Mummies
Peter Breedveld

Ik heb het beste restaurant van Bordeaux ontdekt! Het bevindt zich in een onooglijk zijsteegje van de Rue Notre-Dame, de Ímpasse du Couvent, ziet er van buiten niet uit en je zou er dus zo langslopen. Maar ik had dat ZING!-gevoel dat ik wel eens heb als ik langs een restaurant loop, dat ik weet dat hier de sterren van de hemel worden gekookt.
Oké, dat elke gezaghebbende gids behalve Michelin het restaurant aanbeveelt, getuige de stickers op het raam van L’Arc en Ciel, hielp ook. Bovendien is de chef een Japanner uit Hiroshima, Koji Yokoama, die, blijkens het menu, de twee beste keukens ter wereld combineert, de Franse en de Japanse. Ik besloot eergistermiddag er ’s avonds te gaan eten.
Je krijgt er geen kaart, er staat op een schoolbord geschreven hoeveel gerechten je krijgt voor hoeveel geld. Een vijfgangenmenu kost 35 euro. Ik zei tegen de serveerster dat we het vijfgangenmenu wilden. “Het vijfgangenmenu, voor alledrie?” vroeg ze, zoals alleen vrouwelijke restaurantbediendes vaak doen. Daardoor ga ik me meteen schamen, want ik dacht zelf al, vijf gangen is best veel, maar ik heb van Hassnae geleerd minder calvinistisch over eten te denken dus ik dacht what the heck, het is vakantie. Maar zo’n serveerster zet dan meteen weer mijn ingebakken schuldgevoel in werking. “Oei, ik ben weer te gulzig”. Dus ik zei oké, doe maar het viergangenmenu. Ze zegt: “Het viergangenmenu? Voor alledrie?” Ik zeg, is dat teveel voor de kinderen? “Weet ik niet”, zegt ze. “Misschien niet, het zijn geen hele grote gerechten.” Dus ik gebruikte al mijn wilskracht en bleef bij het viergangenmenu.
Op dat bord stond een ingewikkeld verhaal over vier gangen en dan geen toetje of tussengerecht of zoiets en ik zei: ik wil en tout cas een toetje en de kinderen ook.
En het eerste gerecht was meteen een klapper! Een stenen blad met daarop een hoopje edo mame, van die bonen die je in Japan vaak bij het aperitief krijgt, een grote raviool (is dat het enkelvoud van ravioli?) met een vulling van kip en een bamboerondje met daarin gerookte zalm op de lekkerst ingemaakte komkommer die ik ooit proefde. Het tweede gerecht was een kipspiesje op een gele gazpacho en op dat kipspiesje zat foie gras en een olijventapenade. Godverdomme wat was dat lekker. Mijn kinderen vraten hun vingers erbij op.
Ik zei tegen de serveerster dat ik spijt had dat ik niet voor dat vijfgangenmenu had gekozen. “Dat kan nog”, zei ze. Nou doe dan maar. Brachten ze alleen mij een bord met vier maki-sushi erop. Ik zei: en de kinderen? “Wilt u ook een vijfgangenmenu voor de kinderen?” Ja, ik ga toch niet alleen zitten eten.
Die maki-sushi waren verrukkelijk. Er zat zalm op en de vulling was van foie gras. Ernaast lag ‘choucroute‘ maar die was blauw of paars of in elk geval de kleur van rode kool. Ik heb alle wasabi van mezelf en de kinderen gegeten want ik krijg daar zo’n heerlijk soort van elektrisch gevoel van in mijn hoofd. Mijn zoon lustte de sushi niet dus die hebben mijn dochter en ik opgegeten.
Toen kwam het hoofdgerecht. Ik had vis gekozen en mijn kinderen rundvlees. De vis was kabeljauw met daarop een olijventapenade en met asperges en paddestoelen (ik vergeet hoe ze heten). De kinderen kregen een canneloni met vleesvulling, een stuk vlees en daarnaast een glaasje met diezelfde paddestoelen met zoute slagroom erop. Mijn zoon vond die zoute slagroom vies, ik vond het heerlijk.
En toen kwam het klapstuk, het dessert, precies zoals dat hoort! Het was enorm! Sorbet van passievrucht met daarop meringue, een stuk ingelegde perzik en een taartje van witte chocolade met een rode vruchtencoulis, een krokantje van sinaasappel en twee door mij niet geïdentificeerde koekjes. Jezus, wat een genot! Per sms heb ik Hassnae gek van jaloezie gemaakt.
Ik heb er glazen witte Bordeaux bij gedronken en we kregen steeds flessen heerlijk koud water (het was een warme dag). Dat kregen we bij de lunch ook al bij La Tupina (zie mijn vorige Bordeaux-verslag) en dat is hoe het hoort: zonder dat ik het vraag, flessen water brengen die je niet op de rekening terugziet. In Nederland krijg je nog geen kraanwater als je de gerant pijpt. Daar sterven ze echt liever een vreselijke marteldood dan dat ze gratis water op tafel zouden zetten. Met chef Niven Kunz van het Rijswijkse sterrenrestaurant Niven heb ik er ruzie over gemaakt. Die durft vijf euro te rekenen voor een karaf kraanwater, waar één of andere onzin-hocus-pocustoestand mee is uitgehaald. Geïoniseerd of weet ik wat. Rot op.
Dat was L’Arc en Ciel en ik heb besloten dat ik volgende zomer weer naar La Jenny ga, al overwoog ik weer eens iets anders te doen, maar vanweg L’Arc en Ciel. Echt waar. Daar ga ik dan een paar keer eten, en dan probeer ik het menu dégustation voor 58 euro.
O, en tot mijn schande moet ik bekennen dat ik volstrekt ben vergeten foto’s te maken van de gerechten. U zult het met uw voorstellingsvermogen moeten doen.
Dat was de perfecte afsluiting van een mooie dag in Bordeaux, waarin ik er eindelijk in geslaagd ben de basilique Saint Michel van binnen te zien (zie vorige Bordeaux-stuk)! Zoals wel vaker in Bordeaux, is de buitenkant echter mooier, al staat er in zo’n kerk of kathedraal altijd wel een beeld dat ik mooi vind. We hebben de Flèche Saint Michel beklommen, met honderdveertien meter de hoogste kerktoren van Frankrijk, dat zegt tenminste mijn Lonely Planet.
In de kelder van die toren, zo beloofde ons een groot bord, waren mummies te zien. Mummies! We zijn gek op mummies, vooral als ze niet helemaal zijn ingezwachteld, zodat je maar moet aannemen dat daar echt een duizenden jaren oud lijk in verstopt ziet. Deze mummies waren, blijkens de foto’s op het bord, van die verdroogde lijken met enge grimassen en holle ogen en twee tanden in hun onderkaken. Griezels. Mijn hart sloeg over en ik zei tegen mijn kinderen: doen we eerst die toren beklimmen en dan pas gaan we die mummies bekijken, om het genot nog even uit te stellen.
Bleek die kelder helemaal leeg te zijn, met een paar verlichte foto’s van mummies DIE DAAR IN 1990 ZIJN WEGGEHAALD! Om ze hun verdiende rust te gunnen, of zoiets dergelijks stond er in het Frans. Flikker toch op. Het zijn mummies! Stoffelijke resten van wat eens leefde, maar nu niet meer. Doden rusten niet, doden zijn dood en heel spannend om naar te kijken. Tot 1990 was het blijkbaar geen probleem je te vergapen aan die mummies!
Hoe dan ook. In Bordeaux is nog een toren te beklimmen, de toren die bij de kathedraal hoort, wat we heel vaak hebben gedaan maar eergisteren niet, want toen waren we te laat.
Verder ben ik op jacht geweest naar een cadeautje voor Hassnae. Twee jaar geleden had ik niks meegenomen en dat moet ik nu nog bijna wekelijks horen. Ik overwoog een lingeriesetje van Aubade – supersexy, met kant en van die kwastjes – maar weet niet zeker of de Franse maten dezelfde zijn als de Nederlandse. Twee winkelbediendes die ik het vroeg, zeiden allebei wat anders.
Hassnae houdt van zoetigheden en dan zit je in Bordeaux wel goed. Er is een chocolaterie (één van de vele, maar dit is volgens mij de beste) in Bordeaux, bij de Place de la Comédie waar ze de prachtigste creaties van chocola hebben. Chocoladepumps gevuld met bonbons, een viool van chocola, enzovoort. Onmogelijk mee te nemen naar Nederland, maar ze hebben verder bonbons, koekjes, caramelbonbons met allerlei soorten fruit erin, meringue, caramel au beurre salé (zalig! Ze hebben hier zelfs marsrepen met deze zoute caramel) en – wat Hassnae zo’n beetje het lekkerst vindt van alles maar die ik, net als cupcakes, hysterisch overschat vind – macarons.
Hassnae gaat blij zijn als ik terugkom, bearing gifts!





















RSS