederland varkens, koeien, kalveren en kippen niet beter af zijn. De Chinezen zijn er alleen minder hypocriet over.
In het Taikang Road Art Centre hebben we souvenirs gekocht, onder andere een wekker met de beeltenis van Mao Zedong erop, zijn rechterarm fungerend als secondenwijzer. Het verbaasde me op hoeveel verschillende manieren er de draak wordt gestoken met de De Grote Roerganger en de Chinese communistische partij. Blijkbaar kan dat in het moderne China. Ook is hier veel originele en betaalbare kunst te koop, al zit er veel behaagzieke kitsch tussen.
Ik heb het al eerder gezegd: ik ben dol op Chinezen, en die in Shanghai zijn misschien zelfs nog gezelliger dan de rest. Ik heb niet eerder een volk meegemaakt waarmee je zo makkelijk in contact komt, je hoeft alleen maar te lachen – je krijgt meteen een lach terug. Ik ben nog steeds zwaar onder de indruk van het feit dat vrouwen in deze wereldstad midden in de nacht alleen over straat lopen, in nauwelijks verhullende jurkjes, zonder enige vrees. Dát lieve mensen, is beschaving. Daar kunnen wij veel van leren.
Maar het is wel een vies en boers volk. Dat loopt maar luidruchtig te rochelen en te spugen – mannen én vrouwen, over het eten te niezen, overal tegenaan te plassen. Chinezen hebben geen manieren. Ze duwen je aan de kant – niet persoonlijk bedoeld, ze willen er gewoon even langs, staren je schaamteloos aan en het doet ze niets als je hard en lang terugstaart en negeren je als ze even geen zin in je hebben. Bij die distilleerderij wilde ik een kruik likeur kopen, maar het meisje achter de toonbank keek naar me met een lege blik en schudde van nee toen ik vroeg of ik zo’n kruik mocht. Ze was even druk met naar haar mp3-speler luisteren.
Vandaag hebben we Pekingeend gegeten in Lao Beijing, naar het schijnt de beste van de stad en hij was heerlijk, maar toch lang niet zo lekker als de Pekingeend die we in Hongkong kregen. Het was heel aangenaam, ook vanwege de charmant-onhandige serveersters.
Zoals in elke stad, die we bezoeken, hebben we ook een paar sjieke restaurants bezocht. Gisteravond in het restaurant van sterrenchef Jean Georges. Mooie ambiance, gothisch bijna, met hoge ramen die uitkijken op de rivier, maar over het eten ga ik kort zijn: overpriced bistro-voer. Héavily overpriced bistro-voer. Ik zou me schamen als ik mijn gasten dát zou voorzetten.
Maar de laatste avond hebben we onszelf getrakteerd bij T8, waar sinds acht maanden de Catalaanse chef Jordi Servalls de scepter zwaait. Verrukkelijk! Foie gras met chocoladekorrels die in je mond knetteren, Iberico-ham met knoflookijs, tonijnravioli met mango, truffelijs met abrikozencompote, enzovoort, enzovoort. Met een geweldig wijnarrangement, met onder andere een zalig zachte Chinese Chardonnay. Servalls kwam ons begroeten en praatte honderduit over zijn visie op koken, en op de mensheid. Hassnae zal daarover nog een stuk schrijven.
Ik had u nog beloofd over onze mislukte trip naar Tongli te vertellen, en over de lul met vingers die in dit hotel werkt en die Toby heet, maar dat doe ik de volgende keer wel.














RSS