Maffiastaat
Hassnae Bouazza

Illustratie: Egon Schiele
Een van de leukste cartoons van de afgelopen maand was die van de Algerijnse cartoonist Ali Dilem. Een scorebord: ‘Egypte 1 – Algerije 0’ en daaronder een Algerijnse voetbalsupporter met een bord: ‘Bouteff dégage. Il faut qu’ on égalise’ – ‘ Bouteflika vertrek, we moeten gelijkspel maken’. Een humoristische verwijzing naar de halve oorlog die ontstond tussen de beide landen nadat Algerije zich kwalificeerde voor het WK in Zuid-Afrika, ten koste van de trotse Egyptenaren die zich vervolgens van hun minst draaglijke en meest racistische kant lieten zien.
Na de val van de Tunesische president Benali stond zijn Algerijnse ambtgenoot Bouteflika al snel in de galerij van te verdrijven leiders, naast Moubarak, Gaddafi en Saleh van Jemen. Moubarak renteniert inmiddels in Sharm el Sheikh. Saleh betreurt het waarschijnlijk dat hij zo stom is geweest voor te stellen voor het leven te blijven en Gaddafi (in het dialect spreek je zijn naam uit als Gaddafi en in het Arabisch als Qadhafi) geeft het een na het andere interview om ons ervan te overtuigen dat er niks aan de hand is. Maar zijn gezicht verraadt inmiddels veel.
Bouteflika heeft tot nog toe de wereldpers op een afstand weten te houden, wat nogal verwarrend werkt. De Arabischtalige Algerijnse kranten melden niets over de onrust in het land, maar de Franstalige kranten wel. In de rest van de Arabische pers komt Algerije slechts in een enkele krant aan bod. De laatste tijd waren er af en toe berichten over protestacties waarvan je later hoorde of las dat ze weinig effect hadden. De politiemacht was doorgaans groter dan de groep betogers en iedere keer weer werden de demonstranten uiteen gedreven, kregen ze slaag en werden gearresteerd. Ook vielen er doden. De algemene indruk is dat er na de eerste neergeslagen demonstraties betrekkelijke rust heerst. Het tegendeel is waar.
Een maffiastaat met een vlag, zo noemen ontevreden burgers Algerije. Ondanks de harde aanpak door de overheid houden de protesten al wekenlang aan. Aanvankelijk kwamen de gewone burgers in opstand om te demonstreren tegen de hoge prijzen en werkeloosheid; afgelopen weekend hebben wederom duizenden studenten sit-ins gehouden. Een teken dat de elite zich nu ook roert.
De studenten zijn het oneens met het Universiteitsbestuur, de toekomstperspectieven en het niveau van de studies. De demonstranten voor het Ministerie van Onderwijs scandeerden dat hun diploma’s niks waard zijn, dat ze na een jaar studie nog niks geleerd hebben en dat de Minister maar beter naar hun vreedzame protest kan luisteren voor ze hun stem verheffen. De studenten benadrukken ook dat hun wensen niet politiek van aard zijn en distantiëren zich in sommige gevallen openlijk van de andere betogers en oppositiepartijen.
Een andere groep die de weg naar het Parlementsgebouw aflegde om de onvrede te uiten is de burgerwacht. Nu de grootschalige terreuraanslagen tot het verleden behoren, wordt die langzaamaan opgeheven tot groot ongenoegen van de leden die zich vernederd voelen. Ze riskeerden hun leven voor het land en hebben geen inkomen en geen rechten in tegenstelling tot oud-soldaten of politieagenten. Sommigen verloren een ledemaat, anderen stierven en lieten hun gezin achter. De burgerwachten willen erkenning en op gelijke voet gesteld worden met de overige veiligheidsdiensten: ze willen dezelfde financiële compensaties en hetzelfde pensioen.
De derde groep bestaat uit de ontevreden burgers die als eerste de straat opgingen en die gesteund worden door het CNCD (Coordination Nationale pour Change et Democratie), de FFS (Front des Forces Socialistes, een politieke oppositiepartij die tot 1990 verboden was) en mensenrechtenorganisatie LADDH (Ligue Algérienne de Défense des Droits de l’Homme). Afgelopen weekend organiseerde het CNCD drie betogingen in de hoofdstad die uiteen werden geslagen. Ondanks de harde hand van het regime en de versplintering van de oppositie, denkt de FFS dat het volk erin zal slagen veranderingen door te drukken. Deze visie sijpelt voorzichtig door in de Algerijnse pers die meldt dat het protest aanhoudt en in omvang toeneemt.
De vraag is in hoeverre er resultaten behaald zullen worden als iedere groep alleen voor zichzelf strijdt. De betogingen in Tunesië en Egypte, en ook Libië, waren zo effectief omdat het volk verenigd was en één doel voor ogen had: omverwerping van het regime. Zo ver is het naar het zich laat aanzien in Algerije nog niet.
Deels komt dit doordat Bouteflika maatregelen heeft genomen om de onvrede te temperen: de voedselprijzen zijn gedaald, hij heeft de noodtoestand afgeschaft en werkgelegenheid beloofd. Een deel van de bevolking zal hiermee waarschijnlijk genoegen nemen, omdat de angst voor een terugkeer naar de helse jaren van de terreur er diep in zit. Het leven is er nog altijd beter dan twintig jaar geleden toen er grote schaarste was en afschuwelijke moordpartijen.
Toch zullen de haastig genomen beslissingen door Bouteflika niet voldoende zijn volgens mensenrechtenadvocaat en voorzitter van de LADDH, Mustapha Bouchachi. Hij denkt dat de maatregelen van Bouteflika slechts tijdelijke oplossingen zijn die de onvrede niet lang kunnen temperen, zo zei hij tegen een Koeweitse krant.
Algerije heeft in ieder geval het voordeel dat ze lering kan trekken van haar buurlanden. In Tunesië was de pers positief over de nieuwe interim-premier Béji Caïd Essebsi. Volgens sommige kranten markeerde zijn toespraak een breuk met het verleden: hij was persoonlijk, reflectief en deelde anekdotes in plaats van Korancitaten. Kortom, zo schreef de Tunesische krant La Liberté, een toespraak die sympathie af dwong.
Maar in Algerije komt het niet alleen op Bouteflika aan, zo stellen vele observators. De beslissingen worden in alle geheimzinnigheid door Bouteflika en de legertop genomen. Bouteflika is dan wel de eerste civiele president sinds de onafhankelijkheid van het land, maar de echte macht, zoals ook in Egypte, ligt in handen van het leger. Om hier verandering in te brengen, zal de macht van het leger ontmanteld moeten worden en een rechtsstaat geïnstalleerd, zo wordt steeds luider geopperd. Een ander land, andere dynamiek, maar dezelfde problematiek en doelstelling als de andere landen in de regio. Er is nog een lange weg te gaan.
Maar zover zijn we nog lang niet.
Eerder verschenen in Vrij Nederland. Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad, Elle en de Arabische site van de Wereldomroep. In 2009 was ze te bewonderen in Vrouw & Paard, tegenwoordig is ze regelmatig te horen in Vrijdagmiddag Live. Afgelopen kerst won ze bijna De Nationale Wetenschapsquiz. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Volg haar op Twitter.





RSS