Marokkanen
Hassnae Bouazza

Illustratie: Pieter Bruegel de Oude.
Eigenlijk had ik het al aan zijn gezicht gezien, dat het geen type voor een gezellig gesprek was – er kon met moeite een groet vanaf en daarna ging hij zonder iets te zeggen aan de slag. En in alle eerlijkheid was ik gestopt met werkers koffie aanbieden, omdat een aantal te vrijpostig werd als ze zagen dat ik alleen in huis was – tegenwoordig geef ik hun snacks om in hun eigen tijd en ruimte te eten.
Maar goed, deze monteur was een tijd bezig met het onderhoud van mijn cv-ketel, dus heb ik hem op een gegeven moment toch maar gevraagd of hij iets wilde drinken. “Koffie, zwart met suiker.” Ik pakte de percolator en vanaf dat moment króóp de tijd.
Terwijl ik ongeduldig wachtte op het gepruttel van gekookte koffie, nam hij de vrijheid in mijn huis rond te banjeren in zijn vieze schoenen. Hij liep door mijn kamer, ging bij het raam staan, nam het uitzicht eens goed in zich op, gaf commentaar op de schapen in het weiland, ging verder met het verkennen van mijn kamer alsof hij een nieuw park met verborgen hoekjes had ontdekt, liep langs mijn voorraadkast, bekeek de spullen erop, deed een paar stappen verder en ging bij de trap staan om de factice-fles die daar staat eens goed te bestuderen. Hij rekte daarna zijn nek uit, draaide zijn hoofd schuin om een glimp van mijn bovenverdieping op te vangen.
Toeterende Marokkanen
Nadat ik de koffie eindelijk kon inschenken, “Niet te veel, anders moet ik steeds naar de wc” en “Doe maar meer suiker”, stopte hij de ontdekkingstocht, klemde hij de mok in zijn handen, leunde tegen mijn aanrecht alsof hij nooit iets anders had gedaan en ging van start. “Waar kom je oorspronkelijk vandaan?”
Toen hij eenmaal ‘Marokko’ hoorde, begon hij eerst over toeterende Marokkanen na de gewonnen halve finale van de Afrika Cup en daarna ging het al snel over Marokkanen in Den Haag die zich hadden misdragen door vuurwerk naar de politie te gooien. Zo dom, vond hij, ze hebben al een slechte reputatie en dan gaan zo zoiets stoms doen. “Ze verpesten het voor iedereen. Niemand mag ze.” En zijn stagiair, een Marokkaanse jongen uiteraard, was het volgens hem helemaal met hem eens.
Ik probeerde er voorzichtig op te wijzen dat het kennelijk bij de voetbalcultuur hoort, rellende vandalen, maar hij was nog niet klaar. Hij herhaalde dat ze het voor iedereen verpesten. In Rotterdam was het rustig gebleven, wist hij te melden. Ik vroeg me af waarom Den Haag het voor iedereen verpest, maar Rotterdam niet ieders eer redt, maar ik kwam er niet tussen.
Ouders
“En waar zijn de ouders?” De gouden vraag. Hij weidde vervolgens uit over België, “ik geloof in Antwerpen”, waar vaders patrouilleren en jongeren aanspreken. “Die zeggen gewoon ‘HO’.” Hij maakte een stopgebaar met zijn hand.
Gelukkig was de dag nog jong, hij keek op zijn horloge, nam een laatste slok en pakte zijn spullen om naar het volgende adres te gaan.
Zodra ik de deur achter hem dicht deed, pakte ik de schoonmaakspullen en boende mijn vloer schoon. Dat zal me leren nog eens koffie aan te bieden.
Hassnae Bouazza is door NRC ontslagen als columnist omdat die krant toen nog niet toe was aan kritiek op Israël. Ze is journalist, culinair recensent, documentairemaker en schrijver (Arabieren Kijken, Een Koffer vol Citroenen). vorig jaar maakte ze twee documentaires: Verhalen uit de Rif en Brieven uit de Kast, daarvoor won ze een Dutch Director’s Guild Award voor beste regie. Dit jaar verscheen de docuserie over Zuid-Korea die ze samen met Remco Breuker maaklte: Big in Korea. Haar volgende serie heeft ze ook al af.
Hassnae Bouazza, 21.01.2026 @ 09:19






RSS