Péripatéticiennes
Peter Breedveld

Het enige jammere aan La Jenny is dat er in de omgeving niet zo bar veel interessants is te bezichtigen, behalve de stad Bordeaux, iets meer dan een uur rijden en een eindje verder nog het Middeleeuwse wijnstadje Saint-Émilion.
Maar dat zijn meteen wel twee van de interessantste plaatsen die ik ken. Gisteren hebben we Bordeaux gedaan, waar ik inmiddels zo vaak ben geweest dat ik de weg er beter ken dan in mijn eigen stad.
Bordeaux heeft, zelfs met de glanzende tram die de stad sinds een paar jaar doorkruist, een 19e-eeuwse allure. Het is een sjieke stad met veel statige gebouwen in neoclassistische stijl en van die typische 19e-eeuwse winkelpassages met veel fraai gietijzeren hekwerk.
Je kunt er dwalen door kleine straatjes die uitkomen op gezellige pleintjes en er zijn veel fraaie monumenten te zien. Te voet kun je de hele stad – op je gemak – in een dag bezichtigen, inclusief betaalbare en smakelijke lunch én diner in één van de vele gezellige, authentieke restaurants die Bordeaux rijk is.
En wat Bordeaux in het bijzonder zo aantrekkelijk voor me maakt: twee goede stripwinkels plus een Fnac en een Virgin-store met een uitstekende stripafdeling. Bordeaux heerst! Ik heb weer flink wat geld aan stripboeken uitgegeven.
Het leukste is om Bordeaux binnen te gaan via de Esplanade de Quinconces. Meteen achter je bevindt zich de rivier Garonne. Op de Esplanade stond vroeger een kasteel, symbool voor de adellijke onderdrukkers van het volk, waarmee korte metten is gemaakt. Op de exacte locatie van dat kasteel is een een monument opgericht ter ere van de Girondijnen. Een enorme zuil met daar bovenop een reusachtige bronzen vrouw, voorstellende de Vrijheid die haar Ketenen Doorbreekt.
![]()


![]()
Dat enorme beeld is in de Tweede Wereldoorlog – in 1942 – van die zuil losgeschroefd en verborgen om te voorkomen dat de Duitsers het zouden omsmelten tot kogels en kanonnen. Ik heb een poos naar dat beeld staan kijken en me afgevraagd hoe die Bordelezen het in godsnaam voor elkaar hebben gekregen dat enorme ding stiekem weg te krijgen zonder dat de Duitsers er iets van merkten.
Dat monument mist trouwens elke prekerige strengheid die socialisten doorgaans kenmerkt. Het is een orgie van frivoliteit. Aan de voet van het monument zijn fonteinen en fraaie beelden van zinnelijk naakte vrouwen en van een vrouw die op haar strijdwagen van enorme schelpen, voortgetrokken door wild briesende zeepaarden, haar overdonderende entree maakt in de wereld boven de zeespiegel. Haar komst wordt aangekondigd door een mollige zee-engel (met waterplanten als vleugels), gezeten op de rug van een monsterlijke vis, en een vrolijk dartelend naakt paar. Wat een schouwspel!
![]()


![]()
Via de Esplanade liepen we naar de Place de La Comédie met het Grand Théâtre en daartegenover het dure Grand Hôtel de Bordeaux. Voor het plein zagen we een toeristenbus tegen een paaltje aanrijden met een enorm krakend geluid. Ik kreeg meteen medelijden met de chauffeur.
Op één van de foto’s hieronder staan mijn kinderen – elkaar innig liefhebbend – voor een beeld van mijn favoriete schilder Francisco Goya, die in Bordeaux zijn laatste jaren doorbracht en er zijn donkerste – en wat mij betreft ook zijn mooiste – werk maakte. In zijn huis is nu het Spaans cultureel centrum gevestigd.
De gebouwen en facades die u hieronder op de foto’s ziet, zijn een beetje verborgen in het labyrint van straten en steegjes dat zich achter de rechte, sjieke winkelstraten bevindt. Het beste is een gids te gebruiken om alles te vinden. Ik gebruik een Franstalige Lonely Planet, waarin een woord staat dat ik niet ken: ‘péripatéticiennes’. Dat gaat over de Place Georges-de-Porto-Riche met zijn ‘péripatéticiennes van zekere leeftijd, gezeten op kleine stoeltjes op de stoep’. Ik zag inderdaad oudere dames op stoeltjes zitten, op een plein waar verder niks te zien is en niks gebeurt, en vroeg me af of ‘péripatéticiennes’ misschien een synoniem is voor hoeren. Ik ben wel nieuwsgierig te weten wie het met déze hoeren zou doen. Maar misschien vergis ik me en zaten ze daar gewoon te wachten op de Franse Tafeltje-Dek-Je-service.
De allerleukste buurt van Bordeaux bevindt zich direct aan de overkant van de wijk achter de Grosse Cloche, die maar eens per jaar – op 11 november om 11 uur – luidt en die de halve stad op haar grondvesten schijnt te doen schudden. Tegenover die Grote Klok, dus, bevindt zich de allochtonenwijk rond een basiliek waarvan het me nog nooit is gelukt die te bezichtigen, in de meer dan tien jaar al dat ik hier kom – de Basilique Saint Michel. Ook gisteren ging de deur net voor mijn neus dicht. Maar het gaat me deze vakantie lukken, dat verzeker ik u.
Rond deze kerk – met een mooie, 114 meter hoge toren – zijn restaurants en terrasjes waar je, te midden van de vastende moslims van velerlei herkomst en denominatie, kunt genieten van een goed glas wijn en een lekker hapje. Ik heb het, geloof ik, al eens vaker gezegd, maar ik vind Franse moslims zoveel relaxter dan de eeuwig verongelijkte zeikerds in Nederland (de gunstige uitzonderingen daargelaten!). Iedereen doet hier zijn eigen ding: autochtone Fransen, negers, Turken, Koerden en Algerijnen. De wijk ziet er verlopen uit en hier en daar is het een puinhoop, maar het is er erg gezellig en ongedwongen. Ook hier zag ik, net als in Shanghai, ’s nachts kortgerokte meisjes lopen.
Als je een eindje doorloopt, richting de Église Sainte Croix, op de één na laatste foto hieronder, vind je hier de interessantste restaurants van de stad. Wij hebben gedineerd in La Tupina, gespecialiseerd in regionale specialiteiten. Boerenmaaltijden met veel smaak. Beetje prijzig, maar lunchen kun je hier met een zeer vriendelijk geprijsd dagmenu – achttien euro. Doen we ook nog.
Ik had een stuk porc noir met een glas verrukkelijke rode Graves, mijn kinderen hadden gebraden kip en cassoulet, een bonenschotel met verschillende soorten vlees erin. Zo lekker! Als dessert de befaamde Bordelese canelés: cakejes, krokant gecaramelliseerd van buiten en zacht van binnen, met ijs en een coulis van butterscotch. Mjammie! Eten zonder theaterachtige tovertoestanden is ook wel eens lekker.
Geluncht hebben we trouwens bij Le Bô Bar, waar je uitstekende wijn krijgt – en mijn kinderen uitstekende druivensap, ze vonden het prachtig die in een echt wijnglas te krijgen – met simpel eten met Baskische invloeden. Ik had spijt dat ik niet had gekozen voor de twaalf oesters voor vijftien euro, die ik mijn buurman zag eten. Dat was een perfecte lunch geweest.
![]()














![]()





RSS