Mekka
Anita Brus

Illustratie: Pulpcovers.com
Het beeld dat men van de Arabische wereld heeft zwiept nogal heen en weer. Het varieert van vrouwen in boerka’s tot haremslavinnen. “Laat ik er eens wat smeuïgs tegenaan gooien”, moet Robbert van Lanschot gedacht hebben toen hij zijn stuk schreef met als titel: ‘Een ander gezicht van het vrome Mekka: stout, smeuïg en seksueel’.
Er valt wat voor te zeggen om door bepaalde clichés heen te prikken. Natuurlijk is een stad als Mekka niet alleen maar heilig, evenmin als er in Colombia alleen maar drugsbaronnen rondlopen. En toen van Lanschot op de stoute verhalen stuitte van de negentiende eeuwse arabist Christiaan Snouck Hurgronje wist hij het zeker; ooit moest Mekka een poel des verderfs geweest zijn waar volgens Snouck Hurgronje “de fysieke eigenschappen van de slavinnen in hoge eer werden gehouden.” Afbeeldingen uit die tijd – zoals het bij het artikel van van Lanschot afgebeelde schilderij ‘Dans in de harem’ van Vincenzo Marinelli uit 1862 – lijken dit beeld te bevestigen.
Seksuele uitspattingen
Prima, zou je denken, ware het niet dat er van deze negentiende eeuwse wulpse voorstellingen waarschijnlijk net zo weinig klopt als van het huidige heilige beeld. Het is bekend dat haremtaferelen sinds het begin van de negentiende eeuw in de mode waren. Men dacht aan het Victoriaanse tijdperk te kunnen ontkomen door zich te verliezen in fantasieën over seksuele uitspattingen in exotische oorden. Engelse en Franse schilders als Eugène Delacroix schilderden haremtaferelen die zich afspeelden in het Nabije oosten zonder dat zij hier zelf geweest waren. Dit zijn meestal overdreven en geromantiseerde taferelen omdat deze schilders zich baseerden op verhalen van reizigers die geen toegang hadden tot harems en er graag op los fantaseerden. Vaak was er in die gebieden in werkelijkheid nauwelijks sprake van polygamie.
Orgies en bloedbaden
Dat men hardnekkig vasthield aan overdreven taferelen was niet alleen maar te wijten aan een Romantisch verlangen naar het vreemde. Men keek ook neer op de veronderstelde losbandigheid en deed daar maar al te graag nog een schep bovenop omdat men de westerse cultuur boven andere culturen stelde. Politici gebruikten het idee van het ‘achterlijke’ oosten om het westerse imperialisme te legitimeren. Tegelijkertijd stortten schilders zich op oosterse orgies en bloedbaden omdat men er in een preuts tijdperk een zekere spanning aan ontleende, zoals men dat in onze tijd ook wel lijkt te doen bij al het gewelddadig vertoon op tv.
Wilde taferelen
Robbert van Lanschot doet nu met zijn stuk min of meer hetzelfde. Hij denkt iets nieuws en sensationeels gevonden te hebben door ons te wijzen op de wilde taferelen van weleer in een stad die in onze tijd wordt beschouwd als heilig. Dat trekt fijn de aandacht, maar het geeft geen realistisch beeld. Niet van de huidige betekenis van Mekka, noch van die van weleer. En dan slaat hij de plank ook nog eens mis met zijn bewering dat deze exotische kant van Mekka in het Nederlandse onderwijs niet aan bod zou komen. Vorig schooljaar maakte dit onderwerp echter deel uit van het eindexamenthema 6VWO ‘Wat van ver komt’. Onze leerlingen weten wel beter.
Anita Brus is docent in de Spaanse taal/literatuur/kunst en schrijft over tango in het tijdschrift La Cadena. Zij publiceert ook teksten in het Spaans en in het Nederlands op haar eigen weblog. Lees het verbijsterende relaas over haar domrechtse date. Volg haar op Twitter.





RSS